'Ik beweeg een beetje om de tekst heen'

Op de Nacht van de Regie op het Theater Festival gaven drie regisseurs een demonstratie van hun werkwijze. „We voelden vertedering voor Caligula.”

Wat doen we met de boter? Dat was een van de vragen die drie regisseurs gisteren moesten beantwoorden bij een geïmproviseerde regie van een scène uit het toneelstuk Caligula.

Een pakje boter was een van de objecten die op de Nacht van de Regie op het Theater Festival door Arthur Japin, voorzitter van de festivaljury, ter inspiratie was meegegeven aan de regisseurs. Als verwijzing naar „een anale verkrachtingsscène in een vreselijke pornofilmversie van het stuk”, zei hij.

Regisseur Antoine Uitdehaag zette de boter in om te tonen dat zijn Caligula (Werner Kolf), een koelbloedige heerser, pas ontspant na de moord op zijn geliefde (Lotte Noordanus). Dan masseert hij zacht haar gezicht en mummificeert het met de boter.

In de monoloog die regisseur Bianca van der Schoot laat opvoeren vertelt actrice Floor van Leeuwen over de discussie die het tweetal had over de mogelijke uitvoeringen en interpretaties van de scène: „Het zou kunnen dat ik een pakje boter opeet en helemaal niet tegen cholesterol kan en dat dan blijkt dat ik dood ben gegaan, omdat jij mij die boter hebt gegeven.”

Terwijl regisseur Thibaud Delpeut de boter weglaat. Hij verontschuldigt zich als er na het spelen van de door hem geregisseerde versie vanuit het publiek naar het pakje boter gevraagd wordt: „Dat inspireerde me niet en deed me ook te veel denken aan die pornofilm.”

Met de op één dag bedachte regies wilde het Nederlands Theater Festival het publiek een kijkje geven in de manier waarop een regisseur van tekst tot voorstelling komt. Hoe gaat die onzichtbare, maar cruciale speler in het theater te werk?

Voor Uitdehaag, die deze zomer in DeLaMar Het geheugen van water regisseert, begint elk repetitieproces met een lezing van het stuk met de acteurs aan tafel. Zo is hij de dag ook begonnen, zegt hij. „Ik probeer altijd eerst heel goed de tekst in te gaan.” Een thema dat Uitdehaag in de tekst raakte, was Caligula’s drang naar vrijheid. „De ultieme vrijheid willen is het hoogste goed. Maar als je daarmee de vrijheid van anderen belemmert, begeef je je op het pad van de misdaad.”

Delpeut, afgelopen week actief op het Zeeland Nazomerfestival met Medea, vertelde dat hij en de twee acteurs „tederheid konden voelen voor mensen als Caligula, die absoluut denken zonder enige relativering”. In de door Eelco Smits en Wendell Jaspers gespeelde scène beeldhouwt Caligula als een kunstenaar zijn Caesonia tot zijn ideale vrouw en stapt daarbij voortdurend in en uit zijn rol.

„Caligula regisseert de wereld om zich heen, maar is tegelijkertijd ook slachtoffer, dader en toeschouwer”, verklaart Delpeut na afloop.

Voor Van der Schoot, die met de voorstelling Bimbo voor het Theaterfestival is geselecteerd, begint een toneelstuk helemaal niet met het lezen van de tekst. Zij komt van de mimeopleiding. „Ik heb het stuk zelfs niet helemaal gelezen. Ik beweeg er een beetje omheen.”

Wel heeft ze zich laten inspireren door de ideeën van de auteur, Albert Camus. „Volgens Camus is het leven absurd en betekenisloos. Pas als je je eigen sterfelijkheid overziet, kun je die absurditeit accepteren. Ik wilde daarom een cemetery contemplation doen, het publiek laten nadenken over manieren om dood te gaan.”

Over die mogelijkheden hebben Van der Schoot en actrice Van Leeuwen ’s ochtends bij de koffie zitten brainstormen. Van Leeuwen deelt ze met het publiek in een uiteindelijk deels geïmproviseerde monoloog. „Het zou kunnen dat ik na een chemische reactie uiteenspat en dat jullie mijn deeltjes inademen. Het zou kunnen dat er een man met een pistool achter me staat en dat jullie niets zeggen omdat het geen jeugdtheater is.”

Theaterfestival, nog t/m zondag 9 september. Inl: tf.nl