Hoer-heiligecomplex

Het is zo’n misstand waar we zo gewend aan zijn geraakt, dat het ineens ‘taboedoorbrekend’ heet als een Belgische studente er 17 minuten film van maakt. In Femme de la Rue liet Sofie Peeters zich filmen in een Brusselse multiculturele wijk, nageroepen („hoer”, „slet!”) en geïntimideerd.

De Balie organiseerde er maandagavond een groot debat over in Amsterdam. Een van de hamvragen: is dat seksistische gedrag cultureel bepaald?

Ja, vond Samira Bouchibti, die er een boek over schreef. Is dat geen racisme? „Nee, want als iets waar is, is het waar.”

Ahmed Marcouch, PvdA-kamerlid, schudt z’n hoofd. Het gaat niet om cultuur, maar om de bredere „categorie hufterigheid”. Er is toch ook intimidatie op de werkvloer? Zelf siste hij nooit naar vrouwen. Hij keek alleen. Een kwestie van opvoeding. Publiciste Karin Spaink valt hem bij: Nederlandse mannen zijn net zo erg.

Het lijkt een herhaling van zetten in een debat van een paar jaar terug: Marokkanen waren oververtegenwoordigd in de criminaliteitsstatistieken.

Zie je wel, dan zat het toch in de cultúúr! Nee, riep de verdediging ook toen. Het was de beroerde sociale situatie, en dáár waren allochtonen nu eenmaal in oververtegenwoordigd.

Voor die criminaliteitsstatistieken ging dat misschien op. Met het seksisme kom je er niet meer mee weg. Marcouch levert er zelf munitie voor aan. Toen hij eens aan ouders van zulke sissende jongeren vertelde wat hun zonen zoal op straat riepen, krompen ze in elkaar: het Marokkaanse woord voor hoer is thuis volstrekt uit den boze.

Het verraadt een onderliggend verknipt vrouwbeeld in die cultuur, dat later vanuit de zaal wordt bevestigd door onder meer Marokkaanse jongeren.

Moustafa zei: „Je mag als jongen nooit een vriendinnetje mee naar huis nemen, daarom moet je het van de straat hebben.” De maagdelijkheidscultuur van orthodoxe religies lijkt me een vruchtbare voedingsbodem voor een hoer-heiligecomplex en het bijbehorende machogedrag. Dat zie je ook in streng katholiek Italië.

Ja, natuurlijk zijn er ook lompe Nederlanders uit lagere milieus. En natuurlijk zijn er ook keurig opgevoede Marokkanen als Marcouch. Maar als je een hoer-heiligecomplex optelt bij sociale zwakte, krijg je het monster dat de buitenwijken van onze steden tot no go area voor vrouwen heeft gemaakt. Helaas blijkt juist de populatie met die funeste combinatie heel omvangrijk. Dan kun je wel, zoals Marcouch voorstelt, „een norm stellen en handhaven” (alhoewel: bonnen uitschrijven voor sisgedrag?), maar daarmee richt je je alleen op de sociale component, met een overheid als opvoeder.

Toch zal dat nodig zijn. Al was het maar om te voorkomen dat we sympathie krijgen met de conclusie van ‘Iris’, uit een van de ingezonden praktijkverhalen: „Ik wil Marokkanen niet haten, maar soms dwingen ze je er zelf toe.”