De kosten van de crisis

Wie betaalt dat? Dat is de vraag die voorligt woensdag. Want dat er nare maatregelen aankomen staat vast, of het nou gaat om belastingverhogingen of om bezuinigingen. De vraag is alleen bij wie de rekening wordt neergelegd, louter bij werknemers met hogere inkomens of vooral bij de mensen met een uitkering? Of bij allebei?

En daarin valt er echt wat te kiezen. Bij de VVD gaan alle huishoudens er in koopkracht op achteruit, maar de laagste inkomens meer dan de hoogste. Aan de andere kant van het politieke spectrum, bij de SP, gaat iedereen er in koopkracht op vooruit, behalve de hoogste inkomens. Die betalen de rekening.

Achter die ogenschijnlijk simpele koopkrachtinschatting van het Centraal Planbureau gaat een wereld van keuzes schuil. De SP saneert de overheidsfinanciën met 10 miljard euro de komende kabinetsperiode, de VVD met 16 miljard. De SP kiest voor het heffen van veel meer belasting op huishoudens die samen meer dan 80.000 euro per jaar verdienen. De VVD versobert juist de uitkeringen, maakt de sociale zekerheid strenger en laat zieken zelf meer betalen aan de gezondheidszorg.

Zo kan het dat de SP op de lange termijn een half miljoen minder banen creëert dan de VVD, volgens de economen van het Centraal Planbureau die de plannen van de partijen door rekenden. Wie nivelleert zoals de SP (en in mindere mate de PvdA), maakt werken minder lonend en drukt de economische groei. Dus de keuze tussen SP en VVD valt samen te vatten als: banen of koopkracht. Helaas, het kan niet allebei.

SP en PVV profiteren, als het gaat om economische groei en koopkracht in de komende kabinetsperiode, van het feit dat ze minder hervormen dan de andere partijen, laat het CPB zien. Want hervormen in een recessie is duur.

Neem de PvdA, die de hypotheekrenteaftrek beperkt. Op de lange termijn levert dat welvaart op, want de woningmarkt gaat volgens het CPB beter werken. Maar op de korte termijn dalen de huizenprijzen met 5 procent. Dat is een klap voor de consumptie en de economie. Of neem VVD, D66 en CDA, die de arbeidsmarkt hervormen en de sociale zekerheid versoberen. Op de lange termijn creëert dat banen, maar op de korte termijn stijgt de werkloosheid.

Alle partijen willen de overheidsfinanciën saneren de komende kabinetsperiode, de meeste zelfs met de harde hand. VVD, PvdA, CDA, D66, GroenLinks, ChristenUnie en SGP willen het tekort op de overheidsbegroting verkleinen met bedragen tussen de 13,75 en 16 miljard euro. Dat is een grote opgave. Het gevallen kabinet-Rutte saneerde de financiën met 18 miljard euro, door velen in 2010 gezien als een enorm bedrag. Dat geld moet ergens gevonden worden, in een kleinere overheid, lagere uitkeringen of hogere belastingen. Alleen PVV en SP bezuinigen minder: 7,25 en 10 miljard euro. Daarmee maken deze partijen de overheidsfinanciën in mindere mate klaar voor de vergrijzing die pas na de komende kabinetsperiode zijn hoogtepunt bereikt.