Kunst met handschoentjes

Kunstenaar Daan Samson is het hartgrondig eens met de cultuurbezuinigingen. Hij gaf Halbe Zijlstra, demissionair staatssecretaris voor cultuur, een rol in zijn nieuwste kunstwerk: ‘Het liberaal herbarium’. Dat doet hij wel vaker: trappen tegen de traditionele kunstwereld.

‘Het Liberaal Herbarium / Daan Samson en Halbe Zijlstra’ (2012)’. Foto Jeronimus van Pelt

Demissionair staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD, Cultuur) doet er niet moeilijk over: dat hij meewerkte aan een project van de Rotterdamse kunstenaar Daan Samson was voor de verkiezingscampagne.

Samson is een van die kunstenaars die meent dat kunst minder afhankelijk zou moeten zijn van de overheid. Zijlstra kon dus met gerust hart ingaan op de uitnodiging van de kunstenaar. Het resultaat noemt de staatssecretaris: „Een knipoog naar de sector.”

Die knipoog bestaat uit een foto en twee gedroogde plantjes, uit de families Convallariaceae en Lamiaceae. Ze staan, als installatie, op de tentoonstelling Who Told You So?! in het kunstcentrum Onomatopee in Eindhoven.

Op de foto houdt Zijlstra een plantje in de lucht. Dat hij witte handschoentjes draagt wijst op wetenschappelijk onderzoek. De licht ironische trek om zijn mond beduidt een politicus die een dolletje maakt.

Een herbarium is een op papier vastgehechte, verzameling gedroogde planten. Het herbarium van Samson en Zijlstra zou laten zien dat het plantenrijk de grondslagen van het liberalisme ondersteunt.

Samson legt het desgevraagd uit, zonder ironie. De plantjes verwijzen naar zijn jeugd, toen hij met zijn „progressieve ouders” op „lichtgewicht kampeervakanties” ging. Ze gingen onder meer naar de hooglanden van Schotland en daar bewonderden ze plantjes als het heidekartelblad. „Zo snoezig en weerloos lijken de roze bloemetjes van die plant.” Maar dat was schijn, zegt Daan Samson. In het herbarium in Leiden leerde Samson dat dit soort planten meedogenloos kan zijn. Samson: „Ze beconcurreren elkaar keihard in hun drang te groeien. Heidekartelblad blijkt bijvoorbeeld een giftige halfparasiet!”

Volgens Samson ontdekte hij dit sámen met Zijlstra, dankzij apparatuur en boeken van het Naturalis Biodiversity Center. Ze concludeerden dat „begrippen als succes en groei gekoppeld zijn aan de mate waarin plantengeslachten erin slagen een voorsprong te ontwikkelen”. Bovendien: deze plantjes groeien niet „naar een centraal plan van een hofhovenier”. Kunstenaars zouden dat ook niet moeten doen, maar helaas doen ze dat wel, meent Samson.

Zijlstra is bescheiden over zijn studie naar de planten. „Om eerlijk te zijn: het hele project kostte mij minder dan een uur van mijn tijd.” Lachend: „We begrepen elkaar ook snel.”

Zijlstra is niet de eerste VVD’er die onderdeel werd van een van Samsons kunstwerken. Met oud-VVD-leider Frits Bolkestein bracht de zelfbenoemde ‘welvaartskunstenaar’ vorig jaar een dag door in Rotterdamse musea en restaurants. Deuren vlogen open, zegt Samson. En de verwennerij bleek allemaal gratis, geschonken als onderdeel van een kunstwerk, want zo gaat dat.

Niet veel later ging Samson nog een stap verder, toen hij zichzelf openlijk verrijkte met een kunstproject. Hij markeerde de officiële opening van het Groningse kunstinstituut np3.tmp met een processie van luxe artikelen, alle „geofferd” door het bedrijfsleven. Omdat hij die artikelen – bladblazers, fitnessapparatuur, een dure barbecueset – vervolgens in zijn eigen nieuwe woning in Rotterdam in gebruik nam, noemde presentator Wilfried de Jong hem in zijn tv-programma ‘een graaiende kunstenaar’.

Samson zat er niet mee, al vindt hij dat een vergelijking met graaiende bankiers mank gaat.

„Ik legde de mechanismen van de kunstwereld bloot. Ik kreeg de mooiste spullen voor mijn parade, terwijl ik er volkomen eerlijk over was dat ik ze gewoon zelf wilde hebben. Dat is iets anders dan wat de graaiende bankiers wordt verweten.”

Hij stelt voor andere kunstenaars ook geen voorbeeld als geslaagd cultureel ondernemer. „Zeker niet. Kunst heeft met uniciteit en originaliteit te maken; zo’n parade van luxeartikelen, dat is nu gebeurd. Zoiets is niet interessant te herhalen, door niemand niet.”

Wie langer met hem praat, krijgt de indruk dat Samson niet werkelijk een overtuigd rechtse kijk op de samenleving heeft, maar dat hij vooral zijn kunstbroeders wil shockeren. Die indruk wil hij best bevestigen. „Ik ben een non-conformist. Als je mij in een gezelschap rechtse, dasdragende mannen zou zetten, zou ik waarschijnlijk ook wijzen op hun dogma’s en blinde vlekken. Maar ik zit in de kunstwereld. En daar is het mantra: houd mensen een spiegel voor. Maar doe je dat bij je eigen groep dan is de wereld te klein. Hypocrisie is troef.”

In zijn riante huis in Rotterdam staan de luxeartikelen uit de parade. Aan de muur in de huiskamer hangt een grote foto van Che Guevara, steunend op een golfclub.

Het beeld maakt deel uit van een kunstwerk dat hij uit ergernis maakte. Hij had een akkefietje met een cultuurbestuurder en stelde voor de zaken bij te leggen „tijdens een gemoedelijk potje golf”. Als antwoord schreef de bestuurder hem: „Golf is een sport voor verwerpelijke mensen.”

Samson: „Nou, de beste man vindt de revolutionair Che vast geen verwerpelijk mens.”

Maar wie is die griezel naast Che? Met die roze spencer en die spuuglok?

Samson zegt, met een grote grijns: „Dat ben ik!”

‘Het liberaal herbarium’ is tot 28 oktober te zien in kunstcentrum Onomatopee, Bleekstraat 23, Eindhoven.