Verspilling is een kenmerk van de strafrechtpraktijk

Sommige journalistieke vragen leveren altijd wat op. Vorig weekend had RTL Nieuws beet. Desgevraagd legde het Centraal Justitieel Incassobureau uit dat in de afgelopen vijf jaar tienduizend veroordeelden niet zijn gestraft wegens verjaring. Zij bleken definitief onvindbaar. Althans, ze waren stilletjes verhuisd, tijdelijk geëmigreerd of anderszins tactisch afwezig als de politie langskwam. De trefkans van

Sommige journalistieke vragen leveren altijd wat op. Vorig weekend had RTL Nieuws beet. Desgevraagd legde het Centraal Justitieel Incassobureau uit dat in de afgelopen vijf jaar tienduizend veroordeelden niet zijn gestraft wegens verjaring. Zij bleken definitief onvindbaar. Althans, ze waren stilletjes verhuisd, tijdelijk geëmigreerd of anderszins tactisch afwezig als de politie langskwam.

De trefkans van het strafrecht is minimaal. Wie aangifte doet, kan nergens op rekenen

Dat niet iedereen in voorlopige hechtenis hoeft, wist ik. Maar dat er geen meldplichten bestaan, of toezicht tussen het vonnis en het begin van de straf, was nieuw voor mij. Zo zijn er de afgelopen jaren zaken verjaard over kindermisbruik, moord, oplichting et cetera. RTL liet een slachtoffer zien die vertelde hoe ‘haar’ misbruiker per mail na het vonnis aankondigde naar de Filippijnen te vluchten. Maar dat Justitie niks deed met haar tip. In Nederland incasseren we parkeerboetes efficiënter dan celstraffen, was haar moeilijk weerlegbare conclusie.

Dit type nieuwsitem lijkt me dodelijk voor de geloofwaardigheid van Justitie. En trouwens ook voor de partij die de afgelopen twee jaar er de dienst uitmaakte. Van oud-officier Fred Teeven valt me dat in het bijzonder tegen. Als Kamerlid legde hij de regering het vuur altijd aan de schenen met de jaarlijkse tabel met „executieverjaringen” van het CJIB. Maar als staatssecretaris kreeg hij het lek niet boven.

Nu wisten we dankzij het Rekenkamerrapport Prestaties in de strafrechtketen uit februari al hoe de justitievergiet er voor geweld- en vermogensmisdrijven uitziet. Tussen september 2009 en oktober 2010 vervielen maar liefst 2.460 celstraffen door verjaring. Dit is 16 procent van het totaal aantal celstraffen dat de strafrechter hiervoor oplegde. Van de geldstraffen werd 14 procent uiteindelijk ook niet geïnd. Geen strafrechtadvocaat die zijn client zulke succeskansen kan beloven.

Niet alleen is de strafexecutie inefficiënt, het maatschappelijk bereik van het strafrecht is ook erg klein. Van de één miljoen aangemelde gewelds- en vermogensmisdrijven haalde volgens de Rekenkamer 5 procent de eindstreep: een veroordeling door de rechter. Daarna wordt die straf dus in 14 of 16 procent van de gevallen niet uitgevoerd. Al die politici die het strafrecht nog meer problemen wil laten ‘oplossen’, dienen te weten dat strafrecht alleen speldeprikken uitdeelt. Als het raak is, doet het pijn. Maar de trefkans is minimaal.

De feiten over de kwaliteit van de organisatie en de samenwerking tussen politie, parket, rechtspraak en gevangeniswezen logen er evenmin om. Jaarlijks stuurt het Openbaar Ministerie (OM) tussen de 10.000 en de 29.000 zaken terug naar de politie – om alsnog te seponeren of beter uit te zoeken. Dit is volgens de Rekenkamer tussen de 18 en de 50 procent van het totaal. Mogelijk de helft van de politieonderzoeken is voor het OM dus niet bruikbaar. Hierbij vergeleken is de verspilling aan het eind van de keten, bij de executie, nog kinderspel.

De politie heeft geen betrouwbaar idee over het aantal zaken dat ‘uitstroomt’ – naar het OM of de prullenbak – noch over de reden waarom. Stelt u zich de politiecommissaris voor: hij weet niet wat zijn organisatie binnenkrijgt, noch wat ze precies doorstuurt, afdoet, weggooit of weer terugkrijgt. En ook niet waarom. Sturen is daar fluiten in het donker.

Moet ik nog over automatisering beginnen? De „afgelopen tien jaar is er weinig vooruitgang geboekt”. De informatie- en productiesystemen „ondersteunen het werk onvoldoende, zijn niet toekomstvast, matig gebruiksvriendelijk en niet eenduidig ingevoerd”. Dat aan het einde van de strafrechtketen 14 of 16 procent van de productie sowieso wegspoelt, is kenmerkend voor het geheel. Ondoelmatigheid, rechtsongelijkheid, onbestuurbaarheid en mismanagement – dat is de realiteit. De burger die aangifte komt doen, kan eigenlijk nergens echt op rekenen.

Of moet ik de cijfers geloven die het OM maandag, na het RTL-item, naar buiten bracht? Hierin werden 11.000 verjaarde zaken in de afgelopen vijf jaar toegegeven, op een totaal van 170.000 Het verlies bedraagt dan 6 procent. Acht op de tien van die celstraffen is korter dan drie maanden en betreft dus lichte zaken. Maar 2 procent van die 11.000 verjaarde zaken is ernstig – straffen van langer dan negen maanden. „Een aantal mensen ontloopt hun gerechte straf en dat is niet goed”, erkent het OM slapjes.

Ik zou zeggen: maak korte metten. Gewoon vasthouden, en als dat niet hoeft paspoort, rijbewijs en eventuele uitkering intrekken, digitaal enkelbandje om, meldplicht op het bureau, buurtagent langs sturen. Verzin iets. Hou ze onder druk en vooral boven water totdat de straf wordt uitgezeten. Of het nu 6 of 16 procent verjaringsverlies is – dit kan Justitie niet maken.