Boeren in de stad

Stadslandbouw – deze groene initiatieven komen voort uit onvrede over de globalisering en het kapitalisme. „De mensen hebben hun greep verloren op de economie en de voedselvoorziening.”

Photo: Dirk-Jan Visser - Rotterdam- The Netherlands: 21-08-2012: Het binnenkort te openen Rotterdamse stadslandbouwbedrijf Uit Je Eigen Stad op de Marconistrip aan de Merwehaven. In het restaurant en winkel zullen producten van de eigen kwekerij, kippenren en viskwekerij verkocht worden. Het bedrijf is een initiatief van Bas de Groot, Johan Bosman en Huibert de Leede (hier op de foto)
Photo: Dirk-Jan Visser - Rotterdam- The Netherlands: 21-08-2012: Het binnenkort te openen Rotterdamse stadslandbouwbedrijf Uit Je Eigen Stad op de Marconistrip aan de Merwehaven. In het restaurant en winkel zullen producten van de eigen kwekerij, kippenren en viskwekerij verkocht worden. Het bedrijf is een initiatief van Bas de Groot, Johan Bosman en Huibert de Leede (hier op de foto) Dirk-Jan Visser

Huibert de Leede geeft zijn bedrijf 75 procent kans van slagen. Dus ja, hij is vol zelfvertrouwen, maar hij ziet ook risico’s. „Het staat of valt ermee of er genoeg mensen naar deze uithoek van Rotterdam willen komen. En of ze dat jaar in jaar uit blijven doen. Maar ik ben ervan overtuigd dat we goud in handen hebben.”

De uithoek waar hij het over heeft, is een oud bedrijventerrein aan de Rotterdamse Merwehaven. Voorheen overslagbedrijf, voorheen hennepkwekerij. Nu bestemd om een van de hippere locaties van de stad te worden. Op 22 september openen De Leede en zijn compagnons Bas de Groot en Johan Bosman hier ‘Uit Je Eigen Stad’, een groente- en fruitkwekerij met een paar honderd kippen en later ook eigen visteelt. Met een winkel en een restaurant met een houtgestookte oven waar Rotterdam kan aanschuiven voor een goede maaltijd. De chefkok heeft al plannen voor gekonfijte kip in ganzenvet, tilapia met geroosterde groenten en trifle van Hollands fruit.

„We willen de productie van eten terugbrengen naar de stadsbewoners”, legt De Leede uit, terwijl hij een rondleiding geeft door de kassen en de dit voorjaar aangelegde tuin. De courgettes en preien zijn klaar voor de oogst. Het terrein wordt voorbereid op verrijdbare kippenrennen waarmee de grond bemest kan worden.

„De mensen willen weer weten waar hun eten vandaan komt en wij willen daarin een schakelfunctie vervullen. Wat wij zelf niet kunnen produceren betrekken we zoveel mogelijk van boeren uit de omgeving en wij leveren ook weer aan hen. Zo schuift de voedselketen al weer iets in elkaar.”

Lokaal, daar gaat het om, en om eerlijk, puur, duurzaam. Ketens verkorten, kringlopen sluiten. De laatste jaren zijn er in talloze stadslandbouwprojecten ontsproten, in allerlei varianten. Zo zijn er moestuinen van bewuste mensen met groene vingers, gemeenschapsprojecten in achterstandswijken, creatieve uitingen van landschapsarchitecten en de meer activistische totaaloplossingen van groepen die streven naar olie-onafhankelijkheid.

Volgens Jan Willem van der Schans, onderzoeker bij het Landbouw Economisch Instituut, komen de initiatieven voort uit een algemene onvrede over de globalisering en het kapitalisme. „De mensen hebben hun greep verloren op de economie en de voedselvoorziening”, zegt hij.

Van der Schans komt geregeld een kijkje nemen bij Uit Je Eigen Stad. „Als mensen hier een dagje kunnen komen meewerken geeft dat een goed gevoel. Het brengt het ideaal van deze jongens dichterbij, je hebt een alternatief voor de Albert Heijn en een goed verhaal voor je kinderen.”

Er is sprake van een megatrend, zegt Van der Schans. „Ik heb nog nooit aan een onderwerp gewerkt dat zo hot was.” En, vindt hij: „Er gebeurt veel hyperigs en fröbeligs.” Dat ziet Huibert de Leede ook: „Heel veel initiatieven zijn niet professioneel, veel te idealistisch, ondoordacht geneuzel.” Zie het ook maar eens rond te krijgen zonder de schaalvoordelen van het platteland, zegt landbouweconoom Van der Schans. „Het lukt de boeren in het Westland al niet eens om een inkomen te genereren. En het gefröbel heeft ook een functie. Het zorgt ervoor dat ondernemers als deze komen bovendrijven.”

De jongens van Uit Je Eigen Stad willen er op eigen kracht voor gaan. Hun bedrijf maakt deel uit van de kleinere groep stadslandbouwprojecten die commercieel zijn opgezet. „Ik wil een rendabel bedrijf”, zegt De Leede. „Het moet ook in economisch opzicht duurzaam zijn. En: als je geen subsidie krijgt, moet je steeds innovatiever zijn. Met te veel geld knalt je drive achteruit.”

Ze hebben in totaal een miljoen euro geleend. Er komt 650.000 van woningcorporatie Havensteder, die de grond tien jaar van de gemeente pacht, 250.000 van Stichting Doen en 110.000 van de Rabobank. „Als je de productieketen zoveel mogelijk in eigen hand houdt en de afzet ook hier plaatsvindt, blijft er ook zo veel mogelijk van de marge hier”, legt De Leede uit. Om winst te kunnen maken moeten er vier dagen per week honderd mensen per dag komen.

Van der Schans vindt de investering aan de hoge kant. Maar hij ziet ook dat het moeilijk anders kon. „De belangrijkste meerwaarde van de landbouw terug naar de stad halen is dat er kringlopen kunnen worden gesloten. Je kunt op deze plek bijvoorbeeld heel goed een vruchtbare bodem opbouwen met het rottend fruit dat bij de Merwehaven binnenkomt, maar dat kost jaren. Nu hebben de jongens grond aangevoerd en dat kost geld.”

Nog zo’n voorbeeld: „Een paar honderd meter hier vandaan staat een vuilverbrander. Met de restwarmte daarvan kan hier de kweekvis-installatie verwarmd worden, maar die investering kan niet binnen tien jaar worden terugverdiend. Het zou beter zijn als de gemeente een langere tijdshorizon zou bieden, vanwege de hoge investeringskosten.”

Van der Schans vindt eigenlijk dat de gemeente maar wat blij moet zijn met Uit Je Eigen Stad. „Door dit project is deze grond straks meer waard. Dit soort placemaking vergt creativiteit en inzet. Dat mag best betaald worden. Bovendien werkt een project als dit ook als citymarketing. Hoeveel geld daar niet in omgaat, terwijl het hier voor je ogen gebeurt!”

Als Rotterdam een succes wordt wil het driemanschap vestigingen oprichten in nog vier andere steden in de Randstad. De Leede: „Allemaal van minstens twee hectare en voor minstens tien jaar.”

Om dat te bereiken moeten er in die gemeenten partijen zijn die net als Havensteder het risico durven te nemen. „Iemand heeft daar enorm zijn nek uitgestoken”, zegt De Leede.

Zelfs als dit allemaal lukt, en het fenomeen stadslandbouw echt wortel schiet, zal het dan meer kunnen worden dan een symbolische bijdrage aan de oplossing van het voedselprobleem? Van der Schans: „Hiermee voed je de wereld niet, maar het systeem dat de wereld voedt volgt dit wel. De komende vijftien jaar zal lokalisering de trend zijn. Reken maar dat de supermarkten allang bij The Greenery hebben gevraagd of er geen alternatief is voor de harde Spaanse aardbeien die zij leveren.”

Hanneke Chin-A-Fo