Wekker

Patrick schrikt wakker van een geluid. Hij springt uit bed, duikt achter de bank en breekt een schemerlamp in tweeën. Hij gaat het geluid te lijf, maar als de wekker vlak voor hem komt staan vraagt Patrick aan de wekker: „Weet jij wie dat rinkelende geluid maakt?” Pas als zijn vriend SpongeBob hem vertelt dat de wekker de geluidsbron is drukt Patrick op het knopje. Patrick is een roze zeester en het tegenovergestelde van wakker. Hij is wazig, maar legt zich hier niet bij neer. Hij knokt. Hij worstelt met zichzelf en met de wereld.

Als ik wakker word ga ik het liefst meteen de deur uit, een kopje koffie drinken op de hoek. Bij het koffiehuis hebben ze redelijke koffie en een paar kranten. Bovendien kun je er op het terras zitten. Ik lees de ochtendkranten.

Mijn zoon (9) zei laatst dat hij een eigen wekker wil omdat hij bang is zich te verslapen. Ik zei dat hij niet bang hoeft te zijn, omdat ik een wekker heb. Toen zei hij: „Maar als jij door jouw wekker heen slaapt, dan hoef ik me nog niet te verslapen.” Hij wilde dus niet alleen een wekker, hij wilde niet afhankelijk zijn van zijn vader. Hij wilde grip op zijn eigen leven.

Wakkere mensen, dan denk ik aan een vrachtwagenchauffeur in een wegrestaurant, aan een visser langs de Bosbaan, de bestuurder van de eerste tram, de kramenbouwer van de markt, de schilder op mijn balkon. Dan denk ik niet aan een schrijver die ’s ochtends koffie drinkt op een terras, ook al zijn die andere mensen waarschijnlijk vermoeid en minder wakker dan ik.

Op de brede stoep voor het terras doet een man iedere ochtend tai chi oefeningen. Hij heeft zijn plek goed uitgekozen. Hij staat niemand in de weg en hij staat precies in een strook zonlicht, met zijn gezicht naar de zon. Ik zeg de man altijd gedag. Hij knikt dan terug, zegt niks. Hij is wakker, maar ook in trance. Als ik mijn koffie drink kijk ik naar hem. Hij beweegt heel langzaam. Hij heeft een baard. Ik stel me voor dat hij geen wekker heeft. Hij staat op met de zon.

Laatst kwam er een dikke man bij mijn tafeltje staan. Hij wees naar de man die tai chi deed en zei: „Wat een mongool.”

Vervolgens pakte hij de krant van wakker Nederland van de tafel en las hardop de kop op de voorpagina: „ROEMER JOKT”.

En meteen er achteraan zei hij: „Dat vind ik nou ook.”

Marcel van Roosmalen schrijft de komende vijf weken columns voor Panache, de satirepagina van nrc.next (achterop). Jan van Mersbergen vervangt hem op deze plek.