Lijsten als ideologisch wapen

Soms is het simpel om politiek geweld te kwalificeren als terreur. De aanslagen van 9/11, vandaag elf jaar geleden, waren bij uitstek een vorm van terrorisme. De daders wilden de Amerikaanse overheid ondermijnen en de bevolking intimideren.

Maar vaker is het ingewikkelder om tot een sluitende definitie van terrorisme te komen. De kwalificatie is niet neutraal, maar politiek van aard. Met wijzigen van de machtsverhoudingen verandert niet zelden het oordeel. Terroristen worden vrijheidsstrijders worden staatslieden.

Als het gaat om Nelson Mandela, die door het apartheidsregime als een terrorist werd gezien, snapt iedereen dat. Moeilijker wordt het met een groep als Hezbollah in Libanon. En zelfs met Osama Bin Laden, die in de jaren tachtig als mujahedeen tegen de Sovjet-Unie in Afghanistan een bondgenoot van de Amerikanen was. Dat laatste geldt eveneens voor het netwerk van Haqqani dat vanuit Pakistan aanslagen pleegt.

De Haqqani-groep staat sinds kort op de Amerikaanse terroristenlijst. Washington oefent eveneens druk uit op de EU om Hezbollah op de Europese lijst te plaatsen. Argument daarvoor is dat Hezbollah een bondgenoot is van zowel het Syrische regime van Assad als van Iran en mogelijk de hand heeft gehad in de moordaanslag op Israëlische bustoeristen in Bulgarije.

De kans groeit dat Hezbollah nu ook door Europa als terroristische organisatie wordt bestempeld. Nederland en Groot-Brittannië zijn voor. Frankrijk, tot voor kort altijd tegen, begint te twijfelen. Als de bewijzen over de betrokkenheid van Hezbollah bij de terreurdaad in Bulgarije sterker worden, zal de EU het Amerikaanse voorbeeld wellicht volgen.

Maar ook dan blijft de vraag wat het precies betekent dat Haqqani en Hezbollah op deze terroristenlijsten staan. Die positie biedt de VS en de EU de mogelijkheid om de groeperingen met sancties verder te isoleren en kopstukken op te pakken en uit te leveren. Dat kan functioneel zijn in brandhaarden, zoals Afghanistan/Pakistan of Syrië/Libië.

Terroristenlijsten zijn echter geen oplossing voor de onderliggende conflicten, waarin dit soort bewegingen kunnen gedijen. Door haar plek op een westerse lijst verliest Hezbollah nog niet haar aureool als sociale verzetsbeweging onder shi’iten in Libanon. En Pakistan zal Haqqani om die reden ook niet stante pede laten vallen als een nuttig geopolitiek instrument in en over grens met Afghanistan.

Een plek op een Amerikaanse of Europese lijst is daarom vooral een politiek en ideologisch wapen voor de overheden die de lijst opstellen. De lijst definieert scheidslijnen en mobiliseert voor tegenactie. Maar de terreur verdwijnt er niet door, zo hebben Amerika en Europa afgelopen elf jaar ondanks hun gemeenschappelijke inzet moeten ervaren.