Kamervoorzitter Verbeet wil initiatief nemen bij kabinetsformatie

Foto Hollandse Hoogte / Peter Hilz

Voorzitter Gerdi Verbeet van de Tweede Kamer wil de dag na de verkiezingen het initiatief nemen bij overleg over de formatie. Ze heeft de fractievoorzitters uitgenodigd voor telefonisch overleg op donderdagochtend.

Afhankelijk van de uitkomst van de telefoongesprekken kan ‘s middags overleg volgen met alle fractievoorzitters gezamenlijk, bevestigde de woordvoerder van Verbeet tegenover persbureau Novum. Verbeet heeft de fractievoorzitters uitgenodigd omdat die niet meer naar koningin Beatrix gaan.

Volgens de woordvoerder van Verbeet is het “niet meer dan gebruikelijk” dat de Kamervoorzitter de fractieleiders de dag na de verkiezingen belt:

“Dit gebeurde in 2006 ook. Toen bleek dat de fractievoorzitters geen behoefte hadden om ‘s middags bijeen te komen.”

De Tweede Kamer besloot eerder dit jaar zelf het initiatief te nemen bij de kabinetsformatie. Dit betekent dat niet de koningin, maar de Kamer een informateur moet aanstellen.

Omdat de fractieleiders niet meer worden uitgenodigd door de koningin, is het donderdagochtend de vraag wat er precies gaat gebeuren. Vorige week stelde ChristenUnie-fractievoorzitter Arie Slob nog voor om het initiatief te nemen voor “verkennende gesprekken” over de verkiezingsuitslag. Slob zei dat het goed zou zijn als een kleine partij het initiatief zou nemen.

Critici twijfelen aan eigen rol voor Kamer

Het is dus na aan de Kamer zelf om de informateur aan te wijzen. Dat klinkt als een simpele formule, maar critici zien een aantal bezwaren, schrijft onze politiek redacteur Annemarie Kas vanmiddag in NRC Handelsblad:

Kritiekpunt één is dat tijd verloren gaat: omdat de nieuwe Kamer pas na acht dagen wordt geïnstalleerd, kan ook pas dan het debat plaatsvinden. Dat argument vegen alle partijen van tafel, al spreken ze nog liever niet over de gang van zaken na de verkiezingen woensdag. Hoe het precies gaat lopen, daarover zijn geen harde onderlinge afspraken, maar allemaal zien ze nut en noodzaak van een snelle formatie in.

Punt twee van de critici: juist door dit nieuwe proces gaat transparantie verloren, zo schrijft Kas:

Kees van der Staaij (SGP) vroeg zich in maart al af of het risico niet bestaat dat “een select groepje kiest voor een bepaalde informateur”. Voor het debat wordt al een keuze gemaakt voor een informateur, zonder dat alle fractievoorzitters gehoord zijn, vreest hij: “Een periode van acht dagen schimmige achterkamertjespolitiek.” Ook oud-vicepresident van de Raad van State en oud-informateur Herman Tjeenk Willink heeft zijn twijfels. In een toespraak eind mei zei hij: “Afgemeten aan openheid en democratie zal de wijziging, naar ik vrees, geen verbetering zijn.”