Hongaren eren hun kleine broertje

Oranje speelt tegen Hongarije in het Ferenc Puskás-stadion, vernoemd naar de beroemde spelverdeler uit de jaren 50 en 60. „Een nieuwe Puskás is niet te maken.”

Endspiel vor 65.000 Zuschauern im Berner Wankdorf-Stadion: Deutschland - Ungarn 3:2 (2:2) - Spielszene: Der Ungar Ferenc Puskas (links) beim Torschuss; rechts Werner Liebrich. - 04.07.1954
Endspiel vor 65.000 Zuschauern im Berner Wankdorf-Stadion: Deutschland - Ungarn 3:2 (2:2) - Spielszene: Der Ungar Ferenc Puskas (links) beim Torschuss; rechts Werner Liebrich. - 04.07.1954 ullstein - Hartung

Middenin het centrale gedeelte van de Ferenc Puskás Academie liggen de voetprints van de Hongaarse sportlegende. Jonge talenten kijken er elke dag vol bewondering naar. Puskás mag dan een voetballer uit lang vervlogen tijden zijn, maar zijn geest leeft voort. „Puskás was het prototype van de perfecte Hongaarse voetballer”, zegt zijn biograaf György Szöllösi. „Hij was technisch sterk, maakte doelpunten, maar straalde ook buiten de lijnen wat uit. Een volstrekt uniek persoon.”

In het dorpje Székesfehérvár, op zo’n veertig kilometer rijden van Boedapest, wordt bestudeerd wat er gedaan moet worden met de erfenis van Puskás. Mede met de hulp van premier Victor Orbán werd daar in april 2007 een voetbalopleiding geopend die de naam draagt van het boegbeeld van de ‘Magische Magyaren’. De academie werkt samen met profclub Videoton en leverde eerder dit jaar vol trots met Adám Gyurcsó de eerste international af. „Iedereen bij de academie stond te juichen toen hij zijn debuut maakte”, legt Szöllösi uit. „Laten we hopen dat dit een stimulans is voor anderen. Maar een nieuwe Puskás is niet te maken.”

In elk vertrek van het trainingscentrum, waar circa zestig jeugdspelers intern verblijven, hangen de wanden vol met foto’s van Puskás. Als international van het Hongaarse elftal dat in 1952 na het winnen van het olympisch voetbaltoernooi in Helsinki als ‘de gouden ploeg’ de geschiedenisboeken inging. Als de leider van de Hongaren die in 1953 op Wembley de onverslaanbaar geachte Engelsen met 6-3 vernederde in ‘de wedstrijd van de eeuw’. Bij de verloren WK-finale in 1954. Maar ook als ‘kannonnetje boem’ in het hagelwitte shirt van Real Madrid toen heel Europa zich aan hem vergaapte – behalve de Hongaren achter het IJzeren Gordijn.

Puskás was een man met verschillende gezichten. Hij liet zich door niets en niemand de wet voorschrijven. Als jeugdig toptalent van Kispest zette hij op zijn zestiende alles naar zijn eigen hand. Puskás had al snel door dat hij als voetballer iedereen in zijn land ontsteeg en genoot ervan dat het volk aan zijn voeten lag. Maar met de vaderlandsliefde was het gedaan, toen in 1956 de Russische tanks Boedapest binnenrolden. Puskás wilde van geen beperkingen weten en vluchtte tijdens een tournee met de Hongaarse ploeg naar het buitenland. De FIFA wilde hem schorsen, maar de Spaanse leider Franco had daar lak aan en liet hem voor Real Madrid spelen. Als gevluchte voetballer was hij in zijn geboorteland een persona non grata.

„Pukás heeft twee carrières gehad”, stelt Szöllösi. „Hij heeft Hongarije als voetballand op de kaart gezet, maar eigenlijk was zijn periode bij Real Madrid nog indrukwekkender. Probleem was echter dat iedereen buiten Hongarije hem wel heeft zien schitteren, maar de bevolking hier kreeg er weinig tot niets van mee. Neem de Europa-Cupfinale in 1960 tussen Real en Eintracht Frankfurt, voor 135.000 toeschouwers op Hampden Park in Glasgow. Puskás scoorde vier keer. Overal was de wedstrijd via televisie en radio te volgen. Maar niet in Hongarije. Vier regels in de grootste krant. Meer niet.”

Szöllösi, die als hoofd communicatie verbonden is aan de Ferenc Puskás Academie, is van mening dat de profjaren bij Real Madrid het belangrijkste erfgoed zijn. „Toen hij in Spanje aan de bak wilde zag bijna niemand het in hem zitten. Puskás was dertig jaar, veel te dik en omstreden. Puskás stelde zich bescheiden op, viel in mum van tijd achttien kilo af en veroverde al snel de harten van de Spanjaarden”, zegt de auteur van het boek Puskás. „Ik heb jaren achtereen beelden van hem bestudeerd. Hij was zó compleet. Puskás maakte doelpunten, maar gaf ook assists. Een echte nummer tien.”

Puskás keerde 25 jaar na zijn vertrek pas terug naar zijn geboorteland waar hij in november 2006 stierf. De Hongaar met het magische linkerbeen kreeg een staatsbegrafenis. Nog elke dag bezoeken fans zijn graf in de basiliek van Boedapest. Hongaren zijn met terugwerkende kracht steeds meer gaan houden van de beste speler die het land voortbracht. Het nationale stadion, waar Hongarije vanavond tegen Oranje speelt, draagt zijn naam. Op verschillende plekken in de Hongaarse hoofdstad staat zijn borstbeeld. Szöllösi: „Iedereen in Hongarije heeft de beelden van Puskás nu op het netvlies staan. Voor de talenten op de academie is zijn voetbal lesmateriaal.”

Volgens Szöllösi is Puskás de ware uitvinder van het totaalvoetbal. „Rinus Michels krijgt hiervoor de credits, maar het spel van Puskás was revolutionair. Alleen is daar nooit de term totaalvoetbal opgeplakt. Michels heeft zich bij Ajax als trainer laten inspireren door zijn latere opvolger Stefan Kovács – een geboren Hongaar. Puskás was voor vele coaches in Europa een inspiratiebron. Maar door zijn vertrek naar Spanje helaas in Hongarije zelf niet.”

De Hongaren willen niets liever dan in navolging van de periode-Puskás opnieuw aansluiting krijgen met de wereldtop. In 1986 deden ze voor het laatst mee aan een WK. „Natuurlijk worden mensen er wel eens moe van dat bij ieder succes een vergelijking wordt getrokken met de magische jaren vijftig”, zegt Szöllösi. „Aan de andere kant moeten we Puskás als ons kleine broertje blijven koesteren. Er is maar één Puskás. Hij heeft tot de allergrootsten gehoord. Dat mogen we nooit vergeten.”