Fiat-fabrieken in Polen zijn populair in Italië

Topman Marchionne van autobouwer Fiat is niet onder de indruk van de kwaliteit die in Italië wordt geleverd. De beste Fiat-fabriek staat in Polen en niet in Italië.

Fiat-topman Sergio Marchionne is niet populair bij de Italiaanse vakbonden. De nuchtere, doorgaans in donkerblauwe truien geklede Marchionne vindt dat de Italiaanse vestigingen van zijn bedrijf maar matig scoren op het punt van kwaliteit.

Om de kosten te drukken, heeft Fiat in Europa de blik nadrukkelijk naar het oosten gewend. De nieuwe Fiat 500L wordt bijvoorbeeld vervaardigd in Servië, de Doblo komt tot stand in Turkije en in Polen (waar het merk al sinds jaar en dag actief is) worden niet alleen complete auto’s, maar ook motoren gebouwd.

De 160 vestigingen die Fiat wereldwijd heeft, strijden jaarlijks onderling om de prijs van de beste fabriek. In de topvier van klassement staat slechts één fabriek uit Italië. Nog pijnlijker is dat de de aanvoerder van de lijst en de nummer vier in Polen staan, in Bielsko Biala en Tychy.

De fabriek in Bielsko Biala (Silezië) bouwt de redelijk succesvolle 1,3 liter dieselmotor en daarnaast Fiats tweecilinder Twin Air-motor, die in 2010 tot ‘Engine op the Year’ werd uitgeroepen. Mede vanwege de (ook op de Italiaanse thuismarkt) tegenvallende vraag naar Fiat-modellen is de productie in de Twin Air-fabriek bescheiden. „We kunnen hier op jaarbasis 450.000 motoren bouwen”, zegt directeur Emanuele Lorenzin niet zonder trots. Om er meteen aan toe te voegen dat op dit moment de jaarproductie slechts zo’n honderdduizend stuks betreft.

Lorenzin, sinds drie jaar aan het hoofd van de Twin Air-fabriek, prijst zich mede daarom gelukkig met de wijze waarop zijn productie-eenheid is opgezet. „De grootste kwaliteit van deze productielijn is de flexibiliteit. We kunnen heel makkelijk schakelen naar grotere of juist kleinere productieaantallen. Op een plek waar nu twee of drie mensen staan kunnen ook vijf man aan het werk.”

Op dit moment bouwen in Bielsko Biala 320 mensen de Twin Air-motoren, maar de maximum productie van 450.000 stuks kan met 640 mensen worden gehaald, schetst Lorenzin de mogelijkheden. „De fabriek is zó ingericht dat twee keer zoveel mensen vier keer zoveel benzinemotoren kunnen bouwen.”

De dieselmotorenproductie in Polen is op dit moment lonender. In twee shifts van acht uur bouwen zo’n zevenhonderd man op jaarbasis meer dan 600.000 compacte dieselmotoren, die niet alleen worden gemonteerd in Fiats en Alfa Romeo’s, maar ook in Opels, Chevrolets en in de Ford Ka. Laatstgenoemd model wordt door Fiat (in opdracht van Ford) gebouwd in de tweede Poolse Fiat-fabriek, in het eveneens in Silezië gelegen Tychy. Daar komen ook de Fiat 500 en de Lancia Ypsilon vandaan.

De bouwkwaliteit van de Twin Air-fabriek is volgens directeur Lorenzin een voorbeeld voor de hele Fiat Groep. Hij roemt, zelf Italiaan, de mentaliteit van zijn Poolse werknemers. Die nemen genoegen met een bruto maandsalaris van zo’n duizend euro en hebben evenmin last van wat door bestuursvoorzitter Marchionne „het voetbalsyndroom” wordt genoemd.

Marchionne ergert zich – ook in het openbaar – enorm aan het feit dat in meerdere van zijn Italiaanse fabrieken het ziekteverzuim naar indrukwekkende hoogte stijgt wanneer een club als Juventus of Napoli een belangrijke Champions League-wedstrijd speelt of als het Italiaanse elftal een interland afwerkt. Hij dreigde zelfs het hoofdkantoor van Fiat naar Amerika te verplaatsen en haalde zijn schouders op toen de Italiaanse premier Monti daar zijn ontstemming over uitsprak.

Marchionne zegt simpelweg dat hij bezig is van Fiat een wereldbedrijf te maken en daar passen geen nationalistische gevoelens bij. Productie in andere landen dan Italië gebruikt hij als stok achter de deur om de Italiaanse vakbonden in toom te houden. Nog onlangs sloot Marchionne een deal met Mazda om samen in Hiroshima een open achterwielaangedreven twoseater te gaan bouwen: de Mazda MX-5 en de Alfa Spider. En heel voorzichtig begint de verkoop van Fiat is de Verenigde Staten op gang te komen.

Directeur Lorenzin van de Poolse Twin Air-fabriek kan de zienswijze van zijn grote baas wel volgen. Hij is erg te spreken over de motivatie van zijn Poolse werknemers. „De medewerkers hier zijn enorm betrokken bij het bedrijf; vorig jaar kregen we na een oproep bijna zevenduizend suggesties voor efficiencyverbeteringen binnen. We hebben onze robots geheel zelf ontwikkeld en voetbalwedstrijden hebben hier geen enkele invloed op de productie. Dat hebben we wel gezien tijdens het Europees Kampioenschap hier in Polen. Het Poolse team deed ook mee, maar zelfs tijdens die wedstrijden kwam iedereen opdagen. Het zit nu eenmaal in de mentaliteit van de Polen dat ze altijd net even verder doorzetten. Ze willen gewoon de beste zijn en daar zijn ze trots op.”

Dat zijn tweecilinderfabriek in Silezië maar op een kwart van zijn capaciteit draait, is voor directeur Lorenzin niet echt een punt. Hij verwacht dat wanneer de Europese eisen ten aanzien van CO2-emissie nog verder worden aangescherpt de vraag naar de zuinige Twin Air-motor vanzelf aantrekt.