Wij drinken hier niet alleen maar bier

Het imago van het studentencorps is niet heel goed, om het zacht te zeggen. Rector van het Amsterdamse corps Maxime Burgers (23) weet wel beter.

Dit is wat

Burgers van het leven weet – tot nu toe

De beeldvorming is niet best: bij studentencorpora wordt alleen maar gefeest. Het zijn de grootste bierafnemers van de stad. Het zijn ouderwetse en gesloten machtsbolwerken. Een elitair clubje studenten dat later de topfuncties in het Nederlandse bedrijfsleven onderling verdeelt. En de ontgroeningstijd is een vernederende periode, waarin feuten worden uitgejouwd en belaagd met rauwe eieren. Wellicht overdreven, maar zo wordt er in de buitenwereld tegen de corpora aangekeken.

Maxime Burgers (23) kent het beeld. Zij is rector van de senaat van het Amsterdamsch Studenten Corps (A.S.C./A.V.S.V.), opgericht in 1851 en met bijna 3.000 actieve leden en 19.000 reünisten de grootste studentenvereniging van Nederland. Nee, ze is geen brallerige, bekakte studente. Integendeel, ze staat middenin de maatschappij.

We zitten in Café Stevens aan de Nieuwmarkt in Amsterdam. Aanleiding voor het gesprek is de kennismakingstijd bij de corpora dezer dagen en de ontgroeningsschandalen in het verleden. Voorheen was het Amsterdamsch Studenten Corps mediaschuw, vanwege enkele slechte ervaringen met de pers. Maar het corps kiest sinds dit jaar voor meer openheid, daarom is Burgers bereid mee te werken aan het interview. Ze heeft de afgelopen dagen weinig geslapen, ze is druk met de organisatie van de kennismakingstijd voor 470 aspirant-leden.

Eerst de vooringenomenheid wegnemen: bij haar corps gebeurt veel meer dan alleen in de sociëteit hangen. Burgers somt op: „We hebben dit jaar het Vondelpark schoongemaakt met al onze nieuwe leden. We hebben een dag georganiseerd met spelletjes voor zeshonderd leerlingen van basisscholen uit Amsterdam-Oost en de Bijlmer. Met Kerst hebben we bejaarden uitgenodigd voor een lunch en hebben we kerstliederen gezongen. En studenten van ons hebben in Burkina Faso een ambachtsschool opgebouwd voor negentig leerlingen.”

Burgers is geboren in Amsterdam en verhuisde op haar vierde naar Nieuwer Ter Aa, een klein dorp ten noorden van Utrecht. Ze keerde terug naar de hoofdstad om te studeren. Haar moeder is fysiotherapeut, haar vader bedrijfsjurist. Ze heeft een jonger zusje. Burgers: „Een normaal Nederlands gezin. Ik heb een onbezorgde jeugd gehad in een dorp.”

Vijf jaar geleden meldde Burgers – lang, blond en krachtige, groene ogen – zich aan bij het corps. Vorig jaar werd ze tijdens Koninginnenacht gevraagd om rector van de senaat te worden, een groep van zes studenten die de vereniging bestuurt. „Dat was de kans van mijn leven om te kijken wat ik kan. Ik heb me enorm ontwikkeld op bestuurlijk vlak. Je moet allemaal conflicten oplossen en je moet heel snel beslissingen kunnen nemen.” Op 14 september wordt Burgers na ruim een jaar rectorschap opgevolgd. Ze vervolgt haar studie international business administration aan de Vrije Universiteit. Dit is wat Burgers van het leven weet – tot nu toe.

Meer openheid helpt tegen negativiteit. „Bij de corpora is er een enorme mediaschuwheid. Je staat eigenlijk al met 2-0 achter als het over de kennismakingstijd gaat. De buitenwereld hoort of leest alleen maar over incidenten, en baseert daar haar beeld van de ontgroeningstijd op. We hebben dit jaar voor een meer open persbeleid gekozen: als we iets organiseren, sturen we een persbericht. We zijn proactief. Dus niet meer: het geheimzinnige corps, niemand mag weten wat hierbinnen gebeurt. Als je ziet hoeveel positieve dingen we doen als corps – anderen hebben dan geen flauw benul waar je mee bezig bent. We drinken niet alleen maar bier. Als je dat naar buiten kunt brengen, verbeter je je reputatie. Begin dit jaar hebben we ook mediatraining gehad.”

Stort je ergens volledig op. „Wat grootte en organisatie betreft is ons corps vergelijkbaar met een groot bedrijf. Natuurlijk voelde ik de druk toen ik hieraan begon. Er is één jaar en je moet er alles uithalen. Alles wat ik kan, heb ik er ingestopt. Dat is misschien wel obsessief. Je gaat ermee slapen en je wordt ermee wakker. Malen, malen, malen. Ik voel me heel erg verantwoordelijk. Dat ik me ergens volledig op stort, heb ik tijdens mijn studententijd ontwikkeld. Ik had niet het idee dat ik de geschikte persoon was voor deze functie. In het begin heb ik mijn voorganger vaak geraadpleegd, maar op een gegeven moment moet je zelf de knopen doorhakken. Dan gaat het maar een keer fout, als je maar vol overtuiging achter je beslissingen staat.”

Bij het corps leer je initiatief nemen en ontwikkel je je talent. „Je bent zo groen na je tijd op de middelbare school. Bij studentencorpora kun je bestuurlijke ervaring opdoen, je kunt vaak spreken voor een groep, je kunt avonden organiseren en je kunt van alles doen op creatief en sportief gebied. Ik ken veel corpsleden die samen een bedrijf opzetten en elkaar stimuleren. Het beste wat je in je draagt, geef je het corps mee, zodat je het zelf ook weer terug kunt ontvangen. De bedoeling van het corps is dat je zelf initiatief toont, dat je je talenten ontwikkelt, dat je leert respect te hebben voor alles en iedereen om je heen. En dat je leert om jezelf in de maatschappij te zetten.”

Eet niet alleen maar tosti’s. „Studenten die het niet oppikken, dat is een heel groot probleem. ‘Kom op, kom van die bank af en eet niet alleen maar tosti’s, zeggen we dan. Het is lastig, je kunt ze niet dwingen. Je hoopt erop dat jaargenoten of dispuutgenoten ze stimuleren en dat het ooit goed komt.”

Ouders hoeven zich geen zorgen te maken over de ontgroeningstijd. „We maken heel veel regels voor de ontgroeningstijd, op gebied van slapen (minimaal zeven uur), alcohol (geen) en de activiteiten (geen fysieke uitputting). Er zijn bij ons geen opdrachten die niet door de beugel kunnen, daar zien wij streng op toe. Het beleid is de afgelopen jaren aangescherpt. De incidenten bij andere corpora willen wij hier voorkomen. Tijdens de ontgroening combineren we humor met opdrachten: modeshows met supermarktartikelen, zingen voor een grote groep, toneelstukken opvoeren en bij reünisten van een dispuut langsgaan om te verklaren waarom jij geschikt bent voor hun dispuut. Af en toe moet je jezelf opdrukken of een rondje rennen, bijvoorbeeld als je de corpsgeschiedenis niet kent. De ontgroeningstijd is de eerste stap voor de levensvatbaarheid van ons corps. Het creëert zo’n ontzettende betrokkenheid, dat is uniek. Daarom hebben we zoveel commissies en reünisten, en daarom bestaan we al 161 jaar.”

Studenten brallen niet meer. „Het oude, bekende studentenleven verdwijnt. Toen ik hier in 2007 kwam, waren er nog veel studenten die iedere avond op de sociëteit stonden, dat koorballerige. In de jaren daarna veranderde dat. De studie werd steeds belangrijker, en ook de dingen ernaast, zoals een bestuursfunctie. Iedereen ziet: ik moet iets naast het studeren doen, anders kom ik er niet. De banenmarkt krimpt, je kunt niet meer die eeuwige, jolige student zijn.”

Handel intuïtief als je het niet meer weet. In juni kwamen twee studenten van 24 jaar van het Amsterdamse corps buiten hun schuld om bij een auto-ongeluk. Burgers: „In de senaat wisten we niet wat we moesten doen, en niemand van onze voorgangers had het ooit meegemaakt. Het liefst wilden we bij de pakken neerzitten, maar dat kan niet, want duizenden mensen verwachten dat er iets gebeurt. Toen zijn we op intuïtie gaan handelen. Er werd een periode van corpsrouw afgekondigd. Tot aan de begrafenis werd de sociëteit een stilteruimte om de jongens te herdenken. Op de eerste dag kwamen duizenden mensen, iedereen heeft alles opzijgezet, er was zo’n immens saamhorigheidsgevoel. Het ging zoveel dieper dan je je ooit had kunnen voorstellen.”

Deze nieuwe interviewserie is geïnspireerd op de This Much I Know-rubriek uit The Guardian.