Uitspraak: ‘De 10% rijksten hebben sinds 2007 30 miljard meer, de 10% armsten zijn 10 miljard armer geworden’

waargrotendeels waarhalf waargrotendeels onwaaronwaar

De SP baseert zich op CBS-cijfers over het vermogen van huishoudens tussen 2007 en 2011: het saldo van bezittingen en schulden. Het CBS heeft de huishoudens ingedeeld in tien gelijke groepen. De 10 procent huishoudens met het minste vermogen hadden in 2007 per saldo een schuld van 32 miljard en in 2011 van 42,2 miljard euro. Hun schuld is dus toegenomen met 10,2 miljard euro. Voor de 10 procent huishoudens met het meeste vermogen is de waarde van hun bezittingen tussen 2007 en 2011 gestegen van 699,6 tot 730,8 miljard: 31,2 miljard.

Als Roemer had gezegd dat de 10 procent meest vermogenden 30 miljard meer hebben en de 10 procent minst vermogenden 10 miljard minder, dan had hij gelijk gehad. Maar Roemer gebruikt ‘arm’ en ‘rijk’ en daarvoor zou je niet moeten kijken naar vermogen, maar naar inkomen.

Kijken we naar die bovenste 10 procent, dan maakt het weinig uit welke definitie je gebruikt: deze groep is hoe dan ook rijker geworden. Kijken we naar de onderste 10 procent, dan maakt het wel uit hoe je ‘arm’ interpreteert. „De Telegraaf heeft hier een punt”, zegt econoom Peter Hein van Mulligen van het CBS. Het gangbare criterium is niet ‘vermogen’, maar ‘inkomen’: welk bedrag heb je te besteden?

De 10 procent huishoudens met het hoogste inkomen is er tussen 2007 en 2011 in totaal 6,2 miljard (1,5 procent) op vooruitgegaan, van 413,1 tot 419,3 miljard euro. De groep met het laagste inkomen zag het inkomen relatief (11,7 procent) en absoluut (7,7 miljard) sterker stijgen, van 44,7 miljard tot 52,4 miljard euro.

Next.checkt beoordeelt de bewering van Roemer als half waar.