'Het waren niet de banken, maar spaarzieke Chinezen'

De crisis kent vele daders, van bankiers tot wankelmoedige toezichthouders. Econoom Heleen Mees identificeert de Chinezen als bron van misère.

Ze komt net uit Peking, ontving deze week haar doctorsbul in Rotterdam, en is volgende week weer op haar thuishonk in New York. Heleen Mees is bijna net zo beweeglijk als de kapitaalstromen die zij bestudeert.

Deze week promoveerde zij aan de Erasmus Universiteit op vijf losstaande papers over de rol van China in de kredietcrisis. Belangrijkste conclusie: de bubbel in de Amerikaanse huizenmarkt en de schuldgroei bij Amerikaanse huishoudens was het gevolg van een te lage rente. En die rente was te laag doordat enorm veel Chinees spaargeld in Amerikaanse schuldeffecten werd geïnvesteerd.

Amerikaanse staatsleningen stegen in waarde en het rendement daarop, de ‘marktrente’ die daarvan het spiegelbeeld is, was dus jarenlang te laag. De marktrente reageerde nauwelijks meer op het officiële tarief waarmee de monetaire autoriteiten normaal gesproken de rente kunnen sturen. De centrale bank kreeg geen grip op die marktrente door de grote invloed van het Chinese kapitaal.

Aanvankelijk vermoedde u opzet?

„Ja, maar daar ben ik van teruggekomen. Niet dat ik pretendeer het Chinese politbureau te doorgronden, maar het heeft meer te maken met de onvolgroeide markteconomie van China. Daardoor zoekt bovengemiddeld veel kapitaal zijn weg buiten China. Het komt ook omdat ik minder kritisch op China ben geworden. Sinds ik er regelmatig kom en de taal beter beheers, ben ik meer van China gaan houden. Ik heb er uitgebreid onderzoek kunnen doen.”

Waarom behandelt u niet de versoepeling van regelgeving, de bonuscultuur, het gebrekkige toezicht en de schuldengroei bij banken als oorzaak van de crisis?

„Dat speelde allemaal zeker een rol, dat noem ik ook wel. De helft van de Amerikaanse hypotheken kwam onder water te staan door een te ruim monetair beleid van de Federal Reserve [het Amerikaanse stelsel van centrale banken, red.], die dertienmaal op rij het officiële rentetarief verlaagde. Maar die andere helft kwam door de huizenbubbel. En die schulden bij de banken hingen juist weer samen met de te lage rente. Als huizenprijzen maar genoeg dalen wordt elke bank vanzelf een zwakke bank, daar heb je geen rommelhypotheken of slechte bestuurders voor nodig. ”

Maar toch licht u heel nadrukkelijk één facet eruit bij een complex van factoren die met de crisis samenhangen.

„Dat zal ook meer met mijn karakter samenhangen.”

De helft van uw dissertatie heeft u samen met uw promotor Philip Hans Franses geschreven? Is dat niet vreemd?

„Nee, hoor. Dat is tegenwoordig heel gebruikelijk. Een paper schrijf je doorgaans met iemand anders. De papers staan ook los van elkaar, die mochten zelfs over verschillende onderwerpen gaan. En een promotie wordt nog altijd beoordeeld door een commissie met copromotoren. Ik heb niet het idee dat het schrijven met de promotor een bezwaar is. Verhoudingsgewijs heb ik eigenlijk heel zelfstandig gewerkt.”

Voelt u zich nu een wetenschapper?

„Ja, ik zou hier heel graag heel goed in willen worden. Voor mij is het de ontdekking van de hemel. Ik kan iedereen twee dingen aanbevelen: ga Chinees leren en ga promoveren.”