Dik in Afrika

Je zou het niet meteen verwachten, maar ook Afrikanen beginnen last te krijgen van overgewicht. Maar er rust geen taboe op, integendeel: wie dik is, is vast rijk. En heeft geen aids.

Te dik? „Ik?” Sean Mugisha schudt resoluut ‘nee’. Met zijn 1 meter 80 en 92 kilo is Mugisha volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zeker tien kilo te zwaar, maar zelf ziet hij dat heel anders. De 31-jarige wegenbouwkundig ingenieur is trots op zijn kilo’s.

„In winkels spreken ze me door mijn postuur aan met boss”, vertelt Mugisha in een bar in de Oegandese hoofdstad Kampala, met in de ene hand een halve liter bier, en in de andere een sigaret. Soms wordt hij zelfs aangesproken met mzee, wat normaal alleen is weggelegd voor grijze en dus wijze mannen. „Mensen zeggen tegen me: je wordt rond, je ziet er gezond uit.”

Afrika wordt zwaarder. Het continent dat in het Westen nog altijd wordt geassocieerd met voedseltekorten, hongerbuikjes en benefietconcerten stevent af op een geheel nieuw probleem: overgewicht. In 2030, schreven wetenschappers vorige maand in medisch tijdschrift The Lancet, dreigt bijna 29 procent van alle Afrikanen overgewicht te hebben en 17,5 procent zelfs obesitas. Overgewicht vergroot de kans op gezondheidsproblemen zoals suikerziekte, hoge bloeddruk, hartfalen en complicaties bij geboortes. Zulke ‘gedragsziektes’ zijn wereldwijd doodsoorzaak nummer één – ook in Afrika.

„Ons gezondheidssysteem is totaal niet voorbereid op deze epidemie, we missen geld, kennis en gevoel van urgentie”, zegt James Tumwine, hoogleraar aan de School of Medicine van Kampala’s Makerere Universiteit. „De nadruk in Oeganda en de rest van Afrika ligt op infectieziektes zoals hiv/aids en malaria.”

Gisteren nog, zegt Tumwine, stierf een collega die jarenlang rondliep met een te hoge bloeddruk en suikerziekte. Zomaar, patsboem. „65 jaar was hij, en veel te zwaar.”

De gewichtstoename hangt samen met een veranderende levensstijl. Steeds meer Afrikanen houden door de snelle economische groei geld over voor bier, ijs en frisdrank – multinationals zien Afrika als de final frontier van het consumentisme. Afrikaanse steden zijn de snelst groeiende ter wereld, mensen schudden er het plattelandsleven van zich af. Zwoegde en ploegde je vroeger voor je eigen voedsel op het land, nu pak je de auto of brommer naar een fastfoodketen, drive-in of supermarkt in de buurt.

„Als jongetje liep ik iedere dag naar de lagere school, vijf kilometer heen en vijf kilometer terug”, vertelt wegenbouwkundige Mugisha. „Nu ik werk, neem ik iedere dag de auto.”

Meestal eet Mugisha traditioneel voedsel zoals rijst, bonen en matooke, de stevige Oegandese kookbanaan. Maar als hij uitgaat neemt hij geroosterd vlees, liefst geit of varken, in Kampala op iedere straathoek te krijgen. En bier, veel bier. En in de supermarkt haalt hij producten als boter, brood („wit, lekker zoet”) en bakolie.

„Bakolie? Zulke luxe hadden we niet toen ik opgroeide in de jaren zestig”, zegt hoogleraar Tumwine. „Ik ontbijt nog altijd met matooke en bonen, of met pap en een banaan. In mijn thee zit geen suiker. Alcohol gebruik ik niet. Maar mijn studenten gaan na hun colleges naar de dichtstbijzijnde bar.”

De verleiding om het Westen de schuld te geven van deze nieuwe eetgewoonten is groot. Maar ook Afrika’s eigen cultuur is erg ontvankelijk voor ongezond eten en zwaarlijvigheid. Een groot lichaam levert aanzien op, vooral voor Afrikaanse mannen. Wie dik is, moet wel rijk zijn en heeft kennelijk meer dan genoeg te eten. Machtige politici heten in Afrika big men, door hun status, maar ook door hun omvang. In de Afrikaanse politiek wordt de metafoor van ‘eten’ vaak gebruikt. Politici en hun tribale achterban eisen hun portie uit de staatsruif, hun deel van de cake. Een boek uit 2009 van de Britse journaliste Michela Wrong over zichzelf verrijkende politici in Kenia heet niet voor niets It’s our turn to eat.

De positieve waardering van een groot lichaam hangt ook samen met een heel ander verschijnsel: aids. De ziekte die miljoenen Afrikaanse levens heeft geëist, heet in Engelstalige landen ook wel slim, gezien de vermagering van veel patiënten. Hoogleraar Tumwine: „Aan dun zijn kleeft in Afrika een stigma.”

Terwijl in het Westen overgewicht wordt geassocieerd met lagere klassen en gebrekkig onderwijs, geldt in Afrika het tegenovergestelde. In buurland Kenia stonden eind vorig jaar de mensen letterlijk in de file naar het eerste filiaal van Kentucky Fried Chicken in Nairobi. Gefrituurde kip als statussymbool.

„Ik noem het de tragiek van de welvarenden”, zegt Tumwine. „De hoogopgeleiden hier zijn niet opgeleid als het gaat om voeding.” Omdat de armen opkijken naar de rijken, blijft het ideaal van een groot lichaam in stand. Vandaar ook dat de toename van overgewicht in Afrika relatief het grootst is onder de maatschappelijke ‘stijgers’, degenen die niet rijk zijn, maar wel net genoeg geld hebben voor een blikje cola of een lapje vlees.

Toch lijkt de westerse leefstijl ook een positieve invloed te hebben. De eerste welvarende stedelingen gaan al naar fitness. Afslanken raakt langzaamaan in zwang, al is het nog onder een kleine groep.

Twaha Rwegyema (29) plaatst een kanttekening bij het nieuwe afslanken. Rwegyema is voedingsadviseur bij The Diet Clinic in Kampala. „Alleen vrouwen letten op hun gewicht. En dan niet omdat ze zich zorgen maken om hun gezondheid, maar omdat hun echtgenoten klagen over hun figuur. De paar vrouwen die wel naar onze kliniek komen om gezondheidsredenen, doen dat op advies van een dokter.”

De vrouwelijke klanten verwachten volgens Rwegyema vaak een snelle oplossing. Een medicijn dat overtollige kilo’s wegtovert voor die mooie bruiloft van komend weekend. „Maar zwaarlijvigheid is meestal het resultaat van levensstijl, en die kun je niet veranderen met een medicijn.”

De commercie speelt behendig in op de afslankeisen van Afrikaanse vrouwen. Medicijnmannen adverteren in lokale kranten niet langer alleen met middelen om je billen te vergroten, maar ook met middelen om kilo’s kwijt te raken. In Afrikaanse steden zie je ook steeds meer Chinese poeders en drankjes die een slank lichaam garanderen. Uitgerekend ingenieur Sean Mugisha is een franchisehandeltje begonnen in de oosterse wondermiddeltjes.

Een obstakel voor de verandering van eetpatronen is dat de gevolgen van ongezond eten zich vaak pas na jaren etaleren. De enige echte oplossing, meent hoogleraar Tumwine, is voorlichting en preventie. „We moeten meer uitleg gaan geven op onze scholen. Kinderen krijgen nu wel les over gezond en ongezond eten, maar niet over de gevolgen van te véél eten.”

Tumwine prijst de Oegandese politiebaas Kale Kayihura die vorig jaar zijn korps verplichtte om te joggen. De publiciteitsactie was een reactie op de onvrede onder Oegandezen over de vaak dikke, corrupte agenten. „Het was beter dan niets”, zegt Tumwine. „In ieder geval werd er een voorbeeld gesteld.”

Dat gedragsverandering in Afrika wel mogelijk is, bewijst aids. Aids kan worden bestreden met remmende medicijnen, maar het feit dat de epidemie in Afrika beheersbaar is geworden, heeft ook te maken met preventie en een verandering in seksueel gedrag. Zeker ook in Oeganda, waar de regering van president Yoweri Museveni in de jaren negentig monogamie en condoomgebruik aanmoedigde.

De overheid zou eenzelfde publiekscampagne moeten voeren tegen overgewicht, vindt Tumwine. Helaas hebben president Museveni en de meesten van zijn 79 kabinetsleden zelf een behoorlijke buik. „Het big man-syndroom”, verzucht Tumwine.

Sean Mugisha wil zijn leefstijl wel veranderen, hij heeft een één maand oude baby die hij het goede voorbeeld moet geven. Het kost hem moeite. „Maar ik móét gezonder gaan leven. Als ik zo doorga, nodig ik problemen uit.”