Turken pleiten vergeefs voor bufferzone in Syrië

Turkije heeft gisteren bij de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in New York vergeefs gepleit voor de instelling van een bufferzone in Syrië waar vluchtelingen een goed heenkomen kunnen zoeken. De raad hoorde het pleidooi aan van de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, Ahmet Davutoglu, maar ondernam geen actie om zo’n zone mogelijk te maken.

Sinds het begin van de onrust in Syrië anderhalf jaar geleden heeft de Veiligheidsraad zelden overeenstemming bereikt over concrete stappen. Vooral China en Rusland blokkeren een internationaal optreden tegen het Syrische bewind van Bashar al-Assad, dat zich uitgesproken heeft tegen een bufferzone.

De Britse minister van Buitenlandse Zaken William Hague en zijn Franse ambtgenoot Laurent Fabius lieten in New York weten op dit moment geen optie uit te sluiten. Hague erkende echter dat er „aanzienlijke problemen” kleven aan de instelling van een bufferzone of een zogenoemde no-flyzone. „We moeten er duidelijk over zijn dat iets als een veilige zone een militaire interventie vereist en dat is natuurlijk iets wat we zorgvuldig moeten afwegen.” Minister Davutoglu toonde zich teleurgesteld over de respons op zijn voorstel. „Hoe lang blijven we nog zitten kijken terwijl een hele generatie wordt weggevaagd door willekeurige bombardementen en doelbewuste aanvallen op massale schaal?”

Turkije heeft ruim 80.000 Syrische vluchtelingen opgenomen. Maar het heeft herhaaldelijk gezegd dat het niet in staat is een toestroom van meer dan 100.000 Syriërs te verwerken. Op dit moment arriveren volgens Davutoglu dagelijks zo’n 4.000 nieuwe Syrische vluchtelingen in Turkije. Daarom pleit Ankara al enkele weken voor de instelling van een veilige zone binnen Syrië.

Ook naar andere omringende landen zijn veel Syriërs uitgeweken, op de vlucht voor het geweld. Internationale hulporganisaties schatten het totale aantal Syrische vluchtelingen op 300.000. Het aantal ontheemden schatten zij op drie miljoen.

In Syrië zeiden de opstandelingen tegen het bewind van presidentAssad vanmorgen dat ze er in de buurt van de plaats Idlib in waren geslaagd een militair vliegtuig van de regering neer te halen, kort nadat dit was opgestegen van een militair vliegveld. De regering heeft het verlies van het toestel, een MiG, nog niet bevestigd.

De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch heeft de regering er gisteren van beschuldigd zeker tien keer beschietingen te hebben uitgevoerd op mensen die in Aleppo en omgeving in de rij stonden bij bakkerijen voor brood. Human Rights Watch ontleende deze informatie aan een medewerker ter plaatse. (AP, Reuters, BBC)