Dikke billen in een goed pak

Badr Hari op de cover – mannenglossy JFK oogt deze maand actueel. Verder veel mode en politiek, net als in concurrent Esquire. Wie is nu echt de best geklede politicus?

Dilemma. Je hebt een gave fotoshoot met Badr Hari, plus een fijn interview met hem gepland. Foto’s zijn gemaakt, je bent er trots op. En dan komt dat hele Badr Hari-gedoe via De Telegraaf naar buiten.

Tja, JFK zat er maar mooi mee. Om ethische redenen niet publiceren? Je kunt ook zeggen: fan-tas-tisch dat die Hari in opspraak is, dan doet onze cover het lekker in de kiosk.

„Na ampel beraad”, schrijft de hoofdredacteur in zijn voorwoordje, besloot de redactie uit te pakken „met de spectaculaire fotografie – omdat die te exclusief en te bijzonder is om te laten liggen”. Mooie woorden, maar zou het dilemma echt zo lastig zijn? Vergeleken bij de column van Willem Holleeder (de eerste verschijnt volgende week) in Nieuwe Revu is dit kinderspel.

Hari op de cover dus, met een briljante tekst. „Don’t Badr”.

De foto’s zijn de moeite waard. Maar het voelt ongemakkelijk: je ziet mooie beelden van een niet onaantrekkelijke man, terwijl hij... laten we het bij de feiten houden: verdachte is van mishandeling.

Van het interview heeft JFK afgezien. Dat is nu een profiel. Het blad sprak met „vriend en vijand” van Hari: zijn voormalige trainer, een misdaadverslaggever (John van den Heuvel), een collega-kickbokser. Geen Leon de Winter. Documentairemaker Dirk Bayens, die Hari voor de KRO portretteerde, zegt: „Zijn eerstvolgende wedstrijd wordt natuurlijk een mega-event. Ik weet niet wat dat gaat worden, maar dat wordt een enorme klapper.” Ook ongemakkelijk.

Nog meer ongemakkelijkheid: de fotoshoot bij het interview met Hans Wiegel. I kid you not! Het trendy, hippe, sexy, modieuze JFK is naar Friesland getrokken om de VVD’er uit de vorige eeuw („ik blijf altijd Pietje Politiek”) te spreken.

Vraag één: „Meneer Wiegel, waarom is ons kabinet gevallen?” Ja, meneer Wiegel, legt u ons dat alstublieft nog één keer uit.

Wiegel heeft een ouwelullenhoedje met de tekst ‘Fryslân’ opgedaan voor de fotoshoot. Nee, dan toch duizend keer liever die Hari.

Zo sterk als Don’t Badr is, zo matig zijn de koppen bij Wiegel, van het van-dik-hout-zaagt-men-plankenniveau: „Het leek wel het Kremlin daar aan de top bij GroenLinks, de oude Sovjet-Unie” en „Als ik iets zeg is het geen vaag geouwehoer”. Dat staat genoteerd.

Meer politiek is er bij de verkiezing van de best geklede politicus. Ja, dat is Ronald Plasterk! Nee, mooi niet. Maar huh? Plasterk was daar laatst toch al tot uitgeroepen? Ja, door JFK’s concurrent Esquire. JFK kiest voor Mark Rutte – veilige keuze. „Hij weet dat je maar één knoop van je jasje dicht moet doen, hij bezondigt zich nooit aan de rare Nederlandse overhemden met bloemenpatroon aan de binnenzijde van het boord en ziet er immer strak uit!”, oordeelt de jury. Plasterk eindigt als tweede: hij „doet alles vanuit de klassiekers, en doet dat goed”.

Ook nu is het beeld wat ongemakkelijk: hoofden van de politici gefotoshopt op catwalkmodellen. Rutte in de stijl van Burberry (geen gezicht), Tofik Dibi in Givenchy (idem), Samsom in Gucci (best mooi).

In Esquire staan de heren politici in hun eigen kleding afgedrukt – met Plasterk op 1, een prachtige plaat, mooi donker strak pak. „De stap van labjas naar trenchcoat met hoed is benijdenswaardig te noemen.” Die kan hij in zijn zak steken. Over Rutte (nummer 6): „Goed gemaakte pakken die fysieke minpunten perfect maskeren.” (JFK had het minder verbloemd: „Wel lijkt hij behoorlijk dikke billen te hebben. Gelukkig weet hij ze goed te verstoppen zonder dan zijn broek te wijd oogt. Knap!”)

Esquires cover is voor acteur Thijs Römer, toch minder spectaculair dan Badr Hari. En ook in dit blad een politiek interview, met CDA-leider Sybrand van Haersma Buma, die gezien de foto (mooie paarse das) vrij onterecht op 13 eindigde in de kledingverkiezing. Staatsmanwaardig.

Esquire doet sowieso veel aan mode en kledingaccessoires, waar JFK meer nadruk legt op motors en auto’s. Opmerkelijkste trend: „Op de befaamde herenmodebeurs Pitti Uomo in Florence constateerde Esquire: de dandy’s komen eraan!”