Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

In Birma is humor altijd politiek

De komiek Zarganar zat jaren gevangen voor zijn grappen. Nu werkt hij met de Birmese militairen samen. „Ik wijs hen erop dat ze de weg terug niet moeten inslaan.”

Zarganar in Parijs tijdens een bezoek in juni van dit jaar, in traditionele Birmese kleding.
Zarganar in Parijs tijdens een bezoek in juni van dit jaar, in traditionele Birmese kleding. Foto AFP

De populaire Birmese komiek Zarganar (51) kijkt wat ongemakkelijk. Hij heeft zijn pillen tegen hoge bloeddruk, een souvenir aan een elfjarig verblijf in Birmese gevangenissen, vandaag niet kunnen innemen. Per ongeluk is zijn koffer blijven staan in Bangkok. Zwetend zit de bekendste cabaretier van Birma nu te wachten op zijn vertrouwde plunje, in een onwennig shirt dat hem door de staf van het Prins Clausfonds ter beschikking is gesteld.

Zarganar (zijn artiestennaam, eigenlijk heet hij Maung Thura) kreeg vandaag een prijs van het Prins Clausfonds voor zijn „uitgelezen gebruik van humor binnen een omgeving van onderdrukking”. Moedig heeft hij in zijn shows en een groot aantal films al sinds de jaren ’80 allerlei misstanden in het land aan de kaak gesteld. „Al mijn grappen zijn altijd politiek”, zegt hij met zijn diepe basstem en expressieve gezicht. „Ik houd ervan de ogen van mensen te openen over zaken als corruptie. De mensen waarderen dat. Komieken zijn de luidsprekers voor de stem van de bevolking.”

De Birmese politiek is het afgelopen jaar na decennia van stagnatie onder de militaire junta plotseling in beweging geraakt. De militairen hebben de touwtjes nog in handen maar ze hebben ook een groot aantal hervormingen doorgevoerd.

Sinds zijn vrijlating bijna een jaar geleden heeft Zarganar zich ingezet voor het consolideren en stimuleren daarvan. „Ik ben er zo druk mee”, lacht hij, „dat ik aan optredens als komiek nauwelijks meer toekom. Dat heb ik sinds vorige herfst pas drie keer gedaan.”

Zarganar gelooft in een opstelling van „constructief engagement” met de militairen, zoals hij het zelf noemt. Met dezelfde militairen die hem in 1988 oppakten toen hij met zijn politieke cabaret steeds meer weerklank bij brede lage van de bevolking vond. Zij konden geen waardering opbrengen voor zijn grappen en schopten en sloegen hem, dienden elektrische schokken toe en begroeven hem, alleen zijn hoofd stak nog boven de grond uit. Waarna ze op hem afreden met een jeep. Dezelfde militairen ook die hem gevangen zetten toen hij in 2008 na de verwoestende orkaan Nargis zelf hulpverlening op touw zette omdat de militairen in gebreke bleven.

De komiek lobbyde de afgelopen maanden bij de militairen om meer gevluchte Birmezen uit het buitenland toe te laten en hij nam op verzoek van de regering zitting in een commissie, die de recente etnische onlusten tussen de boeddhistische meerderheid en de islamitische Rohingya’s in de westelijke staat Rakhine moet onderzoeken.

Gelooft u dat de militairen echt tot inkeer zijn gekomen?

„De regering wordt nu gevormd door militairen die hun uniform hebben verwisseld voor burgerkleren. Maar ze hebben wel 35 jaar in het leger gezeten, en dat verander je niet zomaar. Soms gedragen ze zich alsof Birma nog een dictatuur is en soms stellen ze zich meer hervormingsgezind op. Ik acht de kans fifty-fifty dat ze echt blijven doorgaan met de democratisering.”

Waarom werkt u met de militairen?

„We hebben twee opties: of we werken niet mee, en dan kunnen de generaals helemaal hun eigen gang gaan. Of we werken mee. Ik geloof dat dat laatste de verstandigste aanpak is. Ik probeer er zelf ook alles aan te doen om de militairen er steeds aan te herinneren dat ze niet de weg terug moeten inslaan.”

Hoe vrij is Birma nu eigenlijk?

„Protestdemonstraties tegen de regering zijn nog steeds niet toegestaan. Beperkingen op de media blijven van kracht. Nog lang niet alle politieke gevangenen zijn vrijgelaten. Ook ikzelf ben nog niet geheel vrij. Ik ben voorwaardelijk vrijgelaten maar als ik iets zou doen dat de autoriteiten niet bevalt, kan ik opnieuw worden opgesloten voor de resterende 31 jaar en vier maanden van mijn straf.

Was u nooit bang?

„In het begin wel, toen ze me zo mishandelden. Maar na een tijdje werd ik rustiger. Ik dacht: als ik pech heb, ga ik hier dood. Of ik kom hieruit en krijg een nieuwe kans om het regime te bestrijden. Sindsdien was ik niet bang meer.”

Heeft u nooit spijt gehad dat u geen tandarts bent geworden? Dat zou vermoedelijk veel rustiger zijn geweest.

„Mijn ouders heeft het veel verdriet gedaan dat ik dat niet heb gedaan. Maar ik vond het veel leuker om grappen te maken en ik was enorm in politiek geïnteresseerd. ”

Vind u dat oppositieleider en Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi meer sympathie had moeten tonen voor de Rohingya’s, die werden vermoord en van huis en haard werden verdreven?

„Dat is een ingewikkeld verhaal. Historici moeten ons maar vertellen of de Rohingya’s nu wel of niet in Birma horen. Veel Rohingya’s zelf noemen zich Bengaalse moslims. We moeten streven naar een vreedzame coëxistentie op basis van de feiten. Overigens neem ik ook Aung San Suu Kyi wel eens op de hak. Ik ben ook geen lid van haar partij. In mijn laatste show in april verwees ik naar haar contacten met president Thein Sein in een scène waarin twee roeiers met de rug naar elkaar roeien, zonder dat ze een centimeter verder komen.”

Bent u optimistisch voor de toekomst?

„Soms wel, soms niet. Maar er zit onmiskenbaar verbetering in.”

En glimlachend: „Het boeddhisme leert ons dat alles onzeker is.”