Europarlementariër heeft nu stemmetje in Den Haag

Hebben Nederlandse Europarlementariërs meer invloed binnen hun partij nu Europa verkiezingsthema is geworden? In Den Haag wordt geluisterd, zeggen ze.

De SP is niet tegen de interne markt van de EU, zoals in een eerste versie van het verkiezingsprogramma stond. En dat komt, zegt SP-Europarlementariër Dennis de Jong, door zíjn bemoeienis.

De PvdA wil Europees bankentoezicht. „Dat staat in het programma door mij”, zegt PvdA-Europarlementariër Thijs Berman.

Bij GroenLinks bemoeide Europarlementariër Bas Eickhout zich met de campagne. Die moest niet over Europa als één onderwerp gaan, maar „opgeknipt” in onderdelen als de bankencrisis, de ‘EU in de wereld’, de ‘democratische controle’ – om kiezers het idee te geven dat politici het nog wél begrijpen en een oplossing hebben. Zo doet GroenLinks het nu.

Lukt het de Europarlementariërs dan eindelijk om vanuit Brussel invloed te hebben op hun partij in Den Haag? Niet eerder was de kans daarop zo groot, want niet eerder was Europa in verkiezingen voor de Tweede Kamer zo’n belangrijk onderwerp.

Sophie in ’t Veld, sinds 2004 Europarlementariër voor D66, zegt dat ze altijd al heel goed samenwerkte met D66-Kamerleden, ze spreekt vaak op partijcongressen. Maar ook in haar partij leefde het idee dat Den Haag „de navel van het universum” was. Dat verdwijnt. „Door de eurocrisis kwam er een radicale verandering in de belangstelling voor ons en de bereidheid om te luisteren.”

Bij de SP bedacht partijleider Emile Roemer vorig jaar, op een van de hoogtepunten in de crisis over Griekenland, dat er speciaal overleg moest komen over Europa: met een paar Kamerleden, Europarlementariër De Jong en Roemer zelf. Ze komen om de zes weken bij elkaar. GroenLinks-lijsttrekker Jolande Sap belde het afgelopen jaar vaak met Bas Eickhout, die in Brussel de crisis volgt. Eickhout kwam ook bij haar thuis langs om over Europa te praten. Sap wilde alles weten, zegt hij. „En ze snapte het snel.”

CDA-Europarlementariër Wim van de Camp werkt al sinds vorig jaar aan de Europa-standpunten van zijn partij. In juli 2011 hield hij een presentatie over de EU voor de ministers, staatssecretarissen en fractievoorzitters van het CDA. Van de Camp vond dat het afgelopen moest zijn met de tweeslachtige houding van de partij sinds het referendum over de Europese grondwet in 2005. Hij kreeg de partijtop mee. Een maand later zei fractievoorzitter – nu lijsttrekker – Sybrand van Haersma Buma in de Volkskrant dat het anti-Europese sentiment „doorbroken” moest worden. Van de Camp: „Méér Europa werd de lijn.”

Toch zei CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt in het voorjaar dat de Nederlandse pensioenen werden bedreigd door ‘Brussel’. De CDA-Europarlementariërs Ria Oomen en Corien Wortmann waren geïrriteerd: had Omtzigt niet even kunnen bellen? Volgens hen was er geen reden voor paniek. Ze reageerden in interviews en op Twitter. „Kennelijk werd er binnenskamers niet naar hen geluisterd”, zegt D66-Europarlementariër Sophie in ’t Veld.

In het verkiezingsprogramma van D66 stond eerst ook dat de EU zich niet moest bemoeien met de Nederlandse pensioenen en de sociale zekerheid. Sophie in ’t Veld kreeg voor elkaar dat de formulering positiever werd. Maar het lukte haar niet om de passage eruit te krijgen, zoals ze had gewild: „Want Europa bemoeit zich niet met onze pensioenen.”

PvdA-Europarlementariër Thijs Berman vindt dat er in Den Haag behoorlijk goed naar hem wordt geluisterd. Als hij ziet dat PvdA-leider Diederik Samsom in zijn plan voor de banken „naadloos overneemt” wat Berman zelf eerder schreef in een opiniestuk in het FD, is hij tevreden. Ook al belde Samsom hem er niet over. Samsom belt wel elke week met de Duitse sociaal-democraat Martin Schulz, de voorzitter van het Europees Parlement.

Berman denkt dat de andere Nederlandse Europarlementariërs niet veel méér invloed hebben dan hij. „Als ik hun vraag hoe hun contact is met Den Haag, wordt er gegrinnikt. We weten allemaal dat Haagse hypes het nog steeds beter doen dan de Europese werkelijkheid.”

VVD-Europarlementariër Hans van Baalen ziet het anders. Hij is niet vaak in Brussel. Wel in Den Haag en dat vindt hij zelf „heel verstandig”: alleen dan blijf je meetellen in je partij. Van Baalen is bijna elke week bij het overleg van de VVD-bewindslieden en bemoeit zich ook met plannen voor kinderopvang of mobiliteit. „Je moet oppassen dat je het niet alleen over je eigen portefeuille hebt.”

Hij is bij de vergaderingen van het partijbestuur en belt met VVD-leider Mark Rutte als die onderweg is naar een top in Brussel. Van Baalen zegt soms ook tegen Rutte wie hij over een Europees onderwerp nog even zou kunnen bellen. „En als hij er tijd voor vindt, doet hij dat.”

En de PVV? Geen collega twijfelt eraan of Geert Wilders Europarlementariër Barry Madlener serieus neemt. Madlener is zijn vertrouweling, hij is nu kandidaat-Kamerlid.

Of de Europarlementariërs nu invloed hebben of toch niet, of de een meer dan de ander: zichtbaar zijn ze nauwelijks. Ze trekken in Nederland langs debatzaaltjes. VVD-eurocommissaris Neelie Kroes wil hen nu gebruiken om het debat over Europa in de campagne te verbeteren: ze richtte samen met Europarlementariërs van CDA, GroenLinks en D66 een platform op met filmpjes en een Twitter-spreekuur. De PvdA doet niet mee.