De baten van de peuterschool

Ook in het onderwijs gaat de kost voor de baat uit. School is zeker geen garantie op, maar vaak wel het begin van een gezonder leven. De econoom Bas ter Weel, werkzaam bij het Centraal Planbureau, heeft dit oud-Hollandse spreekwoord nu nader uitgerekend. In zijn oratie als hoogleraar sociale economie aan de Universiteit van Maastricht komt Ter Weel morgen tot de slotsom dat een voorschool voor kinderen van 2 tot 4 jaar jaarlijks 5.000 euro per peuter kost.

Dat lijkt veel. Maar de kosten van een voorschool zijn volgens Ter Weel geringer dan de lasten die zich later na het basisonderwijs kunnen aandienen. Zo kost een drop-out van het vmbo, die in de bijstand terechtkomt, 25.000 euro per jaar. Dat is zonde van het kind en het geld. Om maar te zwijgen van ontsporingen di e nog kostbaarder zijn.

Experimenten in Amerika wezen uit dat kinderen die op hun derde naar school gingen, later minder vaak in aanraking kwamen met alcohol en drugs en, dus, minder vaak met de gevangenis. Dan wordt de som nog spectaculairder. Een gedetineerde in Nederland kost circa 85.000 euro per jaar.

Demagogie? Zeker. Maar wel een vorm van demagogie die te denken geeft. En dat doet het in Nederland ook al langer. In de grote steden wordt gewerkt met zomerscholen en voorscholen, waar peuters en kleuters Nederlands leren en socialiseren. Die scholen zijn – we moeten er niet omheen draaien – bestemd voor kinderen uit achterstandswijken waar peuterspeelzaal en kleuterschool géén vanzelfsprekendheid zijn.

Met zijn kosten-batenanalyse in de hand pleit Ter Weel daarom voor een verlaging van de leerplichtige leeftijd tot 4 jaar en een beleid dat erop gericht is alle kinderen vanaf 2 jaar naar een voorschool te sturen.

Het lijkt evident. Leerplicht vanaf het vierde jaar is een simpele maatregel, zeker omdat het overgrote deel (98 procent) van de kleuters al een jaar eerder naar school gaat. Een voorschool laat zich minder eenvoudig afdwingen. Amsterdam wil boetes voor ouders die kun peuters thuishouden. Maar er is geen hechte juridische basis voor dit sanctiesysteem.

In die wettelijke lacune kan uiteraard worden voorzien. Maar enige terughoudendheid is geboden. Niet alle peuters zijn op hun 2de al in staat om in een klasje te zitten. De overheid moet oog blijven houden voor de verschillen in tempo van ontwikkeling. De staat moet niet vanaf de wieg met de wet in de hand willen interveniëren. Eerst moeten er andere middelen worden gezocht om ouders zover te krijgen dat ze hun kinderen con amore naar een zomer- of voorschool sturen.

Laten we beginnen met het verlagen van de leerplicht tot 4 jaar. Dat is effectiever omdat jongeren ná hun 16de vaak minder geneigd zijn nog te leren dan vóór hun 5de. En het is nog goedkoper ook.