Politiek moet werklozen aanpakken met daden

Harde taal in Den Haag, een softe aanpak in de gemeenten. Ziedaar de discrepantie in het openbaar bestuur als het gaat om bijstandsontvangers die er niets of te weinig aan doen om aan werk te komen.

Namens het kabinet heeft staatssecretaris Paul de Krom (Sociale Zaken, VVD) een stevig standpunt ingenomen: van iemand die door eigen schuld niet aan een betaalde baan komt, dient „onverwijld de uitkering te worden gestopt”.

In de praktijk zijn het de gemeentelijke sociale diensten die deze straf zouden moeten opleggen. „Klantmanagers”, zoals de bewuste ambtenaren van de sociale diensten worden genoemd, „leggen nauwelijks sancties op”.

Dit is een conclusie uit een studie die het Sociaal en Cultureel Planbureau woensdag uitbracht. De reactie van de staatssecretaris volgde prompt: dan maar nóg strengere wetgeving.

Het is de vraag of dat helpt. Juist omdat de wet al geen misverstand laat bestaan over de plichten die er voor een uitkeringsontvanger zijn. Sinds 1 juli kunnen ze zelfs tot het verrichten van onbetaald werk ten behoeve van de samenleving worden verplicht.

Bij de sociale diensten kennen ze de praktijk beter en in elk geval van dichterbij dan op het ministerie. Dus weten ze daar dat wie al in de schuldsanering zit, moeilijk verder op zijn uitkering kan worden gekort. En dat er achter die bijstandsontvanger een gezin kan schuilgaan dat niet de dupe mag worden van de gemakzucht van degenen die kostwinner horen te zijn.

Zulke lethargie bestaat. Gebrek aan beheersing van de Nederlandse taal én aan motivatie om die te leren. Onaangepast gedrag in kleding of op het werk, als dat tijdelijk beschikbaar is. Geen aandrang voelen om te solliciteren.

Het komt allemaal voor, blijkt, niet voor het eerst, uit dit onderzoek. Zoals er ook vele goedwillende uitkeringsontvangers zijn, die buiten hun schuld bijstand krijgen.

Feit is dat de meeste werknemers vooral voor laaggeschoolde arbeid een beroep op uitzendbureaus doen. Feit is ook dat de meeste cliënten van de sociale diensten niet bij een uitzendbureau staan ingeschreven. De beste kans op werk laten ze zo dus lopen. Dat hoort niet.

Er zitten in de bijstand mensen met psychische of lichamelijke handicaps die niet of moeilijk te helpen zijn. Voor wie geen sanctie gepast is. Maar er zijn ook onwilligen die een hardere duw in de rug nodig hebben. Het wordt tijd dat de theorie van de staatssecretaris en de praktijk van de sociale diensten meer met elkaar in evenwicht komen.