De verwarmingsenquête

Nu de verkiezingen voor de deur staan en de democratie hoogtijdagen viert, moet ik steeds denken aan die vorm van democratie in het klein: de vereniging van eigenaren, een eigenaardige minimaatschappij in elk huizenblok. Zelf bezit ik geen huis, dus ik ken de vve-vergaderingen alleen van verhalen van vrienden. Uit die verhalen kan ik inmiddels

Nu de verkiezingen voor de deur staan en de democratie hoogtijdagen viert, moet ik steeds denken aan die vorm van democratie in het klein: de vereniging van eigenaren, een eigenaardige minimaatschappij in elk huizenblok. Zelf bezit ik geen huis, dus ik ken de vve-vergaderingen alleen van verhalen van vrienden. Uit die verhalen kan ik inmiddels een paar dingen concluderen:

Vuilniszakken opde gang zijn de hangjongerenvan vve-land

elke vve-vergadering wordt er eindeloos gepraat over spullen op de gang. Vuilniszakken op de gang zijn de hangjongeren van vve-land: hinderlijk en ze komen in kluitjes. Degene die op de bovenste verdieping van het appartementencomplex woont, vindt echter dat niemand last heeft van dat oude ladenkastje, die bemodderde regenlaarzen en die paar Ikea-tafelpoten die daar slingeren. Anderen zijn het daar niet mee eens: de brandveiligheid, die heeft er last van. Dit eindigt meestal met een bestuurslid dat de statuten erbij pakt en vervolgens aankondigt in de toekomst af en toe naar boven te lopen om te zien of die hele stoelpotentoestand al netjes opgelost is.

elke vve-vergadering gaat het over ‘de reserve’. De vve heeft een bepaald bedrag in kas. De penningmeester vindt dat dit bedrag behouden moet worden: mocht er een riooloverstroming komen of ergens in een oude meterkast een nest van Afrikaanse killerbees worden ontdekt, dan is er altijd nog de reserve. De rest van de mensen wil gewoon geld terug.

elke vve-vergadering wordt er besproken wat het bestuur precies heeft gedaan. Bij de vve van een vriend wordt het bestuur niet betaald voor die activiteiten, maar mag er wel geld worden gebruikt voor de aanschaf van bepaalde producten. Bijvoorbeeld een klopboor. Dit leidt tot discussies als: „Maar er staat hier dat jullie voor 560 euro aan bonnetjes hebben ingeleverd. Wat hebben jullie daar dan mee gedaan?”

„Een klopboor van gekocht.”

„En hoe duur was die klopboor dan precies? Ik kan je namelijk klopboren laten zien van…”

„Luister eens, de tijd die ik aan het bestuur besteed heb, was minimaal drie klopboren waard. Mi-ni-maal. De klopboor die ik nu heb, is dus eigenlijk een hálve klopboor.”

Vve-vergaderingen zijn een wonder der bestuursvorming: iedereen beslist mee, waardoor iedereen vooral bezig is met de vraag of hij tekort zal komen. In het pand van mijn vriend zit een soort marxistische verwarming: door het hele blok heen gaat op dezelfde tijd de cv aan en uit. Eerder uitzetten kan, eerder aanzetten niet. Elk jaar wordt er met het hele pand besloten hoe laat de verwarming aan zal gaan, en hoe laat weer uit. Nu wonen er een paar oude mensen, die al jaren hetzelfde appartementje hebben. Er wonen ook een hoop studenten. De oude mensen willen graag om tien uur naar bed: van hen mag de verwarming om half elf uit. De studenten willen graag om één uur ’s nachts dronken kunnen thuiskomen en dan nog een ei bakken in een warm huis. Wat er gebeurt als iedereen de verwarmingsenquête moet invullen: de ouderen geven op dat de verwarming om vier uur ’s middags uit mag, de jongeren kiezen voor vijf uur ’s nachts. Beiden in een poging het gemiddelde gunstig voor hen uit te laten vallen.

Ook een vve hangt van tactisch stemmen aan elkaar.