‘Een boek moet hoop bieden’

Middenin het zware weer waarin het boekenvak verkeert, zit Nelleke Geel, uitgeefster van Carlos Ruiz Zafón en Charles Lewinsky, op rozen. Wat is het geheim van haar succes?

Uitgeefster Nelleke Geel (met kat Wimpel): ‘Ik houd van Grote Verhalen. Boeken over het individu in een groter geheel’ Foto Katrijn van Giel

e áller, allerbeste manier om een boek te verkopen is mond tot mond reclame. Vervolgens gaat het erom een boek als het ware ‘in de lucht’ te houden. Op tijd herdrukken natuurlijk, boekhandels nieuwsgierig houden, sociale media inzetten. Het boek moet zichtbaar blijven. Je moet naar de kritieke massa toe van 20.000, 30.000 exemplaren.”

Middenin het zware weer waarin het boekenvak verkeert, zit Nelleke Geel, uitgeefster van Carlos Ruiz Zafón, Charles Lewinsky en niet te vergeten Stieg Larsson, op rozen. Stuk voor stuk zijn dit auteurs van boeken die zich onder lezers rond spraken en uitgroeiden tot megasellers. Nelleke Geel schat dat ze de afgelopen jaren 2,5 miljoen delen van Stieg Larsson verkocht heeft in Nederland, meer dan een miljoen exemplaren van de twee delen historische Barcelona-mystiek van Carlos Ruiz Zafón en ruim 300.000 van Lewinsky’s Joodse familiegeschiedenis Het lot van de familie Meijer. Van het baksteenzware Wolf Hall, de complexe Tudor-geschiedenis van bijna zevenhonderd pagina’s, waarmee Hilary Mantel in 2009 de Bookerprize won, verkocht ze er twaalfduizend.

Natuurlijk geeft Geel nog andere boeken uit, merendeels vertaalde literatuur uit andere talen dan het Engels, van Zweden tot Chili, van Roemenië tot Zwitserland, met de nadruk op het Spaanse taalgebied (ze studeerde Spaans). Maar haar najaar zal gedomineerd worden door het werk aan haar bestsellerauteurs. Op Manuscripta wordt dit weekend in aanwezigheid van de auteur De gevangene van de hemel gepresenteerd, het derde deel van Zafóns vierluik over ‘Het Kerkhof der Vergeten Boeken’. Een maand later komt er een nieuwe roman van Lewinsky uit. En dan is er nog de vertaling van het nieuwe boek van Hilary Mantel op stapel.

Lezers verdwijnen dus graag in de pillen van Signatuur, maar ook bij critici heeft het fonds een goede naam. Het zijn boeken die commercieel ogen, maar er zit veel goeds tussen. „Het is handpicked, lijngevangen,” zegt Geel. „Ik lees bijna alles zelf. „En ik doe maar weinig, tussen de 22 en 24 titels per jaar.”

Zij en haar redacteur Huguette Hornstra vormen de kern, maar Signatuur is een imprint van de grote, in Utrecht gevestigde uitgeverij waar onder meer ook De Arbeiderspers, A.W. Bruna en Orlando deel van uitmaken. Volgens Geel is dat ideaal. „De uitgeverij als geheel heeft een grote marketingafdeling en mensen die zich met digitalisering bezighouden. Als kleine zelfstandige kun je je zoiets niet veroorloven.”

Ook in het holst van de zomer twitterde Geel onvermoeibaar door over haar nieuwste titels. En onvermoeibaar staat ze tijdens het interview op om Signatuurtitels uit haar grote boekenkast te halen, die het centrale punt vormt van haar Amsterdamse appartement. Stel haar een vraag en ze antwoordt met een titel uit haar fonds. „Ik kom uit een domineesgezin, dan heb je dat. Wij zijn mensen met een missie.”

Behalve uitgeefster is Nelleke Geel ook vertaalster. In haar vrije tijd vertaalt ze de romans van Zafón. „Uitgeven is: dynamiek, dingen regelen, de godganse dag com-mu-ni-ce-ren. Vertalen is precies het tegenovergestelde. De wereld kan vergaan als ik aan het vertalen ben, ik let er niet op. Als uitgever zie ik een eindeloze stroom teksten, als vertaler vraag ik me af wat er nog ontbreekt aan het ritme van die éne zin.”

Iemand anders vragen voor Zafón gaat niet. „Ik werk altijd met één vertaler per auteur, en ik zal nooit meer vertalers op één boek zetten. Niemand anders dan Elly Schippers mag Lewinsky vertalen en ik zou het niet in mijn hoofd halen om iemand anders dan Ine Willems aan Hilary Mantel te zetten. Dan maar wat later in de winkel, bij Wolf Hall duurde het een jaar voor de vertaling er was. Hoe belangrijk de band tussen vertaler en auteur is, weet ik zelf, nu ik van Zafón zes boeken vertaald heb, drie van zijn jeugdboeken en drie van zijn volwassenenromans. Je leert een schrijver kennen, raakt thuis in zijn idioom, zijn wereld. Zafón en ik zijn een goed team.”

Nooit de neiging een adjectief te schrappen of een punt te zetten? Het is nogal bloemrijk, Zafón.

„Het is altijd de kunst dat je trouw blijft aan iemands stijl. En wat dat precies is, verschilt per taal. De Duitsers hebben veel minder moeite met Zafóns lange zinnen, in Engeland wordt hij juist veel meer geredigeerd. Zelf bewandel ik denk ik een middenweg. Het is een leuke puzzel, ik heb er veel lol in.”

Zijn De schaduw van de wind was in Spanje al een paar jaar uit voordat hier de vertaling verscheen.

„Ik was toen nog helemaal geen uitgeefster, maar literair agent. Ik zag het boek in de boekhandel liggen toen ik in Spanje was. Nu is Spanje niet direct een groot leesland, maar er waren er daar 40.000 exemplaren van verkocht. Het omslag sprak me aan, een sepia foto van een vader en een jochie, een mysterieus, nostalgisch beeld. Ik las het en ik dacht: als dit geen succes wordt, moet ik misschien toch een ander vak zoeken.

,,Ik ben met het boek gaan leuren, maar toegehapt werd er niet. Totdat de toenmalige uitgever van Signatuur, toezegde. Toen het eenmaal uit was, liep het ook niet meteen. De eerste oplage bedroeg 5000 exemplaren, geloof ik. Maar de recensies waren goed, boekhandelaars lazen het in één keer uit en, heel belangrijk, het werd een lezersfavoriet. De eerste oplage van het derde deel is 20 keer die van die allereerste oplage van 5000.”

In 2006 vertrok de uitgever van Signature, zoals Signatuur toen nog heette, en Geel volgde hem op. Ze wilde iets anders met deze imprint van A.W. Bruna, dat al een crimefonds had. „Twee crimefondsen onder een dak was teveel van het goede, ook al lag de nadruk bij de één op Amerikaans en bij de ander op Scandinavisch. In catalogus met twaalf nieuwe titels kunnen niet zeven Scandinavische thrillerauteurs staan, bij de derde valt de boekhandelaar in slaap. Signatuur moest een internationaal literair fonds worden.”

U heeft wel de term upmarket commercial gebruikt voor de boeken die u uitgeeft. Wat bedoelt u daarmee? Pageturners?

„De Canadezen hebben een nog mooiere term. Accessible literature. Het kan hem in verschillende dingen zitten, maar vooral in vakmanschap en een zekere toegankelijkheid. Moet literatuur per se moeilijk zijn? Nee, ik denk het niet. Het gaat om de kracht van het verhaal. Daarbij moet een boek misschien niet al te zwartgallig zijn, de lezer hoop bieden, zodat hij er niet náár uitkomt. Overigens vallen lang niet alle boeken van Signatuur onder deze noemer. Boeken zoals Gestolen Leven van Adam Johnson over Noord Korea of Mantels Wolf Hall zijn puur literatuur.”

Is hartverwarmend een trefwoord voor Signatuurboeken?

„Je bedoelt feelgood? Absolúút niet. Die boeken zijn er wel, maar dat is geen leidraad. De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween, de roman van Jonas Jonasson is in mijn fonds misschien the odd one out. Dat is een boek vol opgewektheid en humor, over een bejaarde die uit een tehuis ontsnapt, escapisme tot op het bot. Mensen hebben daar behoefte aan, wat zeg ik, ik heb er zélf soms behoefte aan. Maar aan zware thema’s is bij Signatuur bepaald geen gebrek, zie Larsson. Er is niet één formule. Een boek is geen pot pindakaas. Pindakaas is een product, elke pot is hetzelfde. Maar elk boek op zichzelf is een volkomen nieuw product. Ik probeer juist te voorkomen dat Signatuur voorspelbaar wordt. Als ik de uitgever dreig te worden van boeken met sepia-omslag, á la Zafón, dan moet er juist weer een modern omslag tussen. Of een vreemd boek, zoals Vleugels, een science fiction-achtig debuut over mensen die kunnen vliegen. Ik bedoel: ik háát sf! Maar dit vond ik geweldig. ”

Wat hebben de boeken die u uitgeeft dan gemeen?

„Ik heb een sterk gevoel van ‘wat je ver haalt is lekker’. Bij romans die bij de voordeur ophouden, domestic dramas , heb je aan mij een slechte. Ik houd van Grote Verhalen. Boeken over het individu in een groter geheel, romans waardoor je een ander tijdperk, land of cultuur leert kennen. Nederlandse literatuur doe ik amper. Er zijn zoveel andere uitgevers in Nederland die dat uitstekend kunnen.”

Hoe beslist u?

„Ik kan soms heel lang op een boek kauwen. Omdat ik maar heel weinig Engelstalige literatuur doe kan ik me dat ook veroorloven, aangezien er in andere taalgebieden minder bestsellerstrijd is. Je kunt dus het hele boek lezen, je kunt het zelfs wegleggen om af te wachten of het blijft hangen.

„Soms is de beslissing juist snel en intuïtief. Lewinsky heb ik op basis van manuscript gekocht bij een klein, Zwitsers uitgeverijtje. Ik wilde het per se hebben. Je moet wel echt begeistert zijn over een boek. Ik ga er altijd maar vanuit dat als ik dat ben, er zeker nog 4000 anderen te vinden zijn die dat ook zullen worden.”

Een boek moet dik zijn, heeft u wel eens gezegd. Om erin te verdwijnen?

„Dunne boeken zijn moeilijker om uit te geven. Je zíet ze gewoon niet.” Ze loopt naar haar kast en komt terug met een stapel. „Ik heb ze wel. Neem dit, De Filmvertelster van de Chileen Letelier. Hartverscheurend mooi. Een tientje kostte het, dat pak je toch zó mee! Maar dat gebeurt kennelijk niet zo snel. Een ruime bladspiegel en dik papier wil echt nog wel eens helpen, als een boek niet zo heel dik is.”

Is uitgeven nu moeilijker dan een decennium geleden?

„In plaats van een piramide zitten we nu op een heel dunne naald. Het middensegment is weggevallen, je hebt die paar bestsellers, dan een hele tijd niets en dan boeken waar je net break even mee speelt. Je moet dus meer geld verdienen met dat éne boek, maar tegelijk zijn de best verkochte titels nu lager in aantal dan de best verkochte titels van een paar jaar terug. Je moet dus ook meer herrie maken voor een boek. En soms verkoopt een boek toch niet zoals je had gehoopt. Daar heb ik trouwens lang aan moeten wennen, dat niet ieder boek verkoopt. Ik vind het ook nog steeds héél erg.”

Bent u pessimistisch?

„De combinatie van de digitale storm, de crisis en de ontlezing geven je natuurlijk alle reden om pessimistisch te zijn. Tegelijkertijd kán ik niet pessimistisch zijn, omdat ik werk vanuit enthousiasme.

„Het boek heeft zich gehandhaafd bij elk nieuw medium dat het leek te verdringen, en dat zal het blijven doen. Als je één keer op een goede manier met lezen in aanraking bent gebracht, dan ben je toch voor de rest van je leven verslaafd?”

Haarzelf verging dat zo. Ze groeide met drie zussen op in ‘een huis vol boeken’ en verhuisde op jonge leeftijd voor zeven jaar naar Java. „In de Nederlandse bibliotheek haalden we van alles. De dolle tweeling, Kruistocht in spijkerbroek, maar voorál boeken waarin Nederland voorkwam. Extreem exotisch! De Kameleon, die jongens in die Friese sloten! Fascinerend. Ik had nog nooit een Friese sloot gezien.”

Na haar studie Spaans in Amsterdam was ze meteen weer weg, naar Barcelona ditmaal. „Met een letterenstudie kon je in Nederland toch niks. Ik heb daar van alles gedaan, manuscripten gelezen voor Spaanse uitgeverijen totdat ik scheel zag van de boeken over Duitse spirituele zweefellende. Ik ben ook aerobicsinstructrice geweest en heb bij een autoverzekeraar gewerkt, al heb ik niet eens een rijbewijs. Ik had geen idee waar het om ging. Wel kwam ik er zo achter dat ik later alleen een baan wilde die ik leuk zou vinden.”

Haar ‘kleine, fijne monopolie’ bij Signatuur is die baan. Ze heeft het gemaakt in uitgeversland, ze stond in de literaire pikorde die tijdschrift HP/De Tijd jaarlijks samenstelt drie maal in de topvijf. Als Joop Boezeman, de baas van A.W. Bruna/De Arbeiderspers, met pensioen gaat, ligt het voor de hand dat zij hem opvolgt, maar zelf weet ze het zo net nog niet. „Je moet je comfortabel voelen met bedrijfsvoering, als je bovenaan wilt staan. Cijfers zijn voor mij bepaald geen tweede natuur, en ik weet ook niet of ik van managen gelukkig word. Hoe dichter ik op de inhoud zit, hoe fijner ik het vind. Mijn motivatie komt altijd weer uit het lezen, uit het verhaal zelf.”