Hopla, daar breekt het glazen plafond

Van alle benoemingen in de raden van commissarissen ging dit jaar 25 procent naar een vrouw. De topvrouw lijkt daarmee eindelijk door te breken.

Nederland, Amsterdam, 5 september 2012 Stephanie Hottenhuis, Arcadis Foto: Merlijn Doomernik
Nederland, Amsterdam, 5 september 2012 Stephanie Hottenhuis, Arcadis Foto: Merlijn Doomernik Merlijn Doomernik

Ze is positiever dan ooit, zegt Mijntje Lückerath, hoogleraar Corporate Governance. Er zit eindelijk schot in het aantal topvrouwen, blijkt uit The Dutch Female Board Index, die Lückerath vandaag voor de zesde keer op rij publiceert. Van de vier benoemingen in raden van commissarissen van beursgenoteerde bedrijven ging er dit jaar een naar vrouw. Voor de sceptici: ja, er gingen er dus drie naar een man. Maar wie op de hoogte is van de langzame opmars van vrouwen in de top van het Nederlandse bedrijfsleven weet dat dit percentage nooit eerder zo hoog was.

Deze verschuiving heeft gevolgen voor de toekomst, zegt Lückerath. De raden van commissarissen (de toezichthouders) benoemen immers de leden van de raden van bestuur (de uitvoerders). „En hoe meer vrouwen in de raden van commissarissen, hoe groter de kans dat er in de raden van bestuur ook meer vrouwen komen. Mensen kiezen toch voor de kandidaten die op hen lijken.” Lückerath weet het zeker: „Het een volgt op het ander. Dit gaat zoden aan de dijk zetten.”

Het is eindelijk goed nieuws, na jaren van sombere geluiden over de geringe doorstroming van vrouwen naar de top van het bedrijfsleven.

Deze week drong de Europese commissie weer aan op een quotum waarmee bedrijven gedwongen zijn om meer vrouwen op topposities te benoemen. Zonder zo’n quotum, roepen voorstanders, schiet het namelijk niet op. Dan zou pas in 2077 30 procent van de topbestuurders vrouw zijn. Maar met deze nieuwe cijfers kan de opmars van vrouwen wel eens veel sneller gaan.

Volgens de jongste cijfers uit de Female Board Index heeft inmiddels 48 procent van de beursgenoteerde ondernemingen een of meer vrouwen in de raad van bestuur of de raad van commissarissen. In 2009 was dat nog 41 procent.

Ook in Duitsland klinken positieve geluiden: van alle leidinggevende posities ging afgelopen jaar 41 procent naar een vrouw, aldus het Handelsblatt van afgelopen donderdag.

Is het toeval? Nee, denkt Lückerath. „Je ziet bij bedrijven een enorme wil om meer vrouwen te benoemen.” Die wil komt volgens Lückerath voor een deel door politieke druk. In 2011 nam de Eerste Kamer een wet aan waarin bedrijven wordt gemaand dat minstens 30 procent van de top van grote bedrijven uit vrouwen moet bestaan. Bedrijven die in 2016 minder vrouwen in hun top hebben moeten uitleggen waarom, en wat ze hebben gedaan om vrouwen te stimuleren. Lückerath: „Het is een wet zonder tanden, want er zijn geen sancties als bedrijven niet aan die 30 procent komen, maar bedrijven moeten wel met hun billen bloot en uitleggen waarom ze niet aan het streefgetal komen.”

Daarnaast is er steeds meer maatschappelijke druk. Of maatschappelijke wens, zoals Lückerath het liever noemt. „Voor bedrijven is het belangrijk geworden om aan hun werknemers, maar ook aan hun klanten, te laten zien: kijk, wij zijn een divers bedrijf. Bij ons kan iedereen de top bereiken. Dat was nooit zo’n issue maar is nu echt aan het veranderen.”

Onmiskenbaar is dat bedrijven veel aandacht voor de vrouwenzaak hebben. Ze richten vrouwennetwerken op, bieden vrouwelijke managers speciale coachingstrajecten aan, organiseren congressen louter voor hun vrouwelijk high potentials. En bedrijven zeggen expliciet vrouwen positief te discrimineren bij benoemingen. Maar die aandacht is er al minstens een jaar of tien. Zo zei voormalig KPN-topman Ad Scheepbouwer in 2009 bepaalde topfuncties in zijn bedrijf alleen nog open te stellen voor vrouwen. Bedrijven als ING en Philips hielden toen al jaren streefcijfers aan voor vrouwen in managementfuncties. Die aandacht is logisch. Je kan je als bedrijf positief onderscheiden met een vrouw aan de top. Het is gratis reclame. Een nieuwe vrouw in de top krijgt zelfs zoveel aandacht van media en journalisten dat ze vaak terughoudend zijn in het geven van interviews. Ze willen zich eerst bewijzen in hun vak.

De verklaring voor de plotse opmars van vrouwen kan ook natuurlijk verloop zijn. Nederlandse vrouwen gingen pas in de jaren negentig massaal de arbeidsmarkt op. Pas sinds een jaar of vijftien zijn crèches ingeburgerd, en het komt pas sinds een jaar of zeven regelmatig voor dat ook mannen in managementfuncties vragen om een vierdaagse werkweek vanweg de kinderen. Het kost tijd voordat zulke grote veranderingen zichtbaar worden in het aantal vrouwen aan de top.

Het duurt logischerwijs een jaar of twintig tot dertig voor je aan de top arriveert. Het zou dus kunnen dat de eerste hausse aan vrouwen letterlijk nu pas aan de top arriveert. Zo zegt ABN Amro dat dit jaar van de tientallen benoemingen in de top en subtop de helft bestond uit vrouwen.

Toch zal het aantal topvrouwen niet plots exploderen. Deeltijdwerk blijft immens populair onder Nederlandse vrouwen. Van de vrouwen werkt slechts 20 procent fulltime. De rest is dol op deeltijdbanen, hun werkweek kent drie dagen. Zo bezien is het al heel mooi dat nu 20 procent van de hogere managementfuncties wordt bezet door vrouwen.

Voor de absolute bedrijfstop is dat veel lager. Slechts 11,5 procent van de 96 beursgenoteerde bedrijven heeft nu een vrouw in de raad van bestuur.

Maar als de trend doorzet, zou dit percentage binnen nu en een paar jaar wel eens drastisch kunnen stijgen. Al zal het, met het oog op het hoge aantal deeltijdvrouwen, waarschijnlijk nooit 50 procent worden.