Een strategische stem kan altijd

De laatste peilingen wijzen op een nek-aan-nekrace tussen de zittende VVD-premier Mark Rutte en PvdA-leider Diederik Samsom. Dat doet veel kiezers twijfelen: toch maar strategisch stemmen dan? En wat moet je dan stemmen om de gedroomde coalitie mogelijk te maken? Een andere mogelijkheid: kiezen voor de inhoud. Daarom nog één keer de belangrijkste keuzes op een rij over drie belangrijke thema’s: onderwijs, zorg en de economische crisis. Wie betaalt de rekening daarvan?

Annemarie Kas

Disclaimer: van strategisch stemmen is tevoren nooit te zeggen of het zin heeft.

Zoals onderzoeker Martin Rosema van de Universiteit Twente zegt: het is een loterij. „Je hebt kans op een prijs, maar of die ook echt jouw kant op komt, is afwachten.” Het is immers onzeker wat politici na verkiezingen precies doen met hun stemmen.

Maar inschatten wat de consequenties van een stem zijn, is wel degelijk te doen. Uit peilingen, uitspraken van lijsttrekkers van afgelopen dagen en door uitsluiting van coalities die écht onwaarschijnlijk zijn (neem VVD, SP met PVV) valt een schema met coalities te destilleren. Bij welke partijen kan de partij van jouw keuze aansluiten, en hoeveel kans is er op een ‘verloren’ stem, een oppositierol voor die partij?

De SP lijkt maar in één coalitie terecht te kunnen komen, en dat is geen al te waarschijnlijke. D66 en CDA hebben al gezegd liever niet met de SP te regeren. Terwijl in elk geval één van beide nodig is voor een meerderheid met SP, PvdA, GroenLinks, Partij voor de Dieren en ChristenUnie. Dat zijn bovendien wel heel veel partijen om mee samen te werken.

Dan is er de middencoalitie: het lijkt erop dat de drie gevestigde partijen (VVD, PvdA en CDA) samen genoeg zetels halen. Alleen is dit voor Diederik Samsom (PvdA) geen aantrekkelijke optie, omdat zijn partij dan in haar eentje links tegenwicht moet bieden aan twee rechts georiënteerde partijen.

Dan optie drie: de vijf partijen die dit voorjaar het begrotingsakkoord samen afsloten, wat je de Lentecoalitie zou kunnen noemen. Probleem kan zijn dat deze in een nieuwe Tweede Kamer niet eens de kleinst mogelijke meerderheid van 76 zetels halen. CDA en GroenLinks rekenen, zacht uitgedrukt, niet op winst morgen. En vijf partijen is ook wel erg veel om beleid mee te maken, in plaats van alleen principeafspraken over bezuinigingen.

Zoals het er nu uitziet zou ‘gewoon’ Paars, met VVD, PvdA en D66, in de Tweede Kamer een meerderheid halen. Inclusief GroenLinks zouden ze ook in de Eerste Kamer op een meerderheid uitkomen – alleen zei VVD-leider Rutte hiervan al dat hij de kans klein acht. Maar goed, de kans op de vorige constructie, een minderheidskabinet van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV, was vooraf ook bepaald niet hoog ingeschat.

Tot ver in de jaren 90 dachten onderzoekers dat strategisch stemmen in Nederland niet voorkwam, vertelt Martin Rosema. Hij heeft als één van de eersten in Nederland systematisch gekeken naar stemgedrag. Strategisch stemmen past vooral bij een tweepartijenstelsel, zoals in de Verenigde Staten of Groot-Brittannië, waar kleine partijtjes weinig kans maken.

Maar het bleek wel te gebeuren: zijn schatting is dat 10 tot 15 procent van het Nederlandse electoraat kiest voor een andere dan zijn favoriete partij. Soms uit gewoonte, soms omdat ouders ook altijd al op die ene partij stemden, soms omdat die ene lijsttrekker een betere premier lijkt. Maar het vaakst omdat zo’n strategische stem goed uit lijkt te komen qua coalitievoorkeur.

Logischerwijs profiteren grotere partijen het meeste van kiezers die strategisch stemmen. Op links zullen mensen met een voorkeur voor GroenLinks en SP overwegen over te stappen naar de PvdA. Op de rechterflank zijn het PVV-stemmers die mogelijk VVD stemmen.

Al kan die dynamiek dit jaar wel eens anders uitpakken, zegt Rosema: „Nu de grotere partijen steeds kleiner worden, doen de kleinere er meer toe bij coalitievorming.” Dat is precies de reden dat D66 nu als verkiezingsleuze heeft ‘strategisch’ op D66 te stemmen.

Kiezers die strategisch stemmen, zetten hun stem vaker in voor een positieve voorkeur dan voor een negatieve: ze stemmen vaker vóór een bepaalde coalitie dan dat ze proberen om anderen uit het kabinet te houden. Iemand stemt dus eerder VVD omdat hij rechts beleid wil, dan om de PvdA uit een kabinet te houden.