Oh ja, en neem je kind ook mee

Op de basisschool bouwen ouders aan hun sociale netwerk. „Kinderfeestjes eindigen vaak in borrels.”

Op Daltonschool De Margriet in Rotterdam organiseren de ouders elk jaar een feest. Niet voor de kinderen maar voor zichzelf. Als de kinderen sportdag hebben, is de school voor hen. Ze fotograferen de lokalen zodat ze weten hoe ze alles moeten terugzetten. Dan gaan ze los.

Ze bouwen een bar, een podium, hangen discoballen op, zorgen voor een dj. Het thema wisselt elk jaar. Het was al eens ‘Relaxresort’ en ‘Miami Beach’.

Ouders zijn vaak samen bezig op school. Ze pakken sinterklaascadeautjes in, hangen kerstversiering op, organiseren een sportdag. Ze zijn klassevader of -moeder of zitten in de medezeggenschapsraad.

Er zijn natuurlijk ook scholen die moeite hebben de ouders te betrekken. Scholen die een feest moeten overslaan omdat te weinig ouders bereid waren te helpen. Over die ouders gaat dit verhaal niet.

Dit verhaal gaat over ouders die helpen omdat de school van hun kinderen die hulp goed kan gebruiken. Maar ook omdat ze het leuk hebben met elkaar. Ze zijn onderdeel van een hecht netwerk van gelijkgezinde volwassenen, die elkaar toch al steeds tegenkomen: op het schoolplein, bij het halen of terugbrengen van de kinderen na een speelafspraak. Maar ook omdat ze samen een speurtocht uitzetten. Of in de bus zitten tijdens een schoolreisje. Samen borrelen, feesten, voetballen, barbecuen en kamperen is dan maar een kleine stap verder.

Scholen weten dat. Steeds vaker organiseren de scholen activiteiten, speciaal voor ouders: feesten, borrels of een uitstapje. Kinderdagverblijven doen mee.

Vriendschap sluiten

Vroeger was dat anders. Ouders zagen hun vrienden niet op het schoolplein. Ze hadden hun eigen vrienden. Ze namen hun kinderen mee op bezoek en die moesten zich vermaken met de kinderen van hun vrienden. Nu zijn het de kinderen die de vriendschappen sluiten. En de ouders die volgen.

André Lommen en zijn vriendin (hun kinderen zitten op De Margriet) organiseren elke zomer een fameuze barbecue. Daar komen alleen ‘Margriet-ouders’. Carolien Oomes, Harold Steenwinkel en Jeroen Kunstman met hun kinderen bijvoorbeeld. Ze vertellen dat in een Rotterdams café, een plek waar ze wel vaker andere ouders treffen voor een drankje. „Ik heb een hechte vriendengroep in Amsterdam, zegt Carolien Oomes. „Ik zie ze helaas weinig. Daar zijn de ouders van De Margriet voor in de plaats gekomen.”

Wat het precies is? Ze moeten er even over nadenken. Vroegere vrienden wonen vaak ver weg. Contact onderhouden kost veel tijd. Het leven is druk met werk, kinderen en andere bezigheden. En de andere ouders van de school van hun kinderen spreken hen aan: ze komen uit dezelfde wijk, hebben een soortgelijke achtergrond. Carolien Oomes: „Op het ouderfeest komen mensen met wie ik allemaal een leuk gesprek kan hebben.”

Toen Frans Rodenburg en zijn vrouw een basisschool voor hun kinderen zochten, keken ze of de school paste bij hun kinderen. Maar ook of die paste bij henzelf. „Het is prettig als je een klik hebt met de andere ouders op het schoolplein.” Zijn zoon van 8 en dochter van 6 zitten op de Hildegaertschool, in de Rotterdamse wijk Hillegersberg. Rodenburg was tot vorig jaar voorzitter van de activiteitencommissie en de lustrumcommissie voor het vijftigjarig bestaan van de school.

Ouders hebben elkaar ook nodig, zegt Nathalie Schutjens, zelf conrector van het Christelijk Gymnasium in Utrecht en moeder van drie kinderen. „Vaak werken beide ouders. De vakanties duren lang. Het is heel praktisch als je elkaars kinderen af en toe kan opvangen. Vriendschappen ontstaan dan vanzelf.”

Als je kinderen eenmaal op de basisschool zitten, ontstaat er al snel een sociaal netwerk, zegt Rodenburg. Je woont allemaal in de zelfde buurt, je hebt allemaal jonge kinderen, dat schept een band. Hillegersberg is net een dorp. Je komt elkaar overal tegen. Op het schoolplein, maar ook bij de hockeyclub, de voetbalvereniging, de zeilclub. Wij houden van zeilen, andere ouders ook. Je gaat eens samen. Leuk voor ons en leuk voor de kinderen die met hun vriendjes kunnen spelen.”

Elkaar opzoeken

Mensen zijn graag in gezelschap van mensen die op hen lijken, zegt pedagoog Bas Levering van de Universiteit Utrecht. Dat is al zo oud als de wereld, zegt hij, maar in de tijd van de verzuiling ging dat vanzelf. „Autochtone ouders die bewust voor een multiculturele school kiezen, merken dat ze het meeste contact hebben met andere autochtone ouders . Ook Turkse en Marokkaanse ouders trekken naar elkaar toe. Dat gaat onbewust. Je vindt gemakkelijker een gemeenschappelijk gespreksthema.”

De identiteit van de school hangt af van de ouders die hun kinderen er brengen. Dat is overal zo. Een moeder uit Amsterdam-Zuid met drie kinderen bijvoorbeeld weet te vertellen wie naar welke school gaat. Op de Tweede Daltonschool zitten kinderen van artistieke ouders, type acteurs Toneelgroep Amsterdam. Ook op de Cornelis Vrijschool zitten kinderen van artistieke ouders, maar meer type RTL4. Naar de schoolvereniging Willemspark gaan de kinderen van captains of industry. Naar de 1e Montessorischool kinderen van ondernemers en zakenlui, de kinderen van adel gaan naar de Hildebrand-van Loonschool, advocaten brengen hun kinderen naar de Nicolaas Maesschool.

Ouders kiezen een school vanwege andere ouders, zeggen basisschooldirecteuren als je ze er naar vraagt. Hoogopgeleide ouders zijn mondig en kritisch. „Als ze iets vinden, moet het liefst gisteren geregeld zijn”, zegt een schooldirecteur in Amsterdam. „Dat is wel eens lastig.” De grote betrokkenheid van ouders is ook een voordeel. „Als er iets nodig is voor de school, zij regelen het. Een extra computer of muziekinstrument, het is zo voor elkaar.”

Het hechte netwerk kan ook lastig zijn. Sommige ouders vallen erbuiten. Soms zonder dat ze het willen. Of ze hebben geen tijd om veel op school te doen. Of ze hebben geen zin in borrels en feesten. Een Marokkaanse moeder vertelt dat ze het gevoel had dat ze ook naar de camping en naar de wintersport moest, om erbij te horen.

Ouders willen dolgraag dat hun kind leuke vriendjes heeft, zegt Schutjens. „Terecht. Dat wil ik zelf ook. Als ouder kan je het gevoel krijgen dat je wel mee móét doen, anders heeft dat misschien consequenties voor je kinderen. Dus eindigen kinderfeestje vaak in borrels voor ouders. Omdat het gezellig is. Maar ook om te stellen: wij horen bij elkaar.”

Het kan ook lastig zijn als een vriendschap tussen kinderen bekoelt terwijl de ouders juist close zijn (geworden). Je ziet soms dat ouders grote moeite doen om een vriendschap van hun kind in stand te houden, zegt Schutjens. Ze vindt dat begrijpelijk, maar vraagt zich af of dat zo goed is voor de kinderen.

Schutjens ziet ook hoe moeilijk sommige ouders het hebben als hun kind naar de middelbare school gaat en ze het hele netwerk in een klap kwijt zijn. „Ze bellen me wel eens op of ik wil kijken of hun zoon of dochter niet alleen zit.”

De ouders van De Margriet zijn te relaxed voor overactief netwerken. „Gaan jullie mee voetballen op vrijdag”, vraag Harold Steenwinkel aan Jeroen Kunstman en André Lommen. De vaders van De Margrietschool hebben een voetbalclubje gevormd, dat elke vrijdagavond een wedstrijd speelt. André Lommen doet mee, maar Jeroen Kunstman kijkt peinzend naar zijn knieën. „Ik geloof”, zegt hij, „dat jullie het zonder mij moeten doen. Op vrijdagavond ga ik op de bank cocoonen.”