Zwitserland als het beloofde land

Zelfs de koffie van Nestlé is in Frankrijk de helft goedkoper dan in Zwitserland. Toch denkt Geert Wilders dat Nederland beter af is zonder EU, zonder euro. De Zwitsers weten nog wel een paar goede redenen om daarvan af te zien. „We moeten leven met de regels van de EU, maar meebepalen kunnen we niet.”

Matterhorn mit Blumenwiese, Wallis, Schweiz
Matterhorn mit Blumenwiese, Wallis, Schweiz

Ammoniak en champignons. „Zo ruikt succes”, glimlacht kaasmeester Alois Fleischlin, terwijl hij een bruine schijf ter grootte van een tractorwiel beklopt en besnuffelt. Kaas – een oude truc om melk houdbaar te maken – is synoniem met Zwitserland. Hier, in de zandsteengrot van Kaltbach, niet ver van Luzern, liggen in klamme tunnels de emmentaler en gruyère negen maanden te rijpen voor ze het daglicht zien. Sinds kort ligt hier ook de Kaltbach Extra, een harde kaas die het dankzij het „höhlengereift, pittig-verfijnde bouquet” uitstekend doet aan eettafels in Duitsland, Nederland en Amerika.

Een vrij nieuw fenomeen. Als Zwitserse kaas in het buitenland verscheen, was het meestal in poedervorm of in smeltbare blokken voor de raclette. Het recente exportsucces van de Kaltbach-kazen is te danken aan de geraffineerde marketing door moederbedrijf Emmi, marktleider in de Zwitserse zuivel.

Maar zeker zo belangrijk is de economische rugwind. In 2007 schafte Brussel de importheffingen op de meeste zuivelproducten af en kregen de Zwitsers vrij toegang tot de enorme markt van de Europese Unie. Van elke drie kazen verkoopt Emmi er nu één in het buitenland. En ondanks de dure Zwitserse franc blijft de kaasexport stijgen.

‘Kaltbach’ toont wat eurosceptische politici bedoelen als ze Zwitserland of Noorwegen als lichtend voorbeeld noemen: je hoeft je kennelijk noch uit te leveren aan de euro, noch aan de Europese Unie, om politiek zelfstandig te blijven en economisch succesvol te zijn.

‘Uit de euro, uit de EU’, zegt Geert Wilders’ PVV daarom, al lijkt dat gezien de peilingen voor Nederland nog twee stappen te ver. Maar in het Verenigd Koninkrijk, geen euroland en altijd al huiverig over Europese integratie, staat het lidmaatschap van de EU serieuzer ter discussie, en niet alleen ‘op rechts’. Het argument ‘een gemeenschappelijke markt, geen gemeenschappelijke regering’ kan in de aanloop naar de Britse verkiezingen, over twee jaar, een belangrijke rol gaan spelen.

Hoe ziet de ‘Zwitserse optie’ er vanuit Zwitsers perspectief eigenlijk uit? Verkeert het land inderdaad in zo’n benijdenswaardige win-winsituatie als de eurosceptici claimen? „Zwitserland is formeel onafhankelijk, maar op cruciale punten volkomen verweven met de Europese Unie”, zegt Frank Schimmelfennig, hoogleraar politicologie aan de Federale Technische Hogeschool in Zürich (ETHZ). „Daarvoor betaalt het een hoge prijs.”

De eurocrisis raakt de Zwitsers hard. Tweederde van de Zwitserse export – chemische en farmaceutische producten, zware en lichte machines, waaronder horloges – gaat naar de EU. Tachtig procent van de import komt uit de Unie.

De zwakke euro heeft de franc duur gemaakt en hindert de export. Het door de Zwitserse centrale bank (SNB) vastgestelde plafond in de wisselkoers is grotendeels schijn: het kan alleen standhouden door het aankopen van euro’s. De SNB zou alleen al voor honderd miljard franc aan Duitse schuldpapieren in de boeken hebben staan, en daarmee de grootste crediteur zijn van het belangrijkste land in de eurozone.

Juist deze week werd bekend dat na jaren van groei nu ook de Zwitserse economie begint te krimpen, het tweede kwartaal van dit jaar met 0,1 procent. „Zwitserland is geen eiland. Die oude wijsheid moeten we soms opnieuw in herinnering roepen”, schreef de Neue Zürcher Zeitung woensdag.

Consumentenprijzen waren er altijd al hoog, maar ze zijn nog verder gestegen. Wat dat in praktijk betekent, zie je ook aan de Franse kant van de grens bij Genève. Op de parkeerplaats van de Carrefour-supermarkt van Ferney-Voltaire heeft zeker de helft van de auto’s een Zwitsers kenteken. „Als het om geld gaat hebben we allemaal dezelfde religie”, schreef de beroemde inwoner van het grensplaatsje in 1760. In Frankrijk zijn vleeswaren, zuivel en koffie, zelfs koffie van het Zwitserse Nestlé, nu minimaal de helft goedkoper. De volle winkelwagentjes tonen Voltaires gelijk.

Er was een tijd dat Zwitserland het lidmaatschap van de Europese Unie nastreefde. Maar na een referendum in 1992 staat die aanvraag op ijs. De Zwitsers hechtten te zeer aan hun historische neutraliteit en hun eigen munt. Als rijk land wilden ze geen nettobetaler van de Unie worden. Bovenal waren ze bang dat hun unieke systeem van directe democratie, waarin burgers rechtstreeks over de meest uiteenlopende politieke besluiten stemmen, het zou afleggen tegen EU-wetgeving of -rechtspraak.

Sindsdien houdt Zwitserland de Unie op gepaste afstand. Verder dan Noorwegen, dat met IJsland en Liechtenstein deel uitmaakt van de Europese Economische Ruimte (EEA), de gemeenschappelijke Europese markt met een vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal. Zwitserland heeft ook toegang tot die markt, maar die is de afgelopen jaren à la carte uitonderhandeld in een bilaterale verdragen en akkoorden, waaronder dat van Schengen.

Die buitenpositie streelt de Zwitserse ziel, maar het bedrijfsleven ziet praktische bezwaren. Zo zijn niet alle markten voor Zwitserland even toegankelijk. Zoals de telecommunicatie- en de elektriciteitsmarkt. Een andere is de financiële dienstverlening. De onderhandelingen over een akkoord voor die sector zijn afgebroken, omdat Zwitserland zijn banken wilde vrijwaren van Europese controle op belastingontduiking en witwaspraktijken. Dit tot ergernis van de Zwitserse verzekeringsbranche die, afgezien van een paar deelterreinen, zijn vleugels nu evenmin kan uitslaan in Europa.

„De Europese Unie is niet geïnteresseerd in het sluiten van een akkoord voor alleen de verzekeringssector”, zegt Michael Wiesner van het Zwitserse verbond van verzekeringsmaatschappijen (SIA) in Zürich. „Daarom dringen wij er bij de Zwitserse regering op aan om opnieuw te onderhandelen over een overkoepelend akkoord voor financiële diensten met Europa.”

Hoe stevig de onderhandelingspositie is, valt te bezien. Want hoewel de relatie tussen Zwitserland en de Unie formeel gelijkwaardig is, is de praktijk „asymmetrisch”, zegt Schimmelfennig, de Zürichse hoogleraar. „Voor Zwitserland is de Unie uiteindelijk belangrijker dan omgekeerd.”

Wat in de bilaterale verdragen is vastgelegd, is aan Europese kant voortdurend in beweging. Maar het is onmogelijk om voor elke nieuwe richtlijn – van voedselveiligheid tot transport of milieu – de bilaterale akkoorden aan te passen.

Dat heeft niet alleen te maken met de bureaucratische en diplomatieke rompslomp die de 180 verschillende commissies voor het toezicht op die verdragen met zich meebrengen. Brussel heeft ook steeds minder geduld om voor wetgeving die vaak eerst moeizaam tussen de ‘eigen’ 27 lidstaten is uitonderhandeld vervolgens een speciale regeling te treffen met landen buiten de Unie. Juist de nieuwe lidstaten, die zelf pijn hebben moeten lijden om voor de EU in aanmerking te komen, voelen weinig sympathie voor de Zwitserse Sonderweg. Als het met Europa zaken wil blijven doen, heeft Zwitserland in praktijk dus maar één keuze: de meeste Europese wetgeving één op één overnemen.

Die autonomer Nachvollzug – een formule die het dubbelzinnige van de Zwitserse positie volmaakt toont – is politiek omstreden. Met name de populistische Zwitserse Volkspartij (SVP), nu de grootste in het parlement, maakt er een punt van en heeft de macht om via een referendum het volk tegen de EU te mobiliseren. Aan de andere kant dringen Brussel en het eigen bedrijfsleven er juist bij Zwitserland op aan de uitzonderingspositie op te geven en zich via allesomvattende verdragen aan de rest van de EU te conformeren.

Het resultaat is een impasse, zegt Schimmelfennig. „Wij zijn een van de landen waar het volk de regering niet volgt in het idee dat integratie nodig is. Maar in praktijk zijn we onderling zo afhankelijk dat integratie onvermijdelijk is. We hebben te leven met EU-regels, maar omdat we geen EU-lid zijn, kunnen we niet meebepalen hoe ze eruit komen te zien.”

De huidige lidstaten hebben dat voordeel juist wel; wie uit de Unie stapt, verspeelt het, zegt hij. Sterker, het is onwaarschijnlijk dat Brussel een belangrijk land als het Verenigd Koninkrijk bij een eventuele exit met dezelfde welwillendheid zou behandelen als Zwitserland vroeger ten deel viel. „Londen treft al jaren speciale regelingen met de Unie; en dat lukt veel beter van binnenuit dan wanneer je erbuiten staat.”

Zwitserland is altijd een speciaal geval geweest en zal dat wel blijven. Maar hóe speciaal moet blijken. Dat het Zwitserse bankgeheim zijn langste tijd heeft gehad, staat vast, nu het land de boeken heeft moeten openen voor de Amerikaanse belastingdienst en gegevens over Europese zwartspaarders ook hun weg naar buiten vinden.

En PVV-chef Wilders mag zeggen dat Nederland, eenmaal Zwitserland geworden, „geen bakken geld meer [hoeft] te geven aan Oost- en Zuid-Europa”, feit is dat het land intussen vele miljarden heeft bijgedragen aan Europese ontwikkelingsfondsen voor nieuwe lidstaten in Oost-Europa. Dit waren nominaal ‘vrijwillige’ stortingen, maar de Zwitserse regering noemt het zelf „essentieel” een bijdrage te leveren aan de uitbreiding van de EU, en daarmee de eigen handelsbetrekkingen.

Toch zijn er in Zwitserland weinig voorstanders van een instap in de EU te vinden. Juist zijn historische positie als buitenbeentje heeft de Zwitserse economie tot de meest innovatieve van Europa gemaakt, zegt Xavier Comtesse van de liberale denktank Avenir Suisse in Genève. „Het is beter in de jungle dan in de botanische tuin. Als je er alleen voor staat, moet je wel slimme oplossingen bedenken.”

Neem de Zwitserse horloge-industrie, eind jaren zeventig op sterven na dood door Japanse concurrentie. Die beleefde een dubbele wederopstanding toen enerzijds bleek dat het goedkope en modieuze Swatch-horloge niet was aan te slepen, en dat er aan de andere kant van de markt een enorm gat zat voor merken die niet langer de tijd verkopen maar het moderne levensgevoel.

In de Zwitserse Jura maken Patek Philippe, Breguet, Blancpain en al die andere merken hun horloges op een steenworp afstand van elkaar. Veel van die oer-Zwitserse merken hebben hugenootse wortels; ze zijn opgericht door Franse protestantse horloge- en klokkenmakers en hun nazaten die in eigen land hun leven niet zeker waren. Mobiele arbeid in de zeventiende eeuw. Anno 2012 is het niet anders: een aanmerkelijk deel van de workforce in de Jura bestaat uit ontslagen werknemers uit de Franse auto-industrie.

Open grenzen en mobiele arbeid, zowel hoog- als laagopgeleid, zijn een absolute voorwaarde om innovatief te kunnen zijn, zegt Comtesse. Er is er volgens hem nog een. De Europese Unie en de globalisering in het algemeen hebben een einde gemaakt aan het idee dat wetten en regels zich houden aan een nationaal territorium. „Je moet ophouden daarin te geloven. Zwitserland bewijst weliswaar dat er toekomst is buiten de Unie. Maar wie eruit wil om zich in een ‘nationaal isolement’ aan de anderen te onttrekken, doet het om precies de verkeerde reden.”