Opinie

Waar de campagne niet over gaat: AOW

Half september, als Nederland net naar de stembus is geweest, stuurt de overheid – bij monde van de Sociale Verzekeringsbank – een brief naar zo’n 60.000 64-jarigen.

‘Geachte heer, mevrouw, ... u wordt volgend jaar januari, februari of maart 65 jaar, maar u ontvangt dan nog niet het staatspensioen AOW. Dat krijgt u pas een maand later. Als u 65 jaar en 1 maand oud bent. Want het heeft de politici in Den Haag behaagt de AOW-leeftijd volgend jaar een maand later te laten ingaan.’

Of iets dergelijks.

Voor de zomer werd over deze Blitz-hervorming nog schande gesproken door SP, PVV en PvdA, de politieke partijen die geen onderdeel waren van de Kunduz-coalitie en het Lenteakkoord. Als zij de kans kregen zouden ze het anders doen. Wacht maar op de verkiezingen. Maar over die belofte wordt in deze verkiezingscampagne nauwelijks meer gesproken. Sterker, SP en PvdA willen nu ook de AOW-leeftijd eerder verhogen dan in 2020, wat ze aanvankelijk vroeg genoeg vonden.

Van de drie hervormingen uit het Lenteakkoord, had de Kunduz-coalitie alleen met de nieuwe AOW-wet ongelooflijke haast. De beperking van de hypotheekrenteaftrek en de hervorming van het ontslagrecht moeten nog behandeld worden in de Tweede Kamer, maar de revolutionaire aanpassing van de AOW-wet uit 1957 werd er in vijf weken doorheen gejast.

Op 11 juli, de laatste dag voor het reces, ging ook de Eerste Ka mer morrend akkoord. Daar beklaagden uitvoerders van de wet zich over de haast die de Kunduz-coalitie had. Waarom kon die AOW-leeftijd niet een jaartje later met twee maanden omhoog? Dit zette toch onnodige druk op hen.

Het eerlijkst over dat waarom was D66-Kamerlid Wouter Koolmees. De snelle verhoging was nodig om de hervorming eindelijk te verankeren. Als het staatspensioen pas in 2014 zou stijgen, dan zou de wet pas na de verkiezingen in de Tweede Kamer worden behandeld, en dan zou de politiek weer in jaren van gesteggel en vruchteloze compromispogingen belanden.

Het opvallendste aan deze verkiezingscampagne is dan ook waar die níet over gaat: de verhoging van de AOW-leeftijd. Bijna elke partij heeft een eigen, ander plan in zijn verkiezingsprogramma staan. De VVD wil nog sneller de pensioenleeftijd verhogen, de PvdA en SP later. Maar een kwestie is het in de debatten niet. En ook in interviews praten politici er zelden over.

Deze week kwam SP-leider Roemer in het nauw omdat hij bij het Centraal Planbureau had aangegeven de AOW-leeftijd toch ook eerder te willen verhogen, in 2015 al. Weliswaar alleen voor hoge inkomens, maar het was een opmerkelijke breuk met het verkiezingsprogramma. Roemer: „Helemaal terugdraaien kunnen wij niet meer betaald krijgen. Daar ben ik heel eerlijk in.” Het ontlokte voormalig FNV-baas Agnes Jongerius in Nieuwsuur het bittere verwijt dat deze draai eerder welkom was geweest. Ze bedoelde: toen zij een compromis sloot over verhoging en de SP-achterban in haar gelederen de vakbond liet imploderen op de SP-leus ‘65 blijft 65’.

In de politiek (en de vakbond) vechten we elkaar dus eerst dood. Slachtoffers worden opgetrommeld om voor de deur van de Eerste Kamer te protesteren. Onrecht, en andere grote woorden vallen. En daarna trekt de karavaan gewoon verder. Discussie gesloten. Einde verhaal. AOW-leeftijd verhoogd. Verkiezingen of niet.

Daar kan je cynisch over doen, maar eigenlijk is het verheugend in een land waar kabinetten snel vallen. Het laat zien dat een kortdurend kabinet of een gelegenheidscoalitie meer beleid weet vast te leggen dan we denken. Van de 18 miljard euro aan saneringen van het kabinet-Rutte draaien de oppositiepartijen minder terug dan je op grond van hun kritiek op die sanering zou verwachten.

Vaak wordt schamper gedaan over het Lenteakkoord. De vijf partijen die het in elkaar timmerden hebben hun handen er op onderdelen vanaf getrokken, dus wat is dat akkoord nog waard? Nou, heel veel dus. Het Lenteakkoord is ingeboekt als staand beleid in de berekeningen van het Centraal Planbureau. Elke partij die een deel ervan wil terugdraaien, zal een andere bezuiniging moeten vinden die evenveel oplevert. Dat lukt zelfs Roemer niet, zo blijkt.