Stembusfraude is mogelijk

Weer komt er internationaal toezicht op de verkiezingen in Nederland. Vooral de circa 1 miljoen volmachtstemmen baren zorgen. Ze zijn gevoelig voor fraude, stelt Philip Jol.

De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) is neergestreken in Nederland om de uitvoering van de verkiezingen op 12 september waar te nemen. Over het algemeen richt de OVSE haar aandacht op landen waar het een en ander schort aan de lokale verkiezingen. Zo zal zij na Nederland een bezoek brengen aan Wit-Rusland, Oekraïne en Georgië. Dit zijn niet de meest stabiele landen. Een bezoek van de OVSE moet zodoende worden beschouwd als een niet al te eervol bezoek.

De OVSE maakt zich al lange tijd zorgen over de manier waarop Nederland verkiezingen houdt. Het is inmiddels de derde keer dat deze organisatie in Nederland is. Ook tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 2006 en 2010 heeft zij haar bezorgdheid geuit.

Behalve de niet-transparante manier van campagnefinanciering (van sommige partijen) en de afwezigheid van een deugdelijk klachtenproces baart vooral de volmachtstem haar grote zorgen, maar tot nu toe heeft de Kiesraad nauwelijks iets veranderd aan dit systeem.

De volmachtoptie wordt gebruikt als een kiezer zelf niet kan stemmen. Hij laat een ander het voor hem doen. Degene die wel stemt, mag maximaal voor twee andere mensen stemmen. Dit is praktisch en handig, maar volgens de OVSE druist het in tegen het principe one man one vote. Eén persoon kan immers drie stemmen uitbrengen. Volgens de OVSE weet men bovendien nooit zeker of een stem daadwerkelijk is uitgebracht op de gewenste partij. Dit is het in strijd is met het stemgeheim.

De Kiesraad houdt niet precies bij hoeveel kiezers stemmen per volmacht, maar schat dat een op de tien stemmen een volmachtstem is. Bij een gemiddelde Tweede Kamerverkiezing worden dus een miljoen volmachtstemmen uitgebracht. Dit is een niet geringe aantal, waar weinig informatie over is.

Je kunt je afvragen of er op een woensdag in september werkelijk zo veel mensen niet in staat zijn zelf hun stem uit te brengen. Er wordt in elk geval van alles gedaan om mogelijk te maken dat mensen zelf stemmen.

De openingstijden van stembureaus zijn uitermate ruim. De afstand tot een stembureau is nooit meer dan enkele honderden meters. Er zijn mobiele stembureaus op treinstations. Het proces gaat razendsnel: binnen enkele minuten staat men weer buiten. Wie niet anders kan, mag zelfs stemmen in een andere gemeente. In strijd met alle regels rondom de identificatieplicht mag men zich zelfs melden op een stembureau met een verlopen paspoort.

Verkiezingscampagnes worden harder. Veel kiezers zweven. Politieke partijen vechten om elke stem. Die volmachtstemmen maken dus verschil. Hoewel de kiesraad van de zorgen van de OVSE op de hoogte is, zijn er weinig veranderingen doorgevoerd.

De verkiezingen van 12 september worden gehouden onder een onveranderde Kieswet. Zo zullen dus naar verwachting een miljoen stemmen worden uitgebracht op een manier waarop de Kiesraad weinig vat heeft, en waarop al jaren kritiek is. Bovendien loert het gevaar van misbruik en zelfs het ronselen van stemmen. Dit is niet uit te sluiten. Het is spijtig dat de Kiesraad zo traag reageert.

Wij moeten te allen tijde waken over het correct functioneren van ons kiessysteem. Het is dus goed dat de OVSE ons wijst op verbeterpunten, maar dan moeten we daar wel iets mee doen. We moeten voorkomen dat zelfs de schijn van verkeerd gebruik, zoals het ronselen van stemmen het aanzien van Nederland schaadt, of dat de volmachtoptie een obstakel wordt in de wens om transparante verkiezingen.

Voor hen die volgende week woensdag werkelijk niet kunnen stemmen, kunnen er andere procedures worden bedacht. Voor de rest zou iedereen aangemoedigd moeten worden zelf te gaan stemmen.

Zo blijven we voldoen aan de internationale afspraken en houden wij het stemgeheim – en het principe van één persoon, één stem – hoog.

En kan de OVSE naar huis.

Philip Jol is consultant op het gebied van internationale verkiezingen. Als waarnemer, operationeel adviseur en veiligheidsanalist reist hij sinds 1996 naar (post)conflictlanden om mee te werken aan de opbouw van goed bestuur en democratische verkiezingen.