Ladderzat zijn een Leids studentengebruik?

Illustratie Ank Swinkels

De kwestie kwam onlangs ter sprake in een discussiegroep op internet. Iemand vroeg: „Wat is de herkomst van ladderzat? De gangbare verklaring schijnt te zijn dat Leidse studenten soms zo dronken waren dat ze liggend op een ladder naar huis werden gedragen, maar klopt dat wel?”

Leiden wil allang niet meer geassocieerd worden met lallende studenten of Leidse ballen. Sterker nog: de Leidse universiteit heeft hard haar best gedaan om van dat imago af te komen. Dat is redelijk goed gelukt, hoewel de uitdrukking Leidse bal nog volop wordt gebruikt. Blijft de vraag of het woord ladderzat inderdaad terug te voeren is op liederlijk drinkgedrag van met name Leidse studenten.

In eerste instantie lijken de bewijzen daarvoor niet erg overtuigend. Zo werd ladderzat pas in 1984 voor het eerst opgenomen in de Grote Van Dale. Nou heb ik zelf in 1980 een jaar in Leiden gewoond en het zou me zeker zijn opgevallen als bezopen studenten indertijd geregeld op ladders werden thuisbezorgd. Dit lijkt niet erg logisch in een tijd dat hiertoe voldoende andere vervoermiddelen voorhanden waren.

Onderzoek in historische kranten levert wel iets oudere bewijsplaatsen voor het woord ladderzat op, maar nog altijd uit het gemotoriseerde tijdperk. Zo maakte de Leeuwarder Courant in 1962 melding van de veroordeling van een achttienjarige fabrieksarbeider uit Bergum die tevergeefs had geprobeerd om met zeven glazen bier op naar huis te fietsen. Nadat hij was gevallen was hij gaan lopen. De krant citeert uit het op „felle toon uitgesproken requisitoir” van de officier van justitie. „Dit blaagje,” aldus de officier, „dat al uit een betrekking is weggetrapt wegens drankmisbruik, zat ladderzat op de fiets. Ik vraag me af, wat er van dit verwende knaapje terecht moet komen.”

Ondenkbaar dat een officier van justitie nu nog zo’n toon zou aanslaan, tegen wie dan ook. De straf is eveneens opmerkelijk: twee weken, waarvan één voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

Maar goed, met die Bergumse fabrieksarbeider zijn we nog geen stap dichter bij dronken Leidse studenten op ladders. Zijn er voor deze herkomstverklaring van ladderzat overtuigende bewijzen te vinden?

Ja, twee. Het eerste dateert uit 1717. Het gaat om een „kluchtig blijspel” van Jan Jacob Mauricius, getiteld Het Leidsche studentenleeven. Mauricius ging op z’n twaalfde in Leiden studeren en promoveerde er op zijn zestiende (kom daar nu nog eens om). In zijn blijspel laat hij een hospes, de verhuurder van een studentenkamer, met een ladder het toneel op lopen. Over een „smoordronken” student zegt de hospes: „Wat dunkt je? Om hem gemakkelyk te draagen zo weet ik geen ‘sekuurder’ raad, als dat we op deuze leêr dat dronken varken bonden.” Deuze leêr is vanzelfsprekend de meegedragen ladder.

Het tweede bewijs komt uit de befaamde Studenten-Typen van Klikspaan, schetsen van het Leidse studentenleven. In 1838 schreef Klikspaan / Johannes Kneppelhout: „H. is gepromoveerd. Aan het promotiediner zaten meer dan dertig magen aan. Ik heb me er uitstekend vermaakt, doch was, helaas! als altijd dronken! Ik ben onverbeterlijk! niet ladderzat, evenwel.”

Bij Mauricius vinden we een sterke aanwijzing dat dronken Leidse studenten inderdaad ooit op ladders zijn vervoerd. Kneppelhout levert het bewijs dat het woord ladderzat véél ouder is dan tot nu toe is aangenomen. Het meest waarschijnlijk lijkt mij dat ladderzat lang alleen door studenten is gebruikt, eerst in Leiden en later ook in andere studentensteden. In de tweede helft van de 20ste eeuw is het kennelijk in bredere kring bekend geraakt, wellicht omdat het aantal academici vanaf die tijd sterk toenam. Het woord ladderzat bestond toen echter al heel lang en het gaat dus inderdaad terug op een oud Leids gebruik: stomdronken studenten per ladder thuisbezorgen.