Matthäus-Passion verandert in streng rechtbankdrama

Slotweekend Festival Oude Muziek, Utrecht. Gehoord: 1-2/9, diverse locaties

Op tal van locaties in Utrecht klonk anderhalve week lang muziek uit de eeuwen van Sweelinck, Schütz en Bach, in uitvoeringen door ’s werelds toonaangevende musici en ensembles. Het Utrechtse Festival Oude Muziek dat zondag eindigde, is in zijn genre waarschijnlijk het grootste ter wereld. Vanaf 2013 moet het verder zonder rijkssubsidie – het enige evenement waarbij men op één dag twee Matthäusen kan horen.

De Nederlandse omgang met het fenomeen Matthäus-Passion neemt Naarden als ijkpunt. Dat wil zeggen: kleine bezettingen, het liefst op oude instrumenten – en met Pasen, uiteraard. De Matthäus van René Jacobs met de Akademie für Alte Musik Berlin en het RIAS Kammerchor, zaterdagavond in Vredenburg Leidsche Rijn, week op allerlei manieren van dat schema af. Buiten het seizoen en in forse bezetting presenteerde Jacobs een enerverende, zij het niet geheel consistente uitvoering.

De theatrale insteek van Bach in zijn oratoriumpassies was in zijn tijd niet onomstreden. Opera was zoiets als vloeken in de kerk. Jacobs zette in zijn eerste Matthäus het drama van de heilsgeschiedenis stevig aan met machtige koren en razende recitatieven. De contrasten waren groot, zowel dynamisch als in tempo. Bas Konstantin Wolff was een uitblinker, evenals tenor Werner Güra, die als evangelist over een invoelende en overtuigende vertelstem beschikte.

Zaterdagmiddag ging het er in de Lutherse Kerk heel anders aan toe bij De zaak Jezus. Compagnie Bischoff maakte dit programma rondom een andere Matthäus-Passion, de onbekendere en minder omvangrijke van Heinrich Schütz uit 1666. Schütz, precies honderd jaar voor Bach geboren en diens grote voorganger als luthers componist, presenteert de evangelietekst in vrije recitatieven, sporadisch afgewisseld met korte vierstemmige koorpassages. Het resultaat is kaal en streng. Dankzij Schütz’ grote dramaturgische en melodische talent, aangescherpt tijdens zijn jonge jaren in Venetië, is zijn Matthäus niettemin muziek die de adem kan doen stokken.

Compagnie Bischoff plaatst het werk in een onconventionele setting: vijf zangers, gekleed in toga’s, voeren een proces. Door slimme ingrepen van regisseur Jan Van den Bossche is Schütz’ Matthäus omgetoverd in een meeslepend rechtbankdrama. Sopraan Angela Postweiler souffleert evangelist/rechter Arnout Lems tot twee keer toe de naam van hogepriester Kajafas. Jezus komt naar voren voor zijn getuigenis: „Du sagest es.” Het werkt verrassend goed.

Componist Wouter Snoei heeft met behulp van elektronica een geraffineerd ‘akoestisch commentaar’ op het werk gemaakt. Soms een brommende bourdontoon onder de zang, soms een kakofonisch sprechgesang, en naarmate de spanning stijgt een aanzwellende, oorverdovende ruis. En dat digitale getinkel bij Judas’ verraad – zijn dat zilverlingen?

Speciale aandacht was er dit jubileumjaar voor Sweelinck (1562-1621), Nederlands grootste componist. Het achtkoppige Gesualdo Consort zong zondag in de Pieterskerk het laatste van zijn drie concerten. Twee psalmzettingen van Sweelinck – in feite verkapte madrigalen – besloten het concert met een bevestiging van diens equivalente meesterschap. Volgend jaar hopelijk weer.