Schetsboek was mogelijk album vol oude meesters

Dezelfde zwartlederen band, hetzelfde papier – twee musea onderzoeken of een ‘schetsboek’ uit 1650 een voormalig kunstalbum van koningin Christina is.

Schilder/tekenaar Jan van der Kooi (55) uit Burgum heeft een schetsboek waar hij alleen in tekent als hij heel goed op dreef is. Het is een zwartlederen album uit 1650. „Met gewoon heel fijn papier”, verklaart hij zijn voorliefde voor dit schetsboek.

Het Dordrechts Museum stelt het album in november, samen met tekeningen van Van der Kooi, tentoon. Het museum hoopt dan ook de uitslag van een onderzoek naar de herkomst van het album te kunnen presenteren. Specialisten van Teylers Museum in Haarlem voeren het onderzoek uit.

Kunsthandelaar Theo Laurentius die het album drie jaar geleden aan Van der Kooi verkocht, stelt dat het eigendom is geweest van koningin Christina van Zweden (1626-1689). Het zou prenten hebben bevat van oude Italiaanse meesters.

Laurentius verwierf het prentenboek zo’n tien jaar geleden. Hij twijfelt er niet aan dat het van Christina was. Het is bekend dat de Zweedse koningin vijf ‘konstboecken’ bezat met prenten van oude meesters. Tapijtwever en kunsthandelaar Pieter Spiering, haar ambassadeur in Vlaanderen, leverde ze rond 1640 aan haar. Ook kocht hij voor haar een collectie tekeningen aan van onder anderen Goltzius, Raphaël, Veronese, Michelangelo, Guilio Romano en Titiaan. Die borg hij op in dezelfde roggeleren zwarte banden als waarin hij zijn eigen verzamelde kunst bewaarde.

Spiering had in totaal 129 albums, waarvan er nog 22 bekend zijn. Alle hadden groene linten en goudopdruk. Het album van Van der Kooi heeft wel de kenmerkende roggeleren zwarte band, maar de goudopdruk ontbreekt. Wel zijn restanten zichtbaar van de groene linten. Kunsthandelaar Laurentius beschouwt dit als een aanwijzing dat dit exemplaar van koningin Christina is geweest.

„Ik heb zelf drie jaar geleden onderzoek gedaan naar de herkomst van dit album”, zegt hij. „Er zijn diverse brieven van Spiering aan Christina waarin hij schrijft dat hij vijf albums met daarin prenten en tekeningen naar haar zal verschepen.”

De albums van Spiering kwamen later in handen van Pieter Teyler, die de tekeningen eruit haalde. Een deel ervan is in bezit van het Haarlemse museum dat zijn naam draagt. Het album van Christina bleef 200 jaar spoorloos, vertelt Laurentius.

Op de pagina’s van het album dat nu wordt onderzocht, zijn kleine driehoekjes gekleurd papier zichtbaar. Dit zijn stukjes van de prenten die eruit zijn gehaald, denkt Laurentius. Ook zijn er afdrukken van rode krijttekeningen zichtbaar.

Voor Van der Kooi heeft het album vooral poëtische waarde. „Zoals we ook in zeventiende-eeuwse huizen wonen of op zeventiende eeuwse violen spelen, zo gebruik ik dit fijne papier. Ik zie het als hergebruik.”

Op zo’n tien bladzijden heeft hij landschappen, naakten en zelfportretten getekend. Hij is onder de indruk van de mogelijke herkomst van de rode krijtafdrukken op de pagina’s en is blij met het onderzoek naar de authenticiteit van het album.

Specialisten van Teylers kijken onder meer of tekeningen uit de verzameling matchen met de lege plekken in het album, zegt een woordvoerster van het Dordrechts Museum.

Zelf ontdekte Van der Kooi een paar jaar geleden al dat blauwe plakkertjes overeenkwamen met de afmetingen van een tekening van Rafaël in Teylers. „Als dit het album van Christina is, laat ik de pagina’s met de krijtafdrukken voor altijd leeg”, zegt hij. „Ik wil het niet op mijn geweten hebben het krijt van een grote Italiaanse meester te hebben uitgegumd.”

De tekeningen van Jan van der Kooi en het album worden van 11 november t/m 7 april tentoongesteld in het Dordrechts Museum.

    • Karin de Mik