Twitterduiders

Het premiersdebat op RTL was vooral slecht. Voor Floor Rusman voelde het alsof ze naar een aflevering van Friends zat te kijken.

Het premierdebat is al bijna een week geleden, maar slechte herinneringen blijven lang hangen. Voor degenen die niet hebben gekeken of het hebben verdrongen: het debat duurde tweeënhalf uur, waarvan de helft van de tijd werd geapplaudisseerd; de ‘premierkandidaten’ hingen ongemakkelijk naast lage, witte zuiltjes; en elke poging tot een echte discussie werd in de knop gebroken door tijdsdruk, Frits Wester, of het applaus.

Ik zag het al somber in toen van tevoren de onvermijdelijke Twitter-duider aan het woord kwam, die met ernstig gezicht vertelde dat we uitspraken van politici konden liken. Maar het werd nog erger. In het eerste blokje, over Europa, werd geen fatsoenlijk argument uitgewisseld. Roemer zei bijvoorbeeld: „De Europese Unie moet gaan doen waar ze voor bedoeld was: samenwerken. En dat is iets anders dan de baas spelen uit Brussel.” Wat is dan precies het verschil? Helaas, hierop kwam geen antwoord. Hetzelfde gebeurde toen Roemer ervoor pleitte dat de ECB staatsobligaties van zwakke eurolanden zou opkopen. Rutte wimpelde het voorstel af met een simpel „dan loopt de inflatie op en dan gaan ze daar in Rome achteroverleunen in hun bureaustoelen.” Is dat echt waar? Voordat ik hierover had kunnen nadenken, ging het debat alweer ergens anders over.

De andere onderdelen waren van een even droevigmakend niveau. Rutte, die een dag eerder op het VVD-congres al de strijd had aangebonden met Joop den Uyl, wierp Roemer nu voor de voeten dat de SP twintig jaar geleden had geweigerd de problemen in de WAO aan te pakken. De volgende keer verwijt hij de christen-democraten dat ze in 1917 tegen het algemeen kiesrecht waren. Het debatje over de zorg was verder nog minder informatief dan dat over Europa. Roemer: „De kostenstijging in de zorg komt door de marktwerking!” Rutte: „Nee, door de vergrijzing.” Einde discussie. De klapper van het debat was het blokje over ‘leiderschap’, waarin de kandidaten idiote vragen moesten beantwoorden („Als u premier was, zou Volkert van der G. dan proefverlof krijgen?”).

In de nabeschouwing werd het debat geprezen om zijn inhoudelijkheid, zodat ik me afvroeg of ik naar het verkeerde kanaal had gekeken. Intussen dacht ik na over hoe het beter zou kunnen. Het zou al schelen als de kandidaten gewoon konden zitten. Nu zag het eruit alsof ze elk moment naar voren konden worden geroepen om een liedje te zingen. Ook het applaus vond ik hinderlijk. Het vertraagde het debat en bovendien betekende het niets, omdat er voor alles werd geklapt. Het voelde alsof ik naar een aflevering van Friends zat te kijken – behalve dat er nu weinig te lachen viel.

Belangrijker nog zijn de onderwerpen. In plaats van acht debatten waarin alle thema’s worden besproken, zou er bijvoorbeeld één debat over de zorg kunnen zijn, één over Europa, et cetera. Op die manier hoef je niet elke keer dezelfde verhalen te beluisteren over groene energie in Duitsland en de magnifieke Rotterdamse haven. Ten slotte moet de moderator een andere rol hebben. Hij mag de kandidaten niet laten wegkomen met schijnbewegingen of regelrechte leugens. Het debat heeft een gespreksleider met overwicht nodig die cijfers en feiten uit het hoofd kent, doorvraagt, afkapt, kritisch is. Zonder zo’n bewaker is de discussie niet veel inhoudelijker dan een gesprek bij de koffieautomaat. En daar heeft, afgezien van de Twitterduider, niemand iets aan.

Floor Rusman (26) is historica en freelance journalist.