DNA-onderzoek is ‘uniek in de wereld’

DNA-verwantschapsonderzoek is sinds april bij wet toegestaan. Zulk onderzoek wordt nu gebruikt om de dader van de moord op Marianne Vaatstra te vinden.

1Wat staat er te gebeuren?Aan 8.080 mannen wordt gevraagd vrijwillig DNA af te staan. Het zijn mannen die tussen de 16 en 60 jaar oud waren op 1 mei 1999, de dag dat Marianne Vaatstra werd vermoord, en die toen in een straal van vijf kilometer van Veenklooster woonden, de plek waar het meisje werd gevonden. Het DNA wordt verkregen door het afnemen van wangslijm. Vanaf 29 september kunnen de mannen daarvoor twee weken lang terecht op elf locaties in Friesland.

Hun DNA-profiel zal door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) worden vergeleken met DNA dat op het lichaam van het slachtoffer en op een aansteker in haar tas is aangetroffen. Het is niet waarschijnlijk dat er een directe match met het daderspoor wordt gevonden: de kans is immers klein dat de dader zijn DNA vrijwillig zal afstaan. In plaats daarvan gaat het NFI op zoek naar familieleden van de dader.

2Hoe bijzonder is zo’n verwantschapsonderzoek?

Volgens Lex Meulenbroek, forensisch onderzoeker bij het NFI, is een grootschalig DNA-verwantschapsonderzoek met vrijwillige deelnemers „nagenoeg uniek in de wereld”. Alleen in Polen is de bevolking ooit gevraagd aan een dergelijke onderzoek mee te werken, maar dat was veel kleiner van opzet.

Volgens persofficier Henk Mous van het OM in Leeuwarden leent de moordzaak zich voor een verwantschapsonderzoek, omdat de bewoners in de streek tamelijk honkvast zijn. „In een stad als Amsterdam is deze methode minder goed toepasbaar omdat er veel meer verloop is, bijvoorbeeld van studenten.”

3Waarom vindt dit onderzoek juist nu plaats?

Het is pas sinds april 2012 juridisch mogelijk om DNA-verwantschapsonderzoek in te zetten bij ernstige strafzaken. Toen werd die mogelijkheid toegevoegd aan de Wet DNA-onderzoek. Op 3 april heeft het NFI al in de Nederlandse DNA-databank voor Strafzaken (die de DNA-profielen van 150.000 personen bevat) gezocht naar bloedverwanten van de dader. Dat leverde toen geen resultaten op.

4Zijn alle mogelijke mannelijke verwanten van de dader op te sporen?

Nee. Mannelijke verwanten aan moederszijde van de dader blijven buiten schot. Dat heeft te maken met de opzet van het onderzoek. In eerste instantie zullen de DNA-deskundigen van het NFI de DNA-profielen van het Y-chromosoom maken. Het Y-chromosoom erft alleen over van vaders op zoons. Niet alleen vaders en zoons hebben dus identieke Y-chromosomen, maar ook broers en ooms en neven aan vaderszijde.

Alle mannen die niet hetzelfde Y-chromosoom als de dader hebben, worden nu uit het onderzoek gefilterd. Alleen de mannen die in mannelijke lijn verwant kunnen zijn aan de dader blijven na deze voorselectie over. Van deze mannen wordt een traditioneel DNA-profiel gemaakt.

Het NFI brengt eerst het Y-chromosoom in kaart, omdat traditionele DNA-profielen ook overeenkomsten kunnen vertonen, zonder dat twee mannen verwant zijn. Zo worden mannen die geen familie van de dader zijn, niet onnodig belast met vervolgonderzoek.

5Wat gebeurt er met het DNA van deelnemende mannen?

Het DNA en de DNA-profielen van de vrijwilligers mogen alleen in de zaak-Vaatstra gebruikt worden. Hun profielen worden bijvoorbeeld niet met andere profielen in de Nederlandse DNA-databank vergeleken, en zullen, net als de wangslijmmonsters zelf, na het onderzoek worden vernietigd.

6Hoe lang gaat het onderzoek duren en hoeveel kost het?

Lex Meulenbroek van het NFI schat dat het onderzoek ongeveer 5 tot 6 maanden in beslag neemt. Daarna zal justitie de mogelijke verwanten nog moeten opsporen en ondervragen. De complete operatie, van het afnemen van het wangslijm tot de analyse van het DNA, kost ongeveer een half miljoen euro.