Hoe politici in de rol van entertainers kwamen

Televisieprogramma’s willen graag politici aan tafel hebben. Maar dan moet er wel een ‘leuke’ gast bij als Jan Smit of Peter R. de Vries. Is dat eigenlijk erg?

Het eerste lijsttrekkersdebat was nog niet halverwege of de campagne van GroenLinks was al mislukt verklaard. Met dank aan Ferry Mingelen, politiek commentator van de NOS. Partijleider Jolande Sap had net als haar collega’s wat vakantiekiekjes ter beschikking gesteld om het debat aantrekkelijker te maken. Op één daarvan kwamen wat vervallen muren in Turkije prominent in beeld.

De journalist: „Ik heb eigenlijk maar één vraag. Welke gedachte had u toen u die foto van een ruïne opstuurde? Zit er een symboliek in naar uw eigen situatie?” Iedereen, ook Sap, begreep dat Mingelen sprak over de peilingen, die voor GroenLinks al lange tijd een halvering bij de verkiezingen voorspellen.

In dit korte dialoogje kwamen een paar ontwikkelingen samen die deze verkiezingen beheersten, vaak tot onvrede van politici zelf. Omroepen, ook de publieke, doen hun best om van de verkiezingscampagne amusement te maken. Peilingen bieden daarbij houvast: wedstrijden verkopen, zo blijkt wel uit de wildgroei van programma’s waarin mensen dansen, zingen of schoonspringen. Zoals kijkers van dit type programma met sms’jes een winnaar aanwijzen, zo doen de makers van tv-debatten dat met hun ‘tweede scherm’ waarop een niet representatieve groep kijkers zegt wie de beste debater was.

Tijdens de campagne zitten er bij de talkshows ook altijd niet-politici aan tafel. Zij moeten voor de nodige luchtigheid zorgen, van cabaretier Theo Maassen en zanger Jan Smit tot voetbalkenner Johan Derksen en misdaadverslaggever Peter R. de Vries. Ook kranten maken politiek persoonlijker. Neem de fotoserie in deze krant, over kandidaten en hun droomberoep.

Betrokkenen bij de huidige campagne willen niet met naam praten over de rol van de media in deze campagne. Bij partijen waar het – in de peilingen – slecht gaat, zijn ze bang voor slecht verliezer te worden uitgemaakt. Partijen die op winst hopen willen geen problemen maken met journalisten; die houden zich daarom ook stil. Maar off the record willen ze allemaal wel wat kwijt.

De reacties variëren: soms is er ergernis. Zo zegt een politicus die als links van het midden omschreven wil worden dat de concurrentie tussen omroepen onderling leidt tot een wildgroei aan debatten die elkaar allemaal willen beconcurreren. En dat doen ze door met debatformats te spelen, en „dat tweede scherm, toch wel de allerslechtste van alle slechte peilingen”, zegt deze politicus. Daarbij, zegt hij, maken sommige media onderdeel uit van de campagne: „De Volkskrant is voor Samsom, De Telegraaf voor Rutte.” En dat beïnvloedt ook hoe ze de peilingen duiden.

Bij de VVD is de woede over de factcheckers die uitlatingen op waarheid controleren groot. Hun leider Mark Rutte komt er vaak niet goed van af, wat zijn tegenstanders deze campagne munitie gaf om de premier voor leugenaar uit te maken.

Maar er is ook berusting bij de partijen zelf, en het besef dat politici deels verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling. Een CDA’er zegt dat partijen waar het niet lekker gaat, altijd klagen. „Politieke partijen zijn verantwoordelijk voor hun eigen toonzetting.” Hij gebruikt een analogie: partijen bedenken een idee en rollen dat als een sneeuwbal de heuvel af. Neem dit als voorbeeld: Rutte begint door de PvdA een gevaar voor Nederland te noemen, media herhalen en analyseren zijn opmerking dat (de sneeuwbal verzamelt sneeuw) en Rutte krijgt van alle kanten kritiek (de bal stuitert dan alle kanten uit). En vervolgens moeten VVD’ers zich verdedigen tegen verwijten dat Rutte geen staatsman is en angst probeert te zaaien.

Volgens sommige (ex)-politici zijn deze ontwikkelingen schadelijk voor de kwaliteit van de verkiezingscampagne, en daarmee het democratisch proces. Thom de Graaf, voormalig leider van D66, beklaagde zich op Twitter: „Media kapen onze verkiezingen.” Gevraagd om uitleg zegt hij: „Tv maakt er een contest van en bepaalt de context. Politici worden in de rol gedwongen van entertainers. Dat kan het aantal belangstellingen doen toenemen, maar verschraalt.”

De Graaf noemt voorbeelden van hoe media, en vooral de audiovisuele, de campagne „ingrijpend beïnvloeden”. Zo organiseert RTL4 een ‘premiersdebat’, terwijl mensen helemaal geen premier kiezen. En nodigt de omroep ook nog eens Geert Wilders uit: „De kans dat hij premier wordt is nihil, omdat alle andere partijen samenwerken met hem hebben uitgesloten. Het format is dus kwestieus.” Volgens de D66’er beperken de omroepen zich ook tot onderwerpen die „vermaken”. Dus komen dingen als veiligheid en onderwijs op tv nauwelijks aan bod. Maar dat speelt zich af in een parallelle campagne, volgens De Graaf. Waar bijna niemand iets van meekrijgt – maar die evengoed morgen afloopt.