Stadstuintjes op plein en balkon

Mede door de crisis komen er in Barcelona en andere steden in Spanje overal volkstuintjes op. Om goedkoper te kunnen eten. En ook als protest tegen speculatie en verstedelijking.

Er zijn ochtenden dat María Toral de volkstuin binnenstapt en de tomatenplanten blijken kaalgeplukt. „Gestolen. Vaak door kinderen die een tomatengevecht hebben gehouden”, vertelt de Spaanse. Maar de tuin op een plein in hartje Barcelona, die ze met nog vijf vrijwilligers bijhoudt, lokt niet alleen kattenkwaad uit. „Hij inspireert.” Op de balkons van de huizen eromheen ziet Toral steeds meer buren zelf telen. Ze wijst aan: pepertjes, aubergines, kruiden, tomaten.

In Barcelona en andere Spaanse steden schieten de volkstuinen uit de grond. Deels door de crisis, die aanzet tot het zoeken naar economische alternatieven. Maar na een jarenlange hausse op de huizenmarkt is het ook een antwoord op speculatie, veryupping en stadsvernieuwing. Met hun tuintjes annexeren de bewoners grond die anders in handen zou vallen van projectontwikkelaars of de plannenmakers van de gemeente.

Het centrum van Barcelona telt nu enkele tientallen tuinen in gemeenschappelijk beheer. Een dozijn is van de gemeente, bestemd voor 65-plussers. Andere zijn semiclandestien. Ze zijn aangelegd op braakliggende grond, waar na sloop nieuwbouw had moeten komen. Of op binnenplaatsen en op dakterrassen.

De Hortet del Forat van María Toral ligt in de oude wijk Born. Hij kwam er vier jaar geleden na een lang gevecht tussen de buurt en het stadsbestuur. De gemeente sloopte enkele huizenblokken om de doorstroming te verbeteren en een parkeergarage te bouwen. De bewoners verzetten zich daarentegen. Zij wilden een open plein, inclusief tuin. Na fel protest bond de gemeente in.

Nu zijn er regelmatig feesten waar voor driehonderd personen gekookt wordt met producten uit de tuin. Er is een half open gedeelte waar buren basilicum en koriander kunnen plukken. Kinderen mogen elke dinsdag helpen met het opkweken en vervolgens aanplanten van onder meer radijs, snijbiet en bosuitjes. Op spandoeken tegen het genetisch modificeren van gewassen en zaden staan de namen van voedselmultinationals die je zou moeten boycotten.

De tuiniers van Born zijn eind twintig, midden dertig. Een generatie die het niet meer gewend was om uit eigen tuin te eten. „Mijn ouders hadden nog wel een paar tomaatplanten en wat kippen, maar dat was een hobby”, zegt Toral. „Mijn grootouders waren de laatsten in de familie die nog serieus tuinierden. Ik pik het nu weer op. Onze samenleving is zo snel verstedelijkt en vaak op zo’n slechte manier, dat het bijna niet menselijk meer is. De tuin doet me weer vrij voelen.”

De 27-jarige Xavi Varona – afgestudeerd landbouwingenieur maar werkzaam als rijleraar – hoort bij de harde kern die de tuin bijhoudt. Met een jointje in zijn mondhoek bewatert hij op zijn gemak de tomaat- en aardappelplanten. „Als ik in de stad ben, kom ik altijd even werken. Het is niet direct economisch noodzaak; zo productief is deze tuin niet. Ik zie hem als kritiek op de maatschappij van privatisering, individualisering, verstedelijking. Als een vrijhaven binnen de compacte stenen stad.”

De gemeente geeft ook tuintjes in bruikleen aan bejaarde bewoners. Bijvoorbeeld in de wijk Raval, aan de andere kant van de Ramblas. Net als Born ook een wijk in het oude centrum, zij het minder veryupt. Zeker de helft van de bevolking is van buitenlandse, vooral Aziatische komaf.

Joaquín Quimet (77) en Vicente Marias (75) zitten er rond elf uur ‘s ochtends na gedane arbeid aan de picknicktafel. Ze eten een salade en droge worst. Tussendoor spuiten ze lange stralen wijn uit een lederen drinkzak in hun mond. „Dit is een pure hobby”, legt Quimet uit.

De Catalaan, bruingebrand en met een imposante buik, vervolgt: „Ik kom hier elke ochtend. Even besproeien en alles inspecteren. Ik pluk wat waarmee mijn vrouw een lekkere lunch kan maken. Dan naar het strand en in de namiddag ook nog even kijken. Zo hoop ik al mijn dagen te slijten totdat ik mijn koffers naar het kerkhof moet pakken.”

In zijn vriezer ligt nu dertig kilo erwten. Hoewel ze tuinieren voor hun plezier, is het gratis eten mooi meegenomen. Door de crisis wonen sommigen weer of nog bij de ouders, met kleinkinderen en al. „Die van mij hebben dan weer wel even werk, dan weer niet”, zegt Marias. Quimet: „Nu alles duurder wordt en we het ergste van de crisis nog niet eens hebben gezien, kunnen we de oogst goed gebruiken.” Toch vragen ze zich af of het op grotere schaal beschikbaar stellen van tuingrond voor stedelingen de crisis zou verlichten. Marias: „Er gaat veel tijd in zitten en die hebben jonge mensen van nu niet.”