Dikke kont

Het moest maar eens gezegd worden. Afgelopen week, tijdens een bijeenkomst met de staatssecretaris van Sociale Zaken, hekelde ING-topman Nick Jue de mentaliteit van de mensen die hij eigenhandig ontslagen had. Nick: „Ik ben een keer uitgescholden door een vrouw die – volgens haar door mij – haar baan verloor toen de postkantoren werden gesloten. Ik zei het natuurlijk niet, maar dacht toen wel: Maar jij hebt wel elke avond met je dikke kont op de bank Goede tijden, slechte tijden zitten kijken, terwijl ik iedere avond nog aan het werk ging.”

De mentaliteit van de managers lijkt sprekend op de klaagcultuur van de burgers

De wereld kan zo simpel zijn.

Een paar jaar geleden nog moest de bank van Nick met gemeenschapsgeld overeind gehouden worden. Terwijl die vrouw op haar luie kont tv zat te kijken, waren de collega’s van Nick namelijk energiek aan de slag gegaan op de Amerikaanse hypotheekmarkt. Inmiddels is een derde van het ING-personeel verdwenen.

Terwijl hij mensen aan het ontslaan was, schrok Nick van hun houding – die mensen waren helemaal nergens op voorbereid! Deze voormalige employés bleken, zo meldde Nick aan De Telegraaf „na 34 jaar te hebben gedaan wat wij van ze vroegen totaal ongeschikt voor de arbeidsmarkt”.

Sindsdien laat ING personeel opleidingen volgen om aan hun toekomst te werken – jammer alleen dat de bank zelf nauwelijks mensen van boven de vijftig aanneemt. Heb je braaf aan je toekomst gewerkt, blijkt die toekomst helemaal niet te bestaan.

Let them eat cake. Het dedain van Nick Jue voor zijn eigen personeel (dikke kont, GTST) ademt in alles de overjarige managerscultuur, zoals die een paar weken geleden door Alcatel-Lucent-baas en VVD-goeroe Ben Verwaayen in Zomergasten werd uitgedragen – je weet wel, succes is een keuze, inspiratie moet je delen, je verantwoordelijkheid nemen, leiderschap durven tonen. Mensen ontslaan, dat beseffen de mensen vaak niet, is verdomde zwaar – eigenlijk nog zwaarder dan ontslagen worden.

Het grappige – of het pijnlijke, maar laten we het luchtig houden – is dat de mentaliteit van zo’n manager als Jue exact het spiegelbeeld is van de mentaliteit die door hem wordt aangeklaagd. De hele wereld afmeten aan je eigen belang, het gebrek aan empathie met de problemen van anderen, de schuld steevast van je afschuiven – het typeert de managerscultuur net zo goed als de klaagcultuur van de burger die voortdurend beschuldigend naar de overheid of het grootkapitaal wijst. Voor zowel Nick Jue als zijn werknemer met die dikke kont ligt de verantwoordelijkheid voor honderd procent bij de ander – de scheldende vrouw ziet zichzelf als louter slachtoffer van het nietsontziende neoliberalisme van topmannen als Jue, terwijl Jue met zijn lege managersmantra’s de vrouw slechts ziet als een gevalletje luie afhankelijkheid.

Het is moeilijk kiezen tussen de twee – omdat het om twee kanten van dezelfde medaille gaat. Het hameren op de eigen verantwoordelijkheid betekent in het geval van Jue en de zijnen juist het afschuiven van persoonlijke verantwoordelijkheid. Niks over de bankencrisis, niks over gokken en gesjoemel, niks over staatssteun, geen reflectie, alleen die meelijwekkende zelfromantiek. „Terwijl ik iedere avond nog aan het werk ging” – alsof dat het enige verschil is tussen hem en de ontslagen vrouw.

Er is storm op komst. Iedereen weet het, maar wij gaan de toekomst in met afgetrapte ideologische clichés, waarbij er een alle verantwoordelijkheid bij het individu legt en een ander alle verantwoordelijkheid bij de maatschappij. Neoliberalisme tegenover neosocialisme. Dat is geen maatschappijvisie, dat is zelfgenoegzaamheid. De eigenwaan van managers als Jue en de eeuwige verongelijktheid van de gewone man bij Rondom 10, het is allebei even onwerkelijk.

Wie dicht de kloof? Als er offers gevraagd worden, en niemand twijfelt eraan dat dat gaat gebeuren, dan zal je draagvlak moeten vinden. Dat is het allermoeilijkste, en zonder een gevoel van sociale saamhorigheid is het onmogelijk. Wanneer de verzorgingsstaat verder afbrokkelt, moet je juist niet alles op individuele verantwoordelijkheid gooien. Dan komt het er op aan het idee van een samenleving overeind te houden.

„Ik denk dat de mensen nu wel wakker zijn”, stelde Jue tevreden vast. Nu hijzelf nog.