Hamiltons boek over Armstrong en doping - tien opzienbarende passages

Wat het meest opvalt wanneer je het eergisteren verschenen boek The Secret Race van wielrenner Tyler Hamilton leest, is hoe wijdverbreid en vanzelfsprekend het was dat iedereen doping gebruikte. Ook – en vooral – Lance Armstrong. Dit zijn tien opvallende passages uit het boek, waarin Hamilton tot in detail uit de doeken doet hoe doping de sport beheerste.

Links Lance Armstrong tijdens de Tour van 2009, rechts Tyler Hamilton tijdens de Olympische Spelen van 2004.
Links Lance Armstrong tijdens de Tour van 2009, rechts Tyler Hamilton tijdens de Olympische Spelen van 2004. Foto AP

Wat het meest opvalt wanneer je het eergisteren verschenen boek The Secret Race van wielrenner Tyler Hamilton leest, is hoe wijdverbreid en vanzelfsprekend het was dat iedereen doping gebruikte. Ook - en vooral - Lance Armstrong. Dit zijn tien opvallende passages uit het boek, waarin Hamilton tot in detail uit de doeken doet hoe doping de sport beheerste.

Het verhaal van Hamilton is opgeschreven door Daniel Coyle, die in 2005 ook Lance Armstrong’s War schreef. The Secret Race bevat talloze details over hoe de wielerwereld er in het ‘Armstrong-tijdperk’ voor stond.

Wat Hamilton beweert wordt ontkend door Armstrong zelf en door anderen, maar strookt weer wel met wat oud-ploeggenoten (zoals Floyd Landis) zeggen. Tijdens de afgelopen Tour kwam naar buiten dat ook Levi Leipheimer, George Hincapie, David Zabriskie, Christian Vande Velde en Jonathan Vaughters belastende verklaringen zouden hebben afgelegd. Na de Ronde van Spanje (aanstaande zondag wordt de laatste etappe verreden) zou die zaak verder afgehandeld worden en weten we wellicht meer over wat ze hebben gezegd.

Hamilton is in elk geval duidelijk: Armstrong liep voorop, wist hoe hij het systeem om de tuin kon leiden - “hij was het systeem”, zegt Hamilton - en won zo zijn zeven Tours. Coyle interviewde ook acht andere oud-ploeggenoten van Armstrong, alsook familieleden, artsen en andere betrokkenen, om het waar mogelijk te verifiëren.

Waarschuwing: als je het boek nog wil lezen, dan sla je dit artikel misschien liever over in verband met ‘spoilers’.

‘Zonder doping rijden was het vermelden waard’

Hamilton kwam in 1997 naar Europa om met US Postal Europese wedstrijden te rijden. Toen ontdekte hij dat er een term was voor zonder doping fietsen.

“Rond die tijd hoorde ik renners voor het eerst zeggen dat ze paniagua reden. Soms werd het vergezeld van een licht teleurgestelde toon, alsof degene die het zei het had over het berijden van een langzame, nukkige ezel. ‘Ik zou het beter kunnen hebben gedaan, maar ik reed paniagua.’ Op andere momenten werd het juist trots gebracht: ‘Ik zat bij de eerste dertig en ik reed paniagua.’ Ik ontdekte dat het eigenlijk pan y agua was - Spaans voor brood en water. Ik trok de voor de hand liggende conclusie: zonder prestatiebevorderende middelen in het professionele peloton rijden was zo zeldzaam dat het het vermelden waard was.”

‘Mijn generatie deed er duizend dagen over om aan de doping te raken’

Hamilton volgde een - volgens hem - vast patroon vanaf het moment dat hij begon als prof en het moment dat hij voor het eerst met doping reed.

“Dit is een interessant aantal: duizend dagen. Het is grof geschat het aantal dagen tussen de dag dat ik professional werd en de dag dat ik voor het eerst doping gebruikte. Afgaande op gesprekken met en verhalen van andere renners van mijn generatie, lijkt dat het patroon te zijn: degenen die doping gebruikten, begonnen er in hun derde jaar mee. Eerste jaar, neo-pro, gretig als een jonge hond, vol verwachtingen. Tweede jaar, weer met beide benen op de grond. Derde jaar, duidelijkheid - een tweesprong. Ja of nee. Erin of eruit. Iedereen heeft zijn duizend dagen; iedereen heeft zijn keuze.”

‘Het voelt geweldig om aan de EPO te zijn’

Over hoe het is om te fietsen met EPO:

“Hoe voelt het om aan de EPO te zijn? Het voelt geweldig, vooral omdat je helemaal niets bijzonders voelt. Je bent niet afgemat. Je voelt je gezond, normaal, sterk. Je hebt meer kleur op je wangen; je bent minder chagrijnig, een prettiger persoon om mee om te gaan.”

‘Lance regelde dat een vriend op een motor door Frankrijk reed om ons EPO te bezorgen’

Na het Festina-schandaal tijdens de Tour van 1998 - er wordt een groot aantal dopingproducten aangetroffen in een ploegauto en de Franse ploeg wordt uit de Tour gezet - konden teams niet langer zomaar verboden middelen in hotelkamers en ploegauto’s bewaren. US Postal ging op zoek naar andere manieren, met Lance Armstrong voorop. Hamilton, Armstrong en andere renners van de ploeg woonden destijds in Nice, Frankrijk. Daar had Armstrong een tuinman, Philippe Maire.

“We stonden in de keuken van Lance toen hij het plan uit de doeken deed: hij zou Philippe betalen om hem op een motor achter de Tour aan te laten rijden met EPO en een prepaid-telefoon. Als we Edgar nodig hadden (zo noemden ze EPO, red.), zou Philippe zich door het Tourcircus wurmen en het ons bezorgen. Simpel. Snel, in en er weer uit. Geen risico. [...] Lance straalde toen hij me over het plan vertelde - hij hield van dit soort MacGyver-praktijken.”

Coyle belde Philippe ook op voor het boek; de Fransman ontkent alles.

‘EPO inspuiten duurde maximaal dertig seconden’

Over hoe het toedienen van EPO ging als Philippe - ze noemden hem Motoman - eenmaal gearriveerd was:

“Mijn hart maakte altijd een sprongetje als ik de injectiespuit zag. Je wilde het meteen injecteren - het spul je lichaam in en je dan meteen ontdoen van het bewijsmateriaal. [...] We waren snel - het duurde maximaal dertig seconden. Je hoefde niet zo nauwkeurig te zijn: arm, buik, het kon overal. We maakten er een gewoonte van de gebruikte spuiten in een leeg colablikje te gooien. Ze pasten net door de opening - plonk, plonk, plonk - je hoorde de naalden rammelen. En we behandelden dat blikje met respect. Het was het Radioactieve Colablikje, dat onze Tour kon beëindigen, ons team en onze carrières kon ruïneren en er zelfs voor kon zorgen dat we in een Franse cel belandden. Als de spuiten er eenmaal in zaten, deukten we het ineen, zodat het afval leek. Dan stopte Del Moral (ploegdokter tijdens de Tour van ‘99 en eerder dit jaar geschorst door USADA, red.) het blikje onderin zijn rugzak, deed zijn pilotenbril op, opende de deur van de camper en liep door de mensenmassa van fans, journalisten, Tourofficials en zelfs politie heen. Iedereen lette op Lance. Niemand zag de anonieme man met de rugzak die er onzichtbaar tussendoor liep.”

‘Lance hield iedereen in de gaten’

Over hoe Armstrong anderen altijd obsessief in de gaten hield:

“In de aanloop naar de Tour van 2001 maakte de radar van Lance overuren. Hij wist dat Ullrich in Zuid-Afrika trainde - was het toeval dat het bloedsubstituut Hemopure daar net gelegaliseerd was? Hij wist dat veel opkomende Spaanse renners met een dokter uit Madrid genaamd Eufemiano Fuentes werkten. Hij wist dat Pantani eraan onderdoor ging, dat hij cocaïne en andere recreatieve drugs gebruikte. Maar boven alles wist hij dat de nieuwe EPO-test dat voorjaar zijn intrede zou doen en dat er nieuwe, niet-traceerbare vormen van EPO werden ontwikkeld. Het spel veranderde constant.”

‘Armstrong is in 2001 betrapt op EPO’

Tijdens de Ronde van Zwitserland van 2001 wordt Armstrong betrapt op doping, zegt Hamilton.

Jawel, Lance Armstrong testte positief op EPO tijdens de Ronde van Zwitserland. Dat weet ik omdat hij het me vertelde. We stonden bij de bus de volgende morgen, de morgen van de negende etappe. Lance had een vreemde glimlach op zijn gezicht. Hij stond een beetje te grinniken, alsof iemand hem een goede grap verteld had.
‘Dit zul je verdomme niet geloven’, zei hij. ‘Ik ben gepakt op EPO.’
Het duurde een seconde voordat het kwartje viel. Ik voelde mijn maag omdraaien. Als het waar was, was het einde verhaal voor Lance. En voor het team. En voor mij. Hij grinnikte weer op diezelfde manier.
‘Geen zorgen, man. We hebben een afspraak met ze. Alles is geregeld.’”

‘Fuentes zat in een hotelkamer met een zak bloed op me te wachten’

Hamilton vertrekt in 2001 bij US Postal, na drie Touroverwinningen van Armstrong. Hij stapt over naar CSC, de ploeg van Bjarne Riis. Die moedigt dopinggebruik (en in het bijzonder bloedtransfusies) aan, maar door de strengere controles moeten renners het allemaal zelf regelen. Hamilton gaat samenwerken met Fuentes, de Spaanse sportarts die meerdere renners van doping voorzag en later hoofdverdachte was in de grootschalige Spaanse Operación Puerto.

Hamilton was Fuentes ‘Ufe’ gaan noemen. Met ‘BB’s bedoelt hij blood bags: bloedtransfusies - het toedienen van een zak eerder afgenomen bloed om net als bij EPO meer rode bloedcellen in het lichaam te krijgen. Rode bloedcellen vervoeren zuurstof van de longen naar de spieren, waardoor de renner meer inspanning aan kan.

“Voor aanvang van de Tour zocht Ufe uit waar en wanneer we elkaar konden ontmoeten. We deden de BB’s meestal op de twee rustdagen van de Tour, altijd in hotels. Ufe was goed in het uitzoeken van doodgewone hotels: nooit te sjiek, nooit te armoedig. Voor aanvang van de ronde vertelde hij me welke hotels hij gekozen had en dat bewaarde ik op een papiertje in mijn portemonnee, samen met zijn laatste geheime telefoonnummer (hij had constant een ander nummer). Op de morgen dat we elkaar zouden ontmoeten, stuurde hij me altijd een sms’je op mijn geheime telefoon, het prepaid toestel dat ik gekocht had en alleen voor contact met hem gebruikte. De berichtjes bestonden uit één zinnetje, iets als ‘De rit is 167 kilometer’ of ‘Het adres van het restaurant is 167 Champs-Elysées’. De woorden waren allemaal onzin; het ging om het nummer. Het betekende dat hij in kamer 167 van ons eerder afgesproken hotel zat te wachten, met mijn BB in een koelbox.”

‘Ik had een zak vol dode bloedcellen binnengehad’

Tijdens de Tour van 2004, toen Hamilton van CSC was overgestapt naar Phonak, loopt een bloedtransfusie goed fout.

“Een paar minuten nadat ik [in het hotel] kwam, begon ik me slecht te voelen. Ik kreeg hoofdpijn, en voelde aan mijn voorhoofd: bloedheet. Ik moest pissen, heel nodig. Ik keek naar beneden en verwachtte zoals gewoonlijk een kleine verkleuring te zien van de BB. Maar toen ik naar beneden keek, was ik bloed aan het pissen. Donker, donkerrood, bijna zwart. Het bleef maar komen en komen, het vulde het toilet als in een horrorfilm.
Ik raakte in paniek. Ik zei tegen mezelf dat het wel goed zou komen, misschien was maar 15 procent van de zak slecht. Dan had ik nog 85 procent. Ik was nog in orde, toch? Ik dronk wat water, ging op bed liggen, probeerde te rusten.
Mijn temperatuur bleef stijgen. Mijn hoofdpijn werd erger. Toen stond ik op om opnieuw te pissen. Ik wilde niet naar beneden kijken. Toen deed ik het toch.
Puur rood.
Toen wist ik dat ik in de problemen zat. [...] Er was iets misgegaan met de zak - hij was warm geworden of beschadigd, het was een zak vol dode bloedcellen.”

‘Mijn omgeving steunde me 100 procent - een oude vriend begon met believetyler.org’

Hamilton wint goud bij de tijdrit op de Olympische Spelen van 2004 in Athene, maar krijgt een kleine maand later te horen dat hij op doping betrapt is. De UCI, de internationale wielerunie, laat hem weten dat hij gepakt is op een bloedtransfusie. Bloed van een ander, zeggen ze, en dat kan niet, dus Hamilton vindt zichzelf onschuldig. Desondanks is de steun die ze (hij en zijn vriendin, Haven) van anderen krijgen, ‘ongemakkelijk’:

“Ondertussen steunden onze vrienden en familie ons voor 100 procent. Mensen waren ongelooflijk aardig: ze schreven brieven, stuurden e-mails, ze doneerden zelfs geld. Een schoolvriend van vroeger begon met believetyler.org; er werden rode polsbandjes met de tekst BELIEVE verkocht.”

Tyler Hamilton gaat na een schorsing van twee jaar in kleinere ploegjes en wedstrijden fietsen. Hij krijgt in 2009 weer meer last van depressies, iets waar hij al jaren mee worstelt, en neemt daar een antidepressivum voor waarvan hij weet dat het een verboden middel bevat. In april van dat jaar wordt hij erop betrapt. Daarop besluit hij een punt achter zijn wielercarrière te zetten.

In de slotpagina’s stelt Hamilton, mede op basis van de aanzienlijk langzamere tijden die nu gereden worden op de grote bergen, dat de wielersport tegenwoordig schoner is, al is het verre van 100 procent schoon. “Ik denk niet dat dat mogelijk is zolang je te maken hebt met mensen die willen winnen.”