De dood reist mee

In een zelfgemaakt vliegtuigje vloog hij naar Afrika. In vier maanden tijd zag hij zeventien landen vanuit de lucht. Dit is wat kunstenaar Joost Conijn van het leven weet – tot nu toe

fotografie: Lars van den Brink Onderwerp: Joost Conijn
fotografie: Lars van den Brink Onderwerp: Joost Conijn

Om zijn boek Piloot van goed en kwaad te schrijven, legde kunstenaar Joost Conijn (41) zichzelf anderhalf jaar lang een ijzeren discipline op. Rond half tien ’s ochtends begon hij met schrijven. Na 45 minuten gaf hij zichzelf 10 minuten pauze. Daarna moest hij weer aan het werk, tot de dag om was. In een schriftje noteerde hij nauwgezet de tijden.

„Het was een hele ontdekking voor me dat ik kon schrijven”, zegt hij. „Ik kon namelijk pas lezen toen ik negen jaar oud was. Ik was een wild kind en op de Vrije School in Amsterdam lieten ze ons vooral buitenspelen. Toen mijn ouders naar Breda verhuisden en me op een gewone school deden, had ik een leerachterstand van drie jaar. Die heb ik in één jaar ingehaald.”

Dat doorzettingsvermogen kenmerkt Joost Conijn. Met dezelfde vastberadenheid bouwde hij zijn eigen vliegtuig, de OK-NUL 43, waarmee hij in 2010 naar Afrika vloog. „Ik zette een stoel neer in mijn werkplaats en bouwde er een vliegtuig omheen.” Als kind begon zijn dag pas echt na schooltijd als hij met een lasapparaat oude fietsonderdelen aan elkaar laste. Later ging hij naar de kunstacademie, waar hij zich toelegde op het maken van films maar zijn passie voor bijzondere voertuigen en machines bleef houden. Hij studeerde aan de Gerrit Rietveld Academie en het Sandberg Instituut, maar krijgt regelmatig de vraag of hij een technische opleiding heeft gedaan. „Mensen denken dat je alleen een vliegtuig kunt bouwen als je ervoor hebt gestudeerd. Ik wil mezelf niet beperken door zo te denken.”

Telkens daagt hij zichzelf uit om iets te doen wat eerst onmogelijk lijkt. Een vliegtuig bouwen. Ermee naar Afrika vliegen. Daar een boek over schrijven. De volgende mijlpaal is de voorstelling aanstaande donderdag in de Stadsschouwburg Amsterdam. Bevriende schrijvers, onder wie Tommy Wieringa en A.L. Snijders, werken eraan mee. Je zou denken dat hij nergens meer bang voor is, maar hij zegt: „Het is heel spannend. Straks gaat dat doek open en zitten daar driehonderd mensen. Wow.”

Hij woont op Het Domijn, een voormalig bedrijventerrein in Weesp, waar nog tientallen andere kunstenaars en creatieve bedrijfjes zijn gevestigd. Daar, op die idyllische plek die hij misschien zal moeten verlaten, omdat de gemeente het terrein wil verkopen aan PostNL, vertelt hij over de dingen die hij tot nu toe van het leven weet.

■ Goed en kwaad bestaan niet

God is voor veel mensen een ijkpunt. Ik ben niet gelovig. Goed en kwaad zijn niet absoluut, het is een afspraak die in elke tijd weer anders is.

■ Angst is een belangrijke drijfveer in het leven

Voordat ik naar Afrika vloog, was ik heel zenuwachtig. Ik moest wennen aan het idee van zo’n lange reis en aan de gevaren van het vliegen. Ik heb mijn vliegbrevet al jaren, maar ik vloog voornamelijk in Nederland. In de lucht schoof mijn angstgrens op. De angst verdwijnt niet, maar je leert ermee om te gaan. Ik moest tijdens de reis telkens problemen oplossen. Het vliegtuig ging een paar keer kapot, het weer sloeg om en mijn papieren werden niet in orde bevonden. Ik kwam zelfs in de gevangenis terecht. Daar ben ik sterker door geworden. Eenmaal middenin Afrika voelde ik me veel zekerder. Toen was ik al door zo veel angsten heengegaan. Dan landde ik weer ergens en dan stonden er weer een hoop soldaten op me te wachten.

■ Je kunt meer dan je zelf denkt

Ik heb de reis niet tot in detail voorbereid. Ik was nog nooit in het hart van Afrika geweest. Wel in Marokko, Senegal en Mali. Sommige landen waren voor mij witte vlekken op de kaart, ik wist er heel weinig over. Vooraf was alles onzeker, maar ik ben gewoon gegaan. Ik dacht: ik kom alles wel tegen. Ik wist ook niet hoelang mijn reis zou duren. Het was niet te bevatten. Je komt in absurde situaties terecht. Ik landde midden tussen de rebellen in de Centraal-Afrikaanse Republiek, in gebieden waar de halve bevolking was uitgemoord en de katholieke missie was gevlucht. Maar omdat ik in mijn zelfgebouwde vliegtuigje landde, was iedereen uit zijn rol.

■ Vlieg nooit in een wolk

In de lucht vertrouw ik alleen op mijn eigen oordeel. Voor een piloot is dat regel nummer één. Jij bent verantwoordelijk. Je kunt je nooit achter iemand anders verschuilen.

■ Je bent in Afrika nooit alleen

Ik had alleen maar goede ervaringen met de mensen. Zelfs toen ik in Oeganda gevangen werd gezet, omdat ze dachten dat ik een spion was, was iedereen heel aardig. De autoriteiten begrepen gewoon niet hoe het mogelijk was dat ik over het gevaarlijkste gebied kwam aanvliegen met zo’n vliegtuigje. Ze konden me niet plaatsen. Ik had steeds het vertrouwen dat het goed zou komen.

■ De dood is altijd dichtbij

Als je vliegt, reist de dood met je mee. Je komt over gebieden waar helemaal niets en niemand is. Dan komt de dood al een beetje naast je in het vliegtuig zitten. Je weet dat je het niet zult halen als de motor uitvalt en je een noodlanding moet maken. Ik had Antoine de Saint-Exupéry gelezen, die beschrijft hoe hij neerstort in de woestijn en ternauwernood overleeft. Je moet die gebieden toch overbruggen. Ik nam de kortste route en zat heel stil in het vliegtuig. Ik telde de uren af tot mijn bestemming. Als ik landde, was ik altijd blij om weer mensen te zien, wie me ook stond op te wachten.

■ Vriendschap is loslaten

Verwachtingen zijn killing, verrast worden is het mooiste wat er is. Alles wat je geeft, krijg je dubbel terug. Waar je liefde instopt, daar ga je van houden.

■ Zorg goed voor je muzen

Zij zijn het geheim achter alles. Ik hou nog altijd van al mijn ex-vriendinnen en doe met veel liefde alles voor ze.

■ Regels zijn relatief

Overleven als reiziger in Afrika is soms een toneelstuk, omdat er zo weinig regels gelden. Autoriteiten spelen vaak een rol. Alles kan en niks kan. Je krijgt veel mensenkennis, doordat je zoveel mensen ontmoet, iedere dag weer. Ik kon snel inschatten of er gevaar was. Ik had 5.000 euro cash in mijn achterzak, maar ben nooit bestolen. Je bent pas een prooi als je daarvoor ontvankelijk bent. Ik liet al mijn spullen in het vliegtuig zitten en betaalde soms een local om erop te letten. Gelukkig ging het nooit fout.

■ Om problemen op te lossen, moet je uitgerust zijn

Vliegen kost waanzinnig veel energie. De adrenaline giert door je lichaam. Als ik twee uur had gevlogen, moest ik ook meteen drie uur slapen. Je moet de mensen positief tegemoet kunnen treden om ze voor je te winnen. Ik zorgde altijd dat ik goed uitgerust was.

■ Als je moet wachten, verdwijnt de haast

Ik ben van nature heel ongeduldig. In Afrika moest ik een keer twee weken wachten voordat ik mijn paspoort terugkreeg. Het aardige was dat de mensen om mij heen samen met mij wachtten. Jouw probleem is hun probleem. Het wachten werd een bezigheid.

■ Ik houd mijn plannen voor mijzelf

Aan mijn vrienden en familie had ik niet precies verteld wat mijn route zou zijn en hoelang ik zou wegblijven. Ik wilde ze niet ongerust maken en ik wilde ook geen verwachtingen wekken. Zo gaat het met al mijn projecten. Wat ik ga doen, ontstaat meestal terwijl ik nog bezig ben met iets anders. Het was niet mijn plan om een vliegtuig te bouwen, ermee naar Afrika te vliegen en daar een boek over te schrijven. Het een kwam voort uit het andere. Zo zal het ook hierna gaan.

Piloot van goed en kwaad door Joost Conijn e.a., Stadsschouwburg Amsterdam, 13 september 20u30. Het gelijknamige boek verschijnt diezelfde dag. Informatie www.ssba.nl.