Wieringa, Niematz en Reve

Niet alleen zijn er honderden boeken om naar uit te kijken, er zijn ook honderden redenen om naar een boek uit te kijken. Bijvoorbeeld dat je van de titel al een beetje giechelig wordt: De regiekamer van de literatuur. Een eeuw Meulenhoff 1895-2000. Een geschiedenis tot 2000 van de literaire uitgeverij die in 2001 in een kolossale crisis belandde (zonder regie en met steeds minder literatuur) – wat natuurlijk niet wegneemt dat Frank de Glas een uitstekend boek geschreven kan hebben. En de 20ste-eeuwse geschiedenis van Meulenhoff is ontegenzeggelijk vrolijker dan de recente. Aardig detail: het boek verschijnt bij Waanders, niet bij Meulenhoff.

Er zijn ook boeken waar je naar uitkijkt omdat nu eenmaal iedereen dat doet. Zoals de nieuwe Oek de Jong: 800 pagina’s Pier en oceaan, na tien jaar zwijgen. Of anders de nieuwe Rosenboom, die het met 224 bladzijden voor zijn doen buitengewoon kort houdt in De rode loper. En natuurlijk de nieuwe Wieringa: wordt het meer Speedboot of meer Caesarion? Dit zijn de namen is een roman waarin een groep vluchtelingen een steppestad in verwarring brengt. En natuurlijk het derde deel van Nop Maas’ Reve-biografie: het boek waarvan je pas gelooft dat het bestaat als je het in handen houdt.

Maar de beste verheugboeken zijn die waar je naar uitkijkt, juist omdat je verwacht dat ze je gaan verrassen (ja, dat is een contradictie): neem In de schaduw van toekomstige rampen, de nieuwe Max Niematz, zo’n schrijver die ineens een geweldige roman kan afleveren. De titel is goed en de synopsis veelbelovend: jonge schrijver legt de pen neer en gaat naar Wenen om de rauwe werkelijkheid te ontdekken (al weet ik niet of ik Wenen associeer met rauwe werkelijkheid). ‘Is die rauwe werkelijkheid wel de juiste biotoop voor een geboren schrijver? Het is een vraag die Hendrik zelf niet meer kan beantwoorden, aangezien hij dan al in een staat van verregaande waanzin verkeert.’

En als dat allemaal tegenvalt hebben we gelukkig in december Autobiografie tot op de dag van vandaag, ‘een lang, onstuimig, ingetogen en warmbloedig gedicht waarin hij op zoek gaat naar zichzelf – of doet alsof’, van Arjen Duinker. Of hij ervoor naar Wenen is gegaan betwijfel ik, maar Duinker is een dichter die al die adjectieven van uitgeverijen al jarenlang moeiteloos in de schaduw stelt.