Opgeblazen in Irak, ster in Londen

In Irak raakten ze hun ledematen kwijt, de veteranen die in Londen voor hun land strijden. „Sport speelt in op competitiegeest van militairen”.

Het Britse zitvolleybalteam liep zaterdag tegen een daverende nederlaag aan tegen Nederland. De Britse Sam Bowen speelt met nummer 4 (rechtsboven).
Het Britse zitvolleybalteam liep zaterdag tegen een daverende nederlaag aan tegen Nederland. De Britse Sam Bowen speelt met nummer 4 (rechtsboven). Foto AP

Sam Bowen schuift over het volleybalveld, met haar rechterbeen in een rare knik achter haar. Ze blokt, serveert, volleyt. Zes jaar geleden had ze nog nooit van zitvolleybal gehoord. Zes jaar geleden bestuurde de nu 26-jarige Britse onbemande vliegtuigjes, drones, in het zuiden van Irak. Tot er meer dan dertig bommen en mortieren werden afgevuurd op een legerkamp in Al-Amarah, waar zij lag te slapen. Een daarvan verlamde haar rechterbeen.

„In één klap raakte ik alles kwijt: mijn baan, mijn vrienden, mijn leven”, vertelt ze. Ze had het moeilijk, raakte depressief. „Ik dacht alleen maar ‘kan ik niet meer, kan niet, kan niet’.” Tot iemand haar zeventien maanden geleden meenam naar een sportdag voor gehandicapte veteranen, en ze een potje zitvolleybal meespeelde. Ze ontdekte dat ze er dezelfde focus en motivatie voor nodig had als in het leger, en dat binnen het team eenzelfde kameraadschap heerste. „Voor het eerst in lange tijd dacht ik ‘dit is leuk’. En dat blijf ik vinden.” Ze lacht. De Britten zijn op de Paralympische Spelen net genadeloos verslagen door de Nederlandse vrouwen.

Toen de Britse komiek Jimmy Carr drie jaar geleden grapte dat de hoeveelheid gewonde militairen die terugkwam uit Irak en Afghanistan er in elk geval voor zouden zorgen dat de Britten in 2012 een „fucking goed paralympisch team” zouden hebben, viel het hele land over hem heen. Het werd ongepast genoemd, en Carr moest zijn excuses aanbieden.

Maar hij kreeg wel een beetje gelijk, al valt het met de aantallen nog mee. Sam Bowen is het voorbeeld van de wrange gevolgen van oorlog: militairen die gewond raakten tijdens de oorlog en nu tijdens de Paralympische Spelen voor hun land strijden. Het Britse team telt er vijf. De Amerikanen hebben twintig veteranen en nog dienende militairen in Londen, waarvan zes in Irak of Afghanistan gewond raakten.

Het heeft deels te maken met de verbeterde medische zorg, waardoor al op het strijdveld ledematen worden geamputeerd. Militairen die vroeger misschien zouden sterven, overleven nu. Maar het komt ook doordat het Britse leger – net als het Amerikaanse – een paar jaar geleden begon met een speciaal sportprogramma voor gewonde militairen en veteranen.

„Iedere gewonde militair krijgt revalidatie. Maar tot 2008 mochten ze alleen als ze helemaal gezond waren, meedoen aan de ‘avontuurlijke trainingen’ binnen het leger: klimmen, kajakken, maar ook basketbal”, vertelt majoor Jimmy Hendrickson, hoofdtrainer van het Battle Back-programma van het Britse leger. En juist dergelijke sporten spelen in op de competitiegeest van militairen, hun discipline en hun fysieke vermogen helpt het geestelijk herstel. Of het nu om militairen gaat „die tijdens een actie zijn opgeblazen of leukemie hebben”.

Battle Back, dat onder het ministerie van Defensie valt en wordt gesteund door de liefdadigheidsinstellingen Royal British Legion en Help for Heroes (waarvan prinsen William en Harry beschermheren zijn), biedt een training van een week waarin de militairen kennis kunnen maken met allerlei sporten. Het is een terugkeer naar de oorsprong van de Paralympische Spelen. Die werden in 1948 bedacht door arts Ludwig Guttmann om gewonde militairen met dwarsleasies niet alleen fysiek, maar ook mentaal te helpen. „Het stond een tijd op een laag pitje,” zegt majoor Hendrickson. Maar Irak en Afghanistan maakten een dergelijk programma weer noodzakelijk: alleen al het afgelopen jaar werd er bij 46 militairen een ledemaat geamputeerd.

En natuurlijk, Hendrickson laat pas gewond geraakte militairen niet meteen klimmen. Maar sportvissen of boogschieten kan wel, en rolstoelbasketbal „vindt iedereen spannend”. De meeste Battle Backers gaan daarna door met sporten. Op talentendagen worden de topsporters vervolgens gescout. Al is dat niet het doel, maar „een extra aanwinst”, zegt Hendrickson.

Zitvolleybalster Sam Bowen wordt door Battle Back gesponsord. Net als de 26-jarige baanwielrenner Jon-Allan Butterworth, die vrijdagavond in de velodroom glunderend een zilveren medaille in ontvangst. Vijf jaar geleden raakte hij zijn linkerarm kwijt bij een raketaanval in Basra in Irak. Drie jaar geleden leerde hij fietsen, het stompje van zijn linkerarm plaats hij in een soort standaard op het stuur. „Dolblij” is hij nu, en hij hoopt volgende keer ook aan wegwielrennen mee te doen.

De Amerikanen kennen een soortgelijk programma: het paralympisch comité zette in 2005 samen met het Ministerie van Defensie en het ministerie van Veteran Affairs een campagne op om Irak-veteranen te helpen, gewonde militairen worden gestimuleerd dichtbij trainingscentra te gaan wonen door hun verhuizing te betalen, en ieder jaar worden de Warrior Games – een mini-Spelen tussen verschillende legereenheden – georganiseerd.

„Als je de korpsgeest inlijft in het revalidatieproces dan zie je dat strijdende sporters elkaar pushen om beter te worden”, zei John Register, hoofd van de militaire tak van het Amerikaanse olympische comité vorige week tegen zender NBC. „Na een verwonding kan sport een goed middel zijn om weer terug te keren tot de actieve levensstijl die de militairen hadden.”

Hij kan het weten. Register diende in Desert Storm in Irak en had bijna een plaats in het olympische atletiekteam. Tot hij viel tijdens een training en zijn linkerbeen moest worden geamputeerd. In 1996 deed hij als zwemmer mee aan de Paralympische Spelen. Nu begeleidt hij onder andere zwemmer Brad Snyder, die door een Afghaanse bermbom blind werd, en roeier Rob Jones, die door een bermbom beide benen verloor.

Ook niet-westerse landen hebben (oud-)militairen in hun paralympische ploeg. In het Rwandese zitvolleybal spelen een voormalige Hutu-soldaat en een Tutsi. Beiden verloren door een mijn van de ander hun been.

En Angola heeft een blinde oud-soldaat, die grote kans maakt op een medaille bij de 100 meter sprint.