De meent-fout

Stelt u zich een sappig stuk land voor, dat voor alle boeren van een stad beschikbaar is: een meent. Het valt te verwachten dat elke boer zoveel mogelijk koeien naar dat weiland stuurt om te grazen. Dat werkt, zolang er koeien verdwijnen door diefstal of ziekte, kortom: zolang het aantal koeien een bepaalde hoeveelheid niet overschrijdt en het land dus niet wordt uitgeput. Zodra dat anders wordt, verandert het mooie idee van de meent in tragiek.

Als rationeel mens probeert elke boer zijn winst te maximaliseren. Hij vraagt zich af: ‘Wat voor winst levert het mij op als ik een extra koe op de meent zet?’ Voor de boer leidt dit tot de extra opbrengst van één koe die hij kan verkopen, dus ‘+1’. Het nadeel van de overbeweiding door die ene extra koe, wordt door alle boeren gedragen. Voor de individuele boer bedraagt het daaraan verbonden verlies slechts een fractie van ‘–1’. Vanuit zijn gezichtspunt is het rationeel om het extra dier op de wei te zetten. En nog een dier. En nog een. Tot de meent het niet meer aankan.

De tragiek van de meent is – in de ware zin van het woord – een gemeenplaats. De grote fout is te hopen dat die tragiek uit de wereld geholpen kan worden door opvoeding, uitleg, informatiecampagnes, appelleren aan ‘sociale gevoelens’, pauselijke brieven of vermaningen van popsterren. Lukt niet. Wie het probleem van de meent werkelijk wil aanpakken, heeft maar twee mogelijkheden: privatisering of management. Concreet betekent het dat het sappige stuk land in privé-handen komt of dat de toegang tot de weide wordt geregeld, bijvoorbeeld doordat een staat regels opstelt. Alle andere oplossingen leiden volgens de Amerikaanse bioloog Garrett Hardin naar de ondergang.

Privatisering is de gemakkelijkste oplossing, maar ook voor management is wat te zeggen. Waarom vinden we beide oplossingen zo moeilijk verteerbaar? Waarom denken we steeds maar weer weemoedig aan de meent terug? Omdat de evolutie ons niet op dit sociale dilemma heeft voorbereid. Tienduizend jaar geleden leefden wij in kleine groepen van ongeveer vijftig mensen. Iedereen kende iedereen. Als iemand op zijn eigen voordeel uit was en hij de gemeenschap schade berokkende, werd dat meteen geregistreerd en gewroken, en de ergst mogelijke straf werd zijn deel: aantasting van zijn goede naam. Maar in een anonieme maatschappij speelt schaamte geen rol meer.

Ook wij hebben te maken met de ‘tragiek van de meent’. Denk aan CO2-uitstoot, ontbossing, watervervuiling, irrigatie, vuile openbare toiletten, ruimteafval. In al deze gevallen zijn de baten voor het individu, de kosten voor de gemeenschap. De tragiek van de meent is een effect dat alleen dan optreedt, wanneer de groepsgrootte om en nabij de honderd mensen overstijgt en we op de grenzen van de regeneratiecapaciteit van systemen stuiten.

Natuurlijk zijn er mensen die er in hun handelen voortdurend voor zorgen rekening te houden met de mensheid en het ecosysteem. Maar iedere politiek die uitgaat van een dergelijke eigen verantwoordelijkheid, is naïef. We kunnen beter niet vertrouwen op het zedelijk verstand van de mens. Upton Sinclair zegt het heel fraai: ‘Het is moeilijk iemand iets te laten begrijpen, als zijn inkomen afhangt van het feit dat hij het niet begrijpt.’

Er zijn kortom maar twee oplossingen, zoals ik al zei, privatisering of management. Wat onmogelijk te privatiseren is – de ozonlaag, de zeeën, de loopbanen van de satellieten – dat moeten we managen.

De Zwitser Rolf Dobelli schreef het boek De kunst van het heldere denken. 52 denkfouten die u beter aan anderen kunt overlaten