Blinde vlek voor opkomst Indonesië

Indonesië laat al jaren mooie groeicijfers zien. Westerse landen staan te dringen om hun banden met het opkomende eilandenrijk aan te halen. Opvallend afwezig: Nederland. „We dreigen uit zicht te verdwijnen.”

Toen premier David Cameron dit voorjaar Indonesië bezocht, nam hij dertig topmannen van Britse bedrijven mee. De komende drie jaar moet de handel tussen de landen verdubbelen, sprak hij af met de Indonesische president. Angela Merkel uit Duitsland kwam in juli, ook met zakenlieden in haar kielzog. De staatshoofden van Tsjechië, Portugal en Turkije deden hetzelfde.

De Amerikaanse president Obama kwam twee keer en was eind vorig jaar aanwezig toen Boeing op Bali de grootste deal in zijn 96-jarige geschiedenis afsloot. Het verkocht 230 vliegtuigen aan vliegmaatschappij Lion Air, voor 21,7 miljard dollar (17,3 miljard euro).

Waar blijft Nederland? Indonesië ontpopt zich de laatste jaren als Aziatisch groeikanon met een groei van gemiddeld 6 procent. Vooral aangejakkerd door de consumptie van haar 245 miljoen inwoners, het op drie na grootste inwonertal ter wereld. Westerse leiders staan in de rij om economische banden met het land aan te knopen, nu hun thuismarkten plat liggen. Maar het is zes jaar geleden dat een Nederlandse premier in Jakarta langskwam. De laatste handelsmissie was in 2008.

Nederland heeft zulke bezoeken minder hard nodig, denkt voorzitter Elmar Bouma van de Nederlandse Kamer van Koophandel in Indonesië. De landen hebben al zo’n lange geschiedenis samen. Veel Nederlandse bedrijven opereren al decennia in Indonesië en hebben daardoor een voorsprong op de concurrentie.

Maar juist nu de rest van de wereld Indonesië ook omarmt, zou het goed zijn als Nederland weer eens in alle Indonesische kranten staat, zegt Bouma. „Anders verdwijnen we uit zicht.” Bezoek op hoog niveau kan bedrijfstakken die nog niet in Indonesië zitten volgens hem een belangrijke stimulans geven. „Ik vind het hoog tijd dat hier een premier naartoe komt.”

Niet dat het Nederlandse bedrijfsleven de Indonesische groeispurt aan zich voorbij laat gaan. Wie er zit, breidt flink uit. Voedingsgigant Unilever investeert in drie jaar 550 miljoen euro en haalde vorig jaar een omzetstijging van 19 procent. Heineken wil 5,2 miljard euro betalen voor het Singaporese Asia Pacific Breweries, dat ook marktleider is in Indonesië.

Philips verkoopt meer medische apparatuur, nu welvaartsziektes als kanker en hartaandoeningen toenemen. Die markt groeit met 16 procent per jaar en Philips met een veelvoud daarvan, volgens woordvoerder Arent Jan Hesselink. De komende jaren verwacht het bedrijf honderden mensen aan te nemen.

Ook de watersector floreert. In het verleden zag ingenieursbureau Royal HaskoningDHV Indonesië als politiek onzeker, corrupt en risicovol, zegt Michael van de Watering, die de wateractiviteiten in Zuidoost-Azië leidt. Dat is volgens hem drastisch verbeterd. „In vijf jaar is het land in deze regio van onderaan het lijstje gestegen tot helemaal bovenaan.”

Het bedrijf nam in anderhalf jaar tientallen nieuwe werknemers aan. Nu leidt het de bouw van een eiland van 300 hectare voor de kust van Jakarta, waar een Indonesisch conglomeraat huizen, golfbanen en kantoren wil bouwen. Baggeraar Van Oord haalde vorige maand een opdracht van 100 miljoen euro binnen om zand te leveren voor de bouw van weer een ander eiland, zijn grootste opdracht in Azië.

Voor dit soort bedrijven worden Indonesië en andere opkomende landen steeds belangrijker, nu zij in Europa onder druk staan. Zo heeft het hoofdkantoor van bouwbedrijf BAM opeens meer interesse voor Indonesië, vertelt directeur Arjoto Wisanto.

Terwijl de bouwsector in Europa dramatische tijden doormaakt, schieten in Jakarta de wolkenkrabbers uit de grond. In vier jaar is de omzet van BAM Indonesië verdrievoudigd. Het aantal werknemers ging van 150 naar 350. Sinds januari wordt Azië niet langer aangestuurd vanuit Singapore, maar vanuit Jakarta.

Toch zou Nederland méér kunnen doen, denkt Maxi Gunawan van de Indonesische Kamer van Koophandel Kadin. Want er zijn weinig nieuwe Nederlandse bedrijven die in het land neerstrijken. Enkele uitzonderingen daargelaten, zoals olie-opslagbedrijf Vopak en reparatieconcern Teleplan (zie kaders).

Gunawan ziet tal van mogelijkheden. Van melkkoeien houden tot orchideeën kweken tot kroketten verkopen. „De FEBO zou het hier goed doen. De kleinhandel bloeit en snel eten uit een automaat halen, zou mensen hier aanspreken”, zegt Gunawan, die in Nederland studeerde. „Maar middelgrote bedrijven willen niet buiten Europa beginnen.”

En waarom exporteert Nederland niet meer naar Indonesië, nu de consumentenmarkt zo hard groeit? Elmar Bouma wijst erop dat minisupermarktketens sinds twee jaar zijn geëxplodeerd, waardoor distributie makkelijker is geworden. Tot in de verste uithoeken zitten nu Alfamarts en Indomarets. Waarom verkopen die geen Nederlandse kaas, vraagt Bouma zich af. „Dat valt hier enorm in de smaak, men gooit het zelfs over de poffertjes.” De export naar Indonesië was vorig jaar 544 miljoen euro, hetzelfde als in 2009.

Hij verklaart het gebrek aan enthousiasme uit het feit dat Nederlandse bedrijven er juist vroeg bij waren in Indonesië. „Sommige bedrijven hebben slechte ervaringen gehad in de jaren tachtig. Dat imago kleeft er nog aan, terwijl het wel veranderd is.” Wat men weet over Indonesië gaat vooral over Nederlands-Indië, zegt hij. „Kennis over wat er omgaat in de hoofden van hedendaagse Indonesiërs is minimaal.”

Andere landen staan te trappelen om Nederland in te halen. Ze stellen ambitieuze doelen voor de bilaterale handel en bedrijven maken de ene na de andere mega-investering bekend. Veelal Aziatische bedrijven, zoals elektronicagigant Foxconn die een fabriek bouwt voor drie miljoen mobieltjes per jaar. Het bedrijf wil de komende jaren 10 miljard dollar investeren.

Maar ook westerse bedrijven beginnen er of breiden uit. De Italiaanse bandenmaker Pirelli, het Franse cosmeticabedrijf L’Oréal, voedingsbedrijven Nestlé en Procter & Gamble. De Australische veesector gaat 100 miljoen steken in koeienboerderijen.

Voor Nederlandse bedrijven met wortels in de koloniale tijd, betekent het extra concurrentie. Zoals FrieslandCampina, dat met zijn merk Frisian Flag al 90 jaar een bekende is op de Indonesische markt. Het bedrijf verliest sinds 2011 licht aan marktaandeel. Grote multinationals zoals Nestlé en Danone hebben zich ook op de melkmarkt gestort. „Het is een hele competitieve industrie”, zegt woordvoerder Anton Susanto. „Iedereen komt hier en wil nummer 1 zijn.”

Maar net zoals met andere industrieën is dat ook een teken van hoe goed het gaat. FrieslandCampina groeit in Indonesië nog altijd met bijna 10 procent per jaar, zegt hij. Cijfers waar menig bedrijf in Nederland jaloers op zou zijn.

Elske Schouten