Inburgeren kost analfabeet veel geld

De inburgeringscursus is niet langer gratis als de Eerste Kamer vandaag instemt met het wetsvoorstel. Vooral voor vluchtelingen wordt het examen halen lastig.

Inburgeren is niet langer gratis. Als de Eerste Kamer de nieuwe Wet inburgering vandaag aanneemt, worden inburgeraars vanaf 1 januari 2013 verantwoordelijk voor hun eigen inburgering.

Hoe ze zich voorbereiden op het inburgeringsexamen, mogen ze zelf weten: via internet, met hulp van een buurvrouw, door een cursus. Als ze een cursus willen volgen, moeten ze die uit eigen zak betalen. Mensen die dat geld niet hebben, kunnen lenen.

Uiteindelijk moet iedereen examen doen. Officieel binnen drie jaar. Analfabeten mogen er twee jaar langer over doen. Het diploma is voorwaarde voor een verblijfsstatus voor onbepaalde tijd. Wie het niet haalt, moet terug naar het eigen land. Dat geldt niet voor asielzoekers die in Nederland mogen blijven. Zij krijgen een boete als ze niet slagen. En ze moeten opnieuw examen doen.

De nieuwe wet is nogal een breuk met de voorgaande jaren. Sinds inburgeren in 2007 verplicht werd, werden mensen vooral verleid om mee te doen. Ook mensen die slecht Nederlands spraken maar niet verplicht waren in te burgeren, kregen een cursus aangeboden. Dat bleek te prijzig.

Docenten van inburgeringscursussen houden hun hart vast voor vluchtelingen met een verblijfsvergunning. Na jaren in een asielzoekerscentrum bouwen die nu een nieuw leven op. Ze moeten geld lenen voor de inrichting van een huis, voor kleding. Extra lenen voor de inburgeringscursus is een brug te ver, denkt Jonneke Prins, docent alfabetisering aan het ROC West-Brabant.

Ze is niet de enige. De adviescommissie voor vreemdelingenzaken beval in reactie op het wetsvoorstel aan een uitzondering te maken voor vluchtelingen. VluchtelingenWerk Nederland is het daar mee eens. „Als vluchtelingen eindelijk een status hebben, zijn ze beschermd, maar berooid”, zegt de woordvoerder. „In de Europese regels staat dat lidstaten integratie en naturalisatie van vluchtelingen moeten vergemakkelijken. Zelf voor je cursus betalen, klinkt niet als vergemakkelijken.”

De woordvoerder van minister Leers (Integratie en Asiel, CDA) wijst op de inburgeringsplicht van iedere migrant. „Mensen met weinig geld kunnen een lening krijgen die ze alleen hoeven terug te betalen als ze voldoende verdienen.”

Arbeidsmigranten of buitenlandse huwelijkspartners zullen daarmee uit de voeten kunnen. Zij hebben in eigen land al een inburgeringstoets moeten doen. Pas als ze het inburgeringsdiploma hebben en daarmee aantonen basale kennis van het Nederlands en van Nederland te hebben, mogen ze het land in. Analfabeten zitten er niet meer bij.

Vluchtelingen komen uit landen waar oorlog en chaos heerst. Ze hebben geen cursus gedaan. In de asielzoekerscentra mochten ze geen opleiding volgen. Ze hebben zelden kennis van de taal, zijn vaak analfabeet. Vooral asielzoekers uit Somalië , Afghanistan en Irak, de afgelopen jaren juist de grootste groepen.

Volgens Susanna Strube, die zich binnen de beroepsvereniging van docenten Nederlands als tweede taal bezighoudt met juist deze groep, zal een groot deel van hen de inburgeringstoets nooit halen: „Niet omdat ze het niet willen, maar omdat ze het niet kunnen. Ze hebben nooit geleerd om te leren. Alfabetiseren kost hun enorme inspanning. En dan moeten ze de cursus nog doen. Voor een flink aantal is dat niet haalbaar.”