In de campagne weegt de rechtsstaat nauwelijks mee

De verkiezingen van 12 september gaan over van alles, maar niet over de rechtsstaat, schreef ik hier vorige week. Maar dat was deze week meteen achterhaald. Donderdag deden de beroepsorganisaties van notarissen, deurwaarders en advocaten een poging het tij van desinteresse voor de kern van de democratie te keren. Zij bleken een paar maanden geleden

De verkiezingen van 12 september gaan over van alles, maar niet over de rechtsstaat, schreef ik hier vorige week. Maar dat was deze week meteen achterhaald. Donderdag deden de beroepsorganisaties van notarissen, deurwaarders en advocaten een poging het tij van desinteresse voor de kern van de democratie te keren. Zij bleken een paar maanden geleden een commissie van deskundigen te hebben geformeerd om, à la het CPB, de programma’s op ‘rechtsstatelijkheid’ te laten doorrekenen.

Dat is een unieke stap, ongetwijfeld ingegeven door het gedoogakkoord met de PVV waar CDA en VVD in 2010 toe bereid bleken. Dat leidde immers tot een dolle kermisrit in de rechtsstaat, waarin à la carte hinderlijke bepalingen uit wetten en verdragen als ballast over de reling werden geworpen. Moslims konden rustig apart worden gezet, vreemdelingen ongelijk behandeld, lieden met PVV-onwelgevallige standpunten de subsidie ontzegd etc. etc. En de premier maar zwijgen en knikken. Vorige maand kwam er nog een informatief boekje uit: Wilders’ Iran aan de Noordzee. waarin twee hbo-docenten inventariseren waar de PVV exact pleit voor discriminatie, inperking van godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting.

In hoeverre was de PVV-retoriek over de rechtsstaat nu politiek invloedrijk geweest? Uiteraard werd de vraag door de experts niet zó gesteld. Je kunt als nette beroepsorganisaties van dienaars van het recht niet opeens mee gaan tetteren in de campagne. Dit moest een deskundigenoordeel worden, onder voorzitterschap van een oud-rechtbankpresident (Bert van Delden), met twee hoogleraren (Inge van der Vlies, Wouter Veraart), een advocaat (Inez Weski) en een oud-topman van het Openbaar Ministerie (Harm Brouwer), nu kortgedingrechter.

Het resultaat is onthutsend. Vooral omdat het een oefening in understatements is. Er zijn ontwikkelingen die ‘vragen oproepen’. Veel politieke verlangens hebben een ‘rechtsstatelijke begrenzing’ waarop de programma’s helaas ‘niet ingaan’, dan wel ‘onvoldoende rekening houden’ met de rechtsstaat. En er zijn trouwens ook politieke plannen die ‘lijnrecht ingaan’ tegen de rechtsstaat en dus een negatief oordeel krijgen. De partijen kregen als collectief een poeslief compliment. Zij vinden „rechtsstatelijke waarden doorgaans belangrijk”. Alleen „klinkt dat niet steeds door in de concrete voorstellen”. Omdat er niet over is nagedacht. Of omdat het verzwegen wordt. Veel partijen vertellen de kiezer niet wat er wel en niet kan in een democratie waar de overheid is onderworpen aan het recht. De overheid moet zich om te beginnen zelf houden aan de wet, om controleerbaar en voorspelbaar te zijn. En iedere burger tegen willekeur te beschermen. Sommige partijen beloven bij bepaalde thema’s echter wetten en regels opzij te zetten. Zo zegt de PvdA dat bij kindermishandeling ‘wetten en regeltjes’ niet in de weg mogen staan. Bij ‘woonoverlast’ is ‘meer regelvrijheid’ een goed idee. Wat zou dat betekenen? Als het onrecht maar erg genoeg is, doen we gauw het wetboek aan de kant? De SGP belooft dat ‘Europese regels’ over gezins- en migratiebeleid ‘geen belemmering mogen vormen’ voor nationaal beleid. Maar aangezien dat wel het geval is, wat belooft de SGP hier dan? Zou deze overheidsgetrouwe partij beloven dwingend recht niet toe te passen omdat de wetgever Europees is? De commissie zet er braaf ‘vraagtekens’ bij.

Het goede doel weegt politiek zwaarder dan het recht. Dit retorische lot treft bij meerdere partijen ook het thema ‘bureaucratie’. Ook dat is makkelijk schieten. Bureaucratie, bah! Vrijheid voor jezelf en gebondenheid voor de buurman – ook de burger wil graag het onmogelijke. Voor een voorspelbare en controleerbare, ‘regelgeleide’ overheid die ieder hetzelfde behandelt, is een administratie onontbeerlijk. Bureaucratie is behalve een pest ook een pijler van de rechtsstaat.

Veel partijen hebben de neiging selectief te winkelen. Privacy op internet moet bijvoorbeeld beter worden beschermd. Behalve als met inbreuken op privacy zware criminaliteit kan worden opgelost. Dan weer liever niet. Regels zijn goed als er ‘hufterigheid’ mee wordt aangepakt. Maar fout als ze verdachten beschermen. Die worden bij SGP en PvdA gemakshalve daders genoemd.

De commissie geeft de partijen geduldig les, op middelbare schoolniveau, wat het extra pijnlijk maakt. Dat je wel op kunt schrijven dat ‘hufterigheid’ en ‘onfatsoen’ vervolgd gaan worden (CDA). Maar wat voor delict is dat eigenlijk? Dat ook aan het strafrecht rechtstatelijke grenzen zitten. De kiezer wordt veel beloofd, zonder dat de juridische beperkingen erbij worden verteld.

De echte zondaars zijn intussen geen verrassing. PVV en SGP die de vrijheid van godsdienst inperken, alleen voor moslims. CDA en VVD die à la de PVV de burgerrechten van gezinsmigranten schenden met discriminerende eisen. Het is een treurige opsomming, maar wel een héle nuttige.