Drie uitspraken van Alexander Pechtold

Nederland, Groningen, 05-09-'12; Noorderlijk Lijsttrekkersdebat in het gebouw van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Alexander Pechtold achter de schermen.
Nederland, Groningen, 05-09-'12; Noorderlijk Lijsttrekkersdebat in het gebouw van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Alexander Pechtold achter de schermen. Kees van de Veen

Speciaal voor de verkiezingen van morgen schreef D66-leider Alexander Pechtold een extra hoofdstuk over Europa in zijn boek Henk, Ingrid en Alexander. Daarin komen PVV-stemmers aan het woord. De vijfde druk van het boek, inclusief het nieuwe Europa-hoofdstuk, kwam vorige maand uit. next.checkt bekijkt er twee beweringen uit over Europa. Bij tv-programma Nieuwsuur ging Pechtold onlangs in debat met PVV-stemmers. Ook uit die uitzending checken we een bewering over Europa.

,,Een op de twaalf huwelijken is tegenwoordig Europees gemengd”

Ter illustratie van de steeds nauwere Europese samenwerking schrijft Pechtold dat veel mensen in Europa zich al aanpassen aan de nieuwe omstandigheden. Zonder dat we het merken worden mensen in Europese landen volgens Pechtold steeds een beetje meer Europees. „Een klein, maar mooi voorbeeld hiervan vind ik dat een op de twaalf huwelijken tegenwoordig Europees gemengd is. Voor de Nederlandse Henk en de Spaanse Isabella krijgen grenzen dan toch een andere betekenis.”

De D66-persvoorlichting had het gisteren te druk om het precies uit te zoeken, maar vermoedde dat een onderzoek van Europees statistisch bureau Eurostat de bron is van de bewering. In het rapport Merging populations schreef Eurostat eerder dit jaar dat naar schatting een op de twaalf huwelijken in Europa in de periode 2008 tot en met 2010 gemengd was. Daarmee worden huwelijken bedoeld waarin een van de partners autochtoon is en de ander uit het buitenland komt.

Maar dat kunnen ook mensen van buiten Europa zijn. Bijvoorbeeld huwelijken van Nederlandse mannen die een vrouw uit Thailand trouwen. Hun aantal nam volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek toe van 2.800 in 2001 naar 5.700 in 2011. Per 1 januari 2011 waren er volgens het CBS 4,2 miljoen paren (niet alleen gehuwden) in Nederland. Van 282.000 paren was tenminste een van de partners in een ander land geboren. Daar zitten bijvoorbeeld ook 50.437 paren bij van wie een van de partners uit Azië komt.

Dit geeft al aan dat lang niet alle Nederlandse huwelijken met een buitenlandse partner ook met een Europese partner zijn. Hetzelfde geldt waarschijnlijk voor veel andere Europese landen. Omdat Eurostat naar buitenlandse partners kijkt en niet alleen naar Europese partners, beoordelen wij de bewering dat tegenwoordig een op de twaalf huwelijken Europees gemengd is als onwaar.

„Sinds de invoering van de euro is de gemiddelde inflatie lager dan daarvoor”

Mensen hebben het gevoel dat de euro hun is opgedrongen, schrijft Pechtold in zijn boek. Ze hebben het idee dat sinds de introductie van de euro alles duurder is geworden. Nou stijgen prijzen door inflatie vrijwel altijd. Maar volgens Pechtold stijgen ze sinds de invoering van de euro minder hard dan daarvoor. „Kijk naar de cijfers. In Nederland kwam de inflatie, de gemiddelde prijsstijging, in de periode 2002-2011 uit op gemiddeld 1,89 procent. Zo’n lage inflatie over zo’n reeks van jaren is sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer voorgekomen.” Klopt het?

Het blijkt dat Pechtold zich baseert op een CBS-persbericht uit januari 2012, tien jaar na de introductie van de euro. Daarin staan dezelfde cijfers. Het CBS schrijft dat de gemiddelde inflatie ‘vrijwel voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog’ gemeten over een periode van tien jaar beneden de 2 procent uitkomt. In het decennium vóór de euro (1992-2001) was de inflatie gemiddeld per jaar 2,61 procent.

In 2001 en 2002 was de inflatie hoog (4,5 procent) door relatief hoge loonkostenstijgingen, verhoging van de btw en accijnzen, en hogere winstmarges in enkele bedrijfstakken bij de introductie van de euro. Daarna liep de inflatie volgens het CBS terug, onder andere door de prijzenoorlog tussen supermarkten. Cijfers zijn gebaseerd op de Consumentenprijsindex die het prijsverloop weergeeft van 1.300 artikelen en diensten die een gemiddeld huishouden aanschaft.

Er is ook nog zoiets als ‘gevoelsinflatie’. Ook die houdt het CBS bij in een maandelijkse monitor. In het jaar na de omschakeling van gulden naar euro (2002) was de ervaren prijsstijging hoger dan reële stijging, die toen ook al hoog was. ‘Veel mensen raakten toen even hun ankerpunt kwijt’, schrijft het CBS. Na een klein ‘na-ijleffect’ loopt de gevoelsinflatie in de jaren erna vrijwel in lijn met de reële inflatie.

Next.checkt beoordeelt de bewering van Pechtold als waar.

„De export naar Italië is groter dan naar de BRIC-landen bij elkaar”

Vorige week zaterdag ging D66-leider Alexander Pechtold bij Nieuwsuur in debat met PVV-aanhangers. Uiteraard ging het ook over Europa. „Onze export naar Italië is groter dan die naar China, India, Rusland en Brazilië bij elkaar”, beweerde Pechtold over de zogenaamde BRIC-landen. Next.checkt zocht uit of dit klopt.

Nederland exportland voerde vorig jaar in totaal voor 409 miljard euro aan goederen uit. Daarvan ging er voor 303 miljard euro aan goederen naar EU-landen, laten cijfers van het CBS zien. Daarvan was Italië goed voor 19,5 miljard euro. Dat is inderdaad net iets meer dan de som van de waarde van de uitvoer naar China, India, Rusland en Brazilië: 17 miljard euro. Daarvan ging het meeste naar China (6,6 miljard euro) en Rusland (6,4 miljard) euro. Cijfers over juni 2012 laten hetzelfde beeld zien.

Het is overigens niet zo dat we naar alle EU-landen meer exporteren dan naar de BRIC-landen. Dat is in 2011 naast Italië alleen voor het Verenigd Koninkrijk (32 miljard), België (49 miljard) en Duitsland (99 miljard) het geval. Maar naar Spanje gaat bijvoorbeeld ‘slechts’ voor 12 miljard euro aan goederen, naar Polen voor 8,4 miljard en naar Griekenland voor 2,3 miljard.

Of dat plaatje de komende jaren hetzelfde blijft, is de vraag. De export naar de BRIC-landen is het afgelopen decennium flink toegenomen. Tussen 2001 en 2011 steeg de waarde van de export naar deze landen met bijna 270 procent, van 4,6 miljard naar 17 miljard euro. Met een stijging van 450 procent zit onze export naar China het meest in de lift. Ter vergelijking: de export naar EU-landen steeg met 62 procent.

Al met al beoordelen wij de bewering dat onze „export naar Italië groter is dan naar China, India, Rusland en Brazilië bij elkaar” als waar.