Zweven, we doen het steeds vaker

Niet de kiezers zijn wispelturiger geworden, vinden experts, partijen missen profiel. Elk schandaal kan de doorslag geven.

De kiezer is net een treinreiziger. Hij pakt elke trein die voorbijkomt en er een beetje leuk uitziet.

Zo sprak oud-D66-leider Hans van Mierlo in een interview in Vrij Nederland, in april 2009. Kiezers, zei hij, „doen maar wat. Dat wordt bij elke verkiezing duidelijker.”

Achterhaald zijn zijn woorden allerminst. Deze week bleek uit onderzoek van de Vrije Universiteit en onderzoeksbureau Ipsos Synovate dat de helft van het electoraat zijn stem nog niet bepaald heeft. Slechts een kwart van de kiezers zegt nu al te weten op dezelfde partij te stemmen als de vorige keer.

Kortom, kiezers weten het niet meer. Ze zijn minder loyaal aan een partij en bepalen later hun keuze. Het aantal „ontrouwe kiezers”, zoals Peter Kanne van onderzoeksbureau TNS Nipo ze noemt, neemt gestaag toe. In 1971 bepaalde tien procent van de kiezers in de laatste dagen voor de verkiezingen wie zijn stem zou krijgen, in 2010 was dat al opgelopen tot ruim 40 procent, blijkt uit het Nationaal Kiezersonderzoek, een enquête onder kiesgerechtigden die sinds 1971 wordt gehouden.

Toch zijn het niet de kiezers die wispelturiger zijn geworden, vinden veel deskundigen. Kiezers zijn tamelijk consistent in hun idealen en opvattingen. Maar de partijen waar ze altijd op stemden, profileerden zich de afgelopen decennia ideologisch steeds minder scherp. Eenmaal in de regering verwaterde hun profiel nog verder. „Kiezers hebben behoefte aan een consistent en aansprekend verhaal”, zegt politicoloog Tom van der Meer van de UvA. En Peter Kanne zegt: „partijen verzanden vaak in gekissebis. Neem de kwestie of de VVD het eigen risico in de zorg nu verhoogt of niet. Dat is een semantische discussie geworden. Kan jij het nog volgen? Ik niet.”

En dus zijn kiezers zoekende. Ze twijfelen en switchen. Sinds de ontzuiling voelen kiezers zich ook minder gedwongen een bepaalde partij te kiezen. Meer dan de helft (55 procent) veranderde tussen 2006 en 2010 minstens een keer van partij. Het maakt de Nederlandse verkiezingsuitslagen tot de meest grillige van West-Europa, constateerde de Ierse politicoloog Peter Mair in 2008.

Maar hoe erg is het eigenlijk dat veel kiezers van partij wisselen?

Niet erg, zeggen sommige deskundigen, het is juist een teken dat de democratie goed werkt. De kiezer is kritisch en doet wat hij moet doen: kiezen. Hij is geëmancipeerd. Het is ook logisch dat een kiezer ‘shopt’, want er staat staat veel op het spel.

Kanne onderschrijft die opvatting, maar hij voegt toe dat veel zwevende kiezers geen gefundeerde keuze maken: „Ze hebben een verkeerd beeld van waar hun partij voor staat. Ze weten bijvoorbeeld nauwelijks wat het verschil tussen de SP en PvdA is. En D66 wordt veel linkser ingeschat dan dat de partij werkelijk is.”

Wie zijn die zwevende kiezers? Niet zozeer de laagopgeleiden, die minder prikkels krijgen van tv en kranten en dus minder worden beïnvloed, zo blijkt uit onderzoek van de UvA uit begin dit jaar. En ook niet de hoogopgeleiden, die juist veel politieke kennis hebben en daardoor eerder tot een doordachte keuze zijn gekomen. Het zijn vooral de middelbaaropgeleiden en middeninkomens – mensen die de politiek enigszins volgen – die vol twijfels zitten. „Zij hebben geen duidelijke partij waar ze heen kunnen”, zegt Tom van der Meer van de UvA.

In peilingen zeggen ouderen vaker een andere partij te gaan stemmen, maar blijken dan in de stembus toch vaak trouw aan hun eerdere partijkeuze. Bij jongeren is dat precies andersom. Het aantal mannelijke en vrouwelijke zwevers is ongeveer gelijk.

Het zijn kiezers die „een duwtje nodig” hebben, zegt Kanne. Ze hebben een select aantal partijen in hun hoofd – meestal twee – waar ze uit kiezen. Allerlei zaken kunnen daarna de doorslag geven. Schandaaltjes en incidenten. Strategische overwegingen. Digitale stemhulpen. Verkiezingsdebatten op televisie, waarbij de ene lijsttrekker tegenvalt en de ander het juist goed doet.

De zwevende kiezer kan een partij zetels kosten of juist opleveren. Maar hun invloed op het Nederlandse politieke landschap is kleiner. Veel zwevers twijfelen tussen partijen die ideologisch aan elkaar verwant zijn. Kanne: „Kiezers zweven in vaste banen. Als ze landen, komen ze doorgaans weer in dezelfde hoek terecht.” Uit het onderzoek van de UvA bleek dat kiezers trouw zijn aan het linkse blok (PvdA, GroenLinks, SP) of aan het rechtse blok (VVD, PVV, CDA). Alleen D66 trekt zowel linkse als rechtse stemmers.

Toch zal er altijd een groep kiezers zijn die gewoon braaf dezelfde partij stemt als bij de vorige verkiezing. Kiezers horen nu eenmaal graag bij een winnende partij. En dus hoeft de VVD – de laatste winnaar en nu weer op winst in de peilingen – zich vooralsnog weinig zorgen te maken.