Duits hof baant pad uit democratisch tekort EU

Europa moet anders, maar hoe? Met die vraag worstelt Europa. Morgen oordeelt het Duitse Constitutionele Hof. Een verzoek om uitstel werd vanochtend afgewezen.

Irritatie aan tafel. Op een diner in Brussel lopen een Duitser en een Française vooruit op de uitspraak van het Duitse Constitutionele Hof in Karlsruhe over het euronoodfonds ESM. Ze debatteren zo staccato boven hun gebraden eendepoot, dat tafelgenoten hun gesprekken staken en meeluisteren.

De Duitser: „In Europa worden alsmaar nieuwe beslisstructuren opgetuigd om de euro te redden, zoals het permanente noodfonds ESM. Het ESM kan grote bedragen uitlenen aan eurolanden of banken. Wat het Hof wil weten, is of daar genoeg democratische controle op is. Veel Duitsers denken van niet. Het gaat hier om belastinggeld. Óns belastinggeld. Dit raakt de nationale soevereiniteit. De kern van de democratie. ”

„Jullie doen alsof jullie alles betalen,” zegt de Française. „Dat is onzin. Elk euroland stort naar rato in de pot. De Grieken betalen procentueel net zoveel aan leningen voor Griekenland als de Duitsers. Maar jullie zijn de enigen die constant alle besluitvorming willen toetsen in het parlement en de rechtbank. Iedereen moet aldoor op Duitsland wachten.”

Tegen het toetje zijn de twee nauwelijks dichter bij elkaar gekomen. De vragen die de Duitse rechters deze zomer kregen voorgelegd, zijn behoorlijk complex. Kunnen ministers van Financiën beslissen om miljarden van het ESM uit te lenen zonder dat parlementen hun zegje doen? Kan de Europese Centrale Bank, voor de stabiliteit van de euro, het noodfonds gebruiken om staatsobligaties van eurolanden op te kopen? Kunnen ondemocratische instellingen als ECB, Europese Commissie of IMF besluiten waar een soeverein land zijn geld aan uitgeeft?

„Dit zijn vragen die iedereen in de eurozone zich moet stellen, niet alleen Duitsers”, zegt Janis Emmalouilidis van het European Policy Center in Brussel. „De crisis is Europa ingrijpend aan het transformeren. Hoe kunnen we de Europese besluitvorming veranderen, nieuwe instellingen opzetten, zonder onze democratieën geweld aan te doen? We lopen met Europa tegen de grenzen aan van wat juridisch en politiek mogelijk is in lidstaten. Dat is op te lossen, maar vereist diepgravende discussies. ‘Karlsruhe’ gaat over de toekomst: hoe willen we Europa inrichten, wie heeft het voor het zeggen?”

Weinig mensen verwachten dat het Hof morgen oordeelt dat de werking van het noodfonds de Duitse grondwet schendt, en dat Duitsland dus dit ESM niet kan ratificeren. Of dat het Hof een streep haalt door het ‘fiscal compact’ dat eurolanden (en een paar niet-eurolanden) eerder dit jaar sloten om limieten aan staatsschuld en begrotingstekort in beton te gieten. Als dat wel gebeurt, is het eerdere euro-bluswerk voor niets geweest, want zonder Duitse ratificatie geen ESM. Dan is er alleen het oude fonds EFSF, waar niet genoeg meer in zit (ongeveer 180 miljard) voor Spanje of andere landen. De ECB staat dan voor schut. Wat de markten zouden doen, laat zich raden. Weinigen denken dat de rechters dit soort chaos op hun geweten willen hebben.

Maar dat het Hof het ESM en de begrotingsafspraken zomaar goedkeurt, lijkt even ondenkbaar. Het democratische tekort ís een thema in Europa, steeds meer. Ook na het Lissabonverdrag en de oprichting van het EFSF stapten Duitsers naar de rechter. Na de aankondiging dat de ECB staatsobligaties gaat kopen, vorige week, kwam er wéér een klacht bij. Hier zeurt een probleem dat politiek nijpend wordt. Velen verwachten daarom dat het Hof ja zegt, onder voorwaarden – zoals een sterkere inbreng van de Bondsdag bij de eurobesluitvorming, of het advies om de grondwet te wijzigen, waarvoor een referendum nodig is. Dat betekent opnieuw vertraging.

Volgens Guntram Wolff van de EU-denktank Bruegel „zal Karlsruhe zich niet uitspreken tegen een Europese superstaat, als dat is wat er moet worden opgetuigd. Het Hof kan wél zeggen dat de legitimiteit van dit nieuwe Europa moet komen van nationale parlementen, zolang er Europees niets vergelijkbaars is. Sommigen zeggen: het Europees parlement is er toch? Maar europarlementariërs hebben over de euro niet veel te zeggen. Hun reputatie bij kiezers is zwak.”

Zo worstelen de Duitsers met dezelfde vragen als Europees president Van Rompuy: Europa moet anders, maar hoe? Van Rompuy werkt met Draghi, Juncker en Barroso aan een plan voor meer politieke en economische unie. Regeringsleiders bespreken het in december. Dit zijn de ‘vergezichten’ waar premier Rutte niets van moet hebben. De vier spelen bijvoorbeeld met het idee om een Europese senaat op te richten, met nationale en europarlementariërs.

Dat hierover in Duitsland wordt gediscussieerd en elders (nog) niet, zegt Emmanouilidis, is geen toeval. „Duitsland is als sterkste economie dominant in de eurocrisis en neemt de leiding. Daarbij heeft Duitsland, anders dan Frankrijk, een federaal systeem en een assertief parlement. En ten derde: altijd als Europa verandert, komt de machtsvraag op. Wie krijgt het voor het zeggen? De rol van Duitsland ligt, door de geschiedenis, altijd gevoelig. Frankrijk en anderen willen verhinderen dat Duitsland weer te dominant wordt.”

Om deze sentimenten onder controle te houden, werd de Europese Unie destijds uitgevonden. Maar elke keer als je aan de unie sleutelt, komen oude gevoeligheden weer boven – bij de Fransen én Duitsers, zoals die twee tijdens het Brusselse etentje demonstreerden. De rest zit erbij en kijkt ernaar, terwijl Parijs en Berlijn een nieuw evenwicht zoeken.