Liberia geeft het laatste regenwoud weg

Het lukt president Johnson Sirleaf van Liberia niet om de houtkap in te dammen. Voor een kwart van het land zijn, naar nu blijkt, dubieuze kapvergunningen afgegeven.

Het Liberiaanse departement voor bosbouw heeft met een serie schimmige deals 40 procent van het Liberiaanse woud weggegeven aan houtkapbedrijven. Om wetgeving te omzeilen hebben de bedrijven particuliere contracten afgesloten, die ze in veel gevallen op illegale wijze hebben verkregen. Dat zegt de Britse lobbyorganisatie Global Witness in een nieuw rapport, dat in Liberia hard is aangekomen.

De Liberiaanse president Ellen Johnson Sirleaf heeft vorige week een regeringsfunctionaris ontslagen en een onderzoek ingesteld naar corruptie en schendingen van de wet bij het uitgeven van de contracten. Sinds haar aantreden in 2006 heeft Johnson Sirleaf veel gedaan om de activiteiten van houtkapbedrijven aan banden te leggen, maar nu blijkt dat ze ook eigen kring is tegengewerkt.

Liberia is een van de meest dicht beboste landen van West-Afrika met het laatste relatief ongerepte regenwoud van de regio. Tijdens de burgeroorlog (1989-2003) spekten sommige houtkapbedrijven de oorlogskas van de Liberiaanse krijgsheer Charles Taylor. Ze hadden hun eigen gewapende militie en waren betrokken bij illegale wapenimporten.

In de afgelopen negen jaar heeft de Liberiaanse overheid, in samenwerking met de Verenigde Staten en de Wereldbank, veel geld en moeite gestoken in de hervorming van de industrie. Contracten uit de oorlog werden ontbonden, er kwamen nieuwe wetten en er werd een akkoord gesloten met de Europese Unie om de houthandel te reguleren.

Maar in de laatste twee jaar hebben houtkapbedrijven heimelijk tientallen contracten afgesloten, die hun toestaan 26.000 vierkante kilometer bos te kappen. Dat is een kwart van de Liberiaanse grondgebied.

In totaal hebben de bedrijven 66 zogenoemde Private Use Permits gesloten, die particulieren toestemming geven bomen op hun erf te kappen zonder dat ze de wet overtreden. De grootste begunstigde is Atlantic Resources, dat nauwe banden heeft met Samling, een Maleisisch bedrijf met een historie van illegale kap.

Daarbij hebben sommige bedrijven volgens Global Witness documenten vervalst om toestemming van de lokale gemeenschap te veinzen. „Toen we een brief uit zijn naam lieten zien, waarin de eigendomsakte van zijn mensen aan de regering werd voorgelegd, zei een stamleider uit Dugbeh River dat de brief was vervalst”, schrijft Global Witness.

„Het lijkt erop dat de houtkapbedrijven samenwerken met een aantal regeringsfunctionarissen, en in sommige gevallen frauduleuze documentatie gebruiken, om tot zoveel mogelijk bos toegang te krijgen, en dat cynisch genoeg doen uit naam van mensen die in het bos leven”, zei Jonathan Grant van Global Witness.