Schoenen uit het lab

In het walhalla van de hardloopschoen zoekt recreatieloper het ideale paar. Hij gaat naar huis met groengerande, zwarte monsters.

Links Hardloopbaan waar de voetafwikkeling van topatleten wordt gemetenRechts De meetbaan voor de recreatieve hardloper
Links Hardloopbaan waar de voetafwikkeling van topatleten wordt gemetenRechts De meetbaan voor de recreatieve hardloper

Helemaal naar België reizen om nieuwe hardloopschoenen te kopen en dan in een winkel terechtkomen waar geen hardloopschoen te zien is. Links van de ingang hangen wel veel hardloopkleren. Recht vooruit een knaloranje balie. Rechts een tientallen meters lange, lichtblauwe hardloopbaan.

Dit is de winkel van RSLab, op het industrieterrein van Zwijndrecht, even ten westen van Antwerpen. Wereldberoemd. RSLab staat voor runners service lab.

De Nederlandse Atletiekunie beveelt topatleten met blessure- en schoenenproblemen een bezoek aan de Belgische onderneming aan. Sterker, uit de hele wereld weten de toppers het RSLab te vinden. Maar de recreatieve hardloper is even welkom in dit loopwalhalla.

De oprichter van RSLab, Jempi Wilssens, is van huis uit elektro-ingenieur. En hardloper. Ooit repareerde hij televisies en video’s. In 1980 opende hij een kleine winkel met aan de ene kant tv’s, video’s en camera’s. Aan de andere kant sportschoenen. In Beveren, een dorp verder van Antwerpen dan Zwijndrecht. „Al na een paar maanden had ik er een loopband en een camera geïnstalleerd, om analyses te kunnen doen.”

Hardloopschoenentechnologie bestond toen nauwelijks. Wilssens: „Hoe ze toen hardloopschoenen maakten? Goh. Er was een type schoen voor op straat lopen en een schoen om in het bos te lopen. Overpronatie, supinatie, dat kenden ze toen nog niet.” Een overpronerende loper zakt te veel naar binnen door tijdens de stap. Een supinerende loper wikkelt te veel over de buitenkant van zijn voet af.

Nike begon begin jaren tachtig met de sportschoenverkoop in Europa en had kort daarvoor een Amerikaans laboratorium geopend. Wilssens werd in de jaren tachtig consultant van de sportschoenenafdeling van Adidas, wat hij ruim 20 jaar bleef. Hij schoolde zich bij tot schoen- en voetspecialist en bouwde een fotokopieerapparaat om, zodat mensen er blootsvoets op konden staan en hij een voetafdruk kon maken. „Dan kon ik zien of iemand een holvoet had, een platvoet, een normaalvoet, een groteteenafwijking, of een andere voetafwijking. Daarmee konden we beginnen. In 1984 heb ik de eerste drukmeetplaat gemaakt.” Wilssens corrigeerde afwijkingen aan de voet met aangepaste, zelfgemaakte inlegzolen, of met kleine aanpassingen aan bestaande inlegzolen. Tegenwoordig zijn er hardloopschoenen die veelvoorkomende loopafwijkingen wat corrigeren.

Die drukmeetplaat heeft Wilssens doorontwikkeld tot de Footscan, die de druk meet van de voet die neerkomt, afwikkelt en weer afzet. Zo is te zien of iemand te veel ‘naar binnen’ of ‘naar buiten’ loopt. Een afwijkend looppatroon vergroot de kans op blessures door overbelasting. Het looppatroon van iemand die over de Footscan holt wordt vergeleken met het ‘ideale’ looppatroon. Die ideale loopcurve is ontwikkeld met tests bij rekruten van het Britse marinierscorps. En aan de hand van de duizenden metingen in de eigen klantendatabase. Mensen die lang blessurevrij bleven hardlopen droegen bij aan de gemiddelde curve. De Footscan wordt inmiddels over de hele wereld gebruikt, in universiteitslabs, in orthopedische schoenmakerijen, in gespecialiseerde winkels. Wilssens richtte er een apart bedrijf voor op: RSScan. (Diergeneeskundeonderzoekers in Utrecht lieten onlangs koeien over de Footscan lopen. Zwartbonte melkkoeien blijken de twee klauwen van hun achterpoten erg ongelijk te belasten. Het is een bron van blessures bij die dieren.)

Op de eerste verdieping van RSLab ligt een tweede hardloopbaan. Dit is het domein van de hardlooptoppers. Hier staat apparatuur die tot in detail snelheid en krachten kan meten. Atleten uit de hele wereld laten zich er soms een aantal dagen ‘doormeten’. Wilssens: „We hebben voorbeelden van sporters met langdurige blessures die medisch eigenlijk al waren opgegeven die nu weer goede uitslagen lopen.”

Toch blijven de simpelste hobbylopers welkom. Wilssens: „We hebben evenveel respect voor een toploper die zijn geld ermee verdient, als voor iemand die met tien kilometer per uur een halve marathon loopt. En natuurlijk zetten we met een grote klandizie veel schoenen om. Daardoor hebben we intensief contact met de merken. We krijgen al vroeg de nieuwe ontwikkelingen en nieuwe modellen te zien. Die testen we. We snijden ze door om te kijken hoe ze gebouwd zijn. We verkopen alleen schoenen die we goed vinden.

Wie bij RSLab schoenen wil kopen, pakt bij binnenkomst een estafettestokje. Daarop staat het volgnummer. De journalist krijgt een aparte behandeling. Jempi Wilssens draagt me, na gesprek en rondleiding, over aan zijn zoon Koen, sinds drie jaar directeur. Hij is net terug van een van de regelmatige bezoeken aan een sportschoenenfabrikant. Nike in dit geval.

Ik zeg wat ik zoek: schoenen voor een recreatieve loper die maximaal een halve marathon loopt en die vooral ’s winters twee of drie keer in de week in het bos traint. Oh ja, en die vorig jaar een wat hardnekkige hamstringblessure opliep. Een sportarts concludeerde dat dat door te slappe schoenen kwam. Op nieuwe schoenen, dit voorjaar in Nederland aangemeten, is de pijn langzaam verdwenen. Koen Wilssens bekijkt ze. Hij vraagt me schoenen en sokken uit te trekken en broekspijpen op te rollen.

Nog steeds geen hardloopschoen gezien.

Eerst meet Koen Wilssens lengte en breedte van de voet op. Dan moet ik blootsvoets de hardloopbaan op en de vierendertig meter heen en terug hollen, geregistreerd door een videocamera. Halverwege dat loopje is de soepele baan even onderbroken door een zwarte plaat. Dat is de Footscan. Die registreert de druk van mijn voeten. Terug bij het begin staan mijn voetafdrukken op het beeldscherm. Er is een curve die laat zien hoe de voet neerkomt en weer afzet. En of die binnen normale grenzen ligt. Ik zet wat te veel over mijn grote teen af.

Met mijn footscan in zijn hoofd verdwijnt Koen naar het magazijn. Daar staan tienduizend paar schoenen. Hij komt terug met een Asics-, een Adidas- en een Brooksdoos. Eindelijk schoenen. Uit de Asics-doos komt een erg zwarte schoen met groen-fluorescerende accenten. De Adidas-schoen is voornamelijk wit, en de Brooks is blauw. Als ik mocht kiezen...

„De schoen die je nu hebt, vind ik ten eerste wat te groot en ze corrigeren meer dan je nodig hebt”, zegt Koen. „Probeer deze eerst.” Hij geeft me uitgerekend die gothic Asics.

Ik hol heen en weer. En nog een keer. Lekkere schoenen. Zolang je ze niet ziet. Ook Koen is tevreden. Mijn afwikkeling valt op deze schoenen redelijk binnen het gewenste profiel. Rechts is nog niet helemaal goed.

Op de Adidassen is er een veel minder vertrouwd loopgevoel. Koen is wel tevreden over de afwikkeling. Maar na mijn commentaar zegt hij: „Dan hoef je die Brooks niet meer te proberen. Die zijn nog wat stugger en ik zie dat je hun ondersteuning niet nodig hebt.”

Eindelijk mag ik kiezen: tussen zwart en wit. Die keus neem ik hardlopend, afwisselend op beide schoenen. En de keus valt op de groengerande, zwarte monsters. Koen kijkt intussen nog eens goed naar mijn Footscanprint op die schoenen en besluit tot een kleine aanpassing van de rechter binnenzool, onder de grote teen.

Aan de kassa betaal ik 150 euro voor de Asics gel-3030. Het is een prijs die veel internetwinkels ook rekenen, zonder een greintje service.

rslab.be

    • Wim Köhler